Goud voor Schouten, zilver voor Heijbrock

Archief

Opties verzilverd; goud voor Jaap Schouten, zilver voor Tim Heijbrock. Wereldkampioen Duncan Grant verslagen. De ochtend van de finaledag van de World Cup I te München kreeg een briljante afronding. Vóór de zeldzame dubbelslag van Oranje zich ontvouwde, voldeden de olympische kwalificanten aan de eis van NOC*NSF. Skiffeur Sjoerd Hamburger en de lichte vier-zonder van Arnoud Greidanus, Marshall Godschalk, Gerard van der Linden en Ivo Snijders toonden met achtste plaatsen vormbehoud en stelden hun deelname aan de Olympische Spelen zeker. De resterende negentig dagen kunnen zij ontspannen werken aan de verhoging van hun snelheid, noodzakelijk om in Peking competitief te kunnen zijn, casu quo medaillekandidaten.

Op de valse olympische piste van Oberschleissheim uit 1972 kwamen de eerste medailles om de nekken van Jaap Schouten en Tim Heijbrock, de winnaars daags tevoren van de halve finales. De 23-jarige roeier van Njord nam direct afstand en roeide soeverein voor het veld uit, Duncan Grant voortdurend in zijn ooghoeken bespiedend. De Kiwi probeerde de Nederlandse favoriet te volgen, maar overschatte zichzelf en kreeg er ook nog van langs door Heijbrock. De 23-jarige skiffeur van Willem III zag op 500 meter van de finish brons in zilver veranderen. ‘Ik kan hem pakken’, concludeerde hij, zette zijn riemen krachtiger in het water en passeerde Grant. ‘Met zilver moet ik tevreden zijn’, vond Heijbrock die zeseneenhalve seconde op Schouten toegaf. ‘Om beter te kunnen zal ik beter in vorm moeten komen. Dit was trouwens pas mijn tweede World Cup na Amsterdam vorig jaar.’

Jaap Schouten koesterde zijn eerste goud bij de wereldelite. Vorig jaar pakte hij in de omlijsting van de drie World Cups één keer zilver en twee keer brons alsmede brons in het WK. ‘Ik startte zo hard ik kon om direct voor te liggen’, keek hij terug voor hij werd meegetroond naar de dopingcontrole, ‘maar het was niet mijn beste race. Hoewel de race niet goed was, bleek het toch goed genoeg. Ik ben hier wel erg blij mee.’

De wind die de eerste dagen van World Cup I voor oneerlijke baanverdeling zorgde en een koor aan geweeklaag deed horen, speelde de wedstrijdleiding op de finaledag andermaal parten. Kort voor aanvang van de wedstrijd werden de banen weer verlegd en de indelingen omgegooid. Gerard van der Linden van de lichte vier vertelde: ‘Wij zouden eerst op de gunstigste boei (6) starten voor de B-finale. Vijf minuten voor wij het water op gingen, bleek dat wij naar boei 2 moesten. De ongunstige kant, waar wij zoveel ellende hadden gehad. Maar ja, als je baannadeel hebt, moet je harder trappen.’ Dit deden ze zeker op de laatste 500 meter die als snelste werd afgelegd en waarmee de Grieken klop kregen in het zog van B-finalewinnaar Denemarken. Slag Ivo Snijders voelde de wind bij het ingaan van de laatste 500 meter. F..k. Nu moeten we vol en vol gaan. Het ging. We bleven Griekenland, Italië, Spanje en China voor. Op karakter hebben we voldaan aan de eis van NOC*NSF. Zo’n B-finale bij de Wold Cup is verschrikkelijk. Het was een hectisch weekendje.’

De lichte vier en Sjoerd Hamburger gaan de komende drie maanden aan hun olympische vorm slijpen. De skiffeur roeide een uitstekende troostfinale, hoefde alleen de gereputeerde Sloveen Iztok Cop voorrang te verlenen. ‘Ik wilde een goede race varen, laten zien waar we de winter aan hebben besteed. Een tempo kan ik goed vasthouden, nu moeten we aan de sprintvezels werken.’ Hamburger was niet ontevreden dat hij de finale niet had gehaald in zijn vierde jaar op het hoogste niveau. ‘Ik vind het geweldig deel te zijn van dit veld met zoveel geweldige roeiers.’

Sanne Beukers eindigde totaal op de tiende plaats in het skiffveld, voldeed aan de doelstelling en sprak de hoop uit op een vervolg in Luzern en stiekem ook op het OKT in Poznan waar nog drie olympische startbewijzen voor Peking beschikbaar zijn. Meindert Klem en Olivier Siegelaar startten niet in de B-finale. Siegelaar had rugklachten, waarop fysiotherapeut Jan Klerks een advies uitbracht.

Het optreden van de Holland Acht in de B-finale was een lust voor het oog, zeker vanaf het eerste kwart toen de mannen nog wat moeite hadden lengte te pakken in de haal. Slag Mitchel Steenman: ‘Na een duidelijke push op 600 meter had iedereen het ritme beet. Dit weekend was het eerste dat we echt konden racen. We troffen het slecht in de voorwedstrijd en herkansing, dat was onwijs veel pech. Het was even wennen, maar de B-finale was goed. Wij zijn er nog niet. Het tempo kan hoger, naar 42 slagen per minuut.’ In München kwam de acht niet boven de 37. Na 1000 meter passeerde Oranje Polen dat al is gekwalificeerd voor Peking en bedroeg de voorsprong op de finish een bootlengte. Steenman: ‘We hebben nog meer races nodig om te groeien. Een tijd geleden gaf ik ons 50 procent kans om het olympische kwalificatietoernooi te winnen tegen Frankrijk, Kroatië, Zwitserland, Italië en Rusland. Nu schat ik onze kansen al een stuk hoger in.’