Buiten regende het en in de boot vloeiden de waterlanders. René Mijnders’ vrouwenacht, het hele seizoen zeer succesvol, greep bij de WK in München overal naast: de finale, een medaille en bovenal het ticket voor de Olympische Spelen in Peking. Tranen en missers waren het gevolg van de derde plaats in de herkansing. De verschillen met winnaar Duitsland en nummer twee Canada waren met respectievelijk 1,39 en 1,17 seconde weliswaar klein maar de consequentie enorm groot. Oranje kan nu alleen nog achterom Peking bereiken; volgend jaar juni middels het ultieme kwalifikatietoernooi in Luzern. Op de Rotsee zijn dan nog twee plaatsen in het achtenveld beschikbaar.
De klap kwam hard aan bij René Mijnders wiens levensweg als bondscoach geplaveid is met successen: goud Holland Acht 1996, zilver vrouwenacht 2000 en brons 2004. Een bittere pil, omdat in zijn eerste seizoen met de nieuwe acht succes na succes kwam. In drie World Cups drie keer op het podium: Linz brons, goud Amsterdam en brons Luzern. ‘Dit is de eerste keer in mijn hele leven dat ik niet in de finale roei’, zei Annemiek de Haan.
De 26-jarige slag was op de laatste 200 meter niet in staat geweest het tempo omhoog te krijgen toen de Canadese ploeg kwam opzetten. ‘Behoorlijk klote’, vond zij, ‘we eindigen net aan de verkeerde kant. Ik weet niet zo goed waar het aan lag. We gingen wel een klein beetje zigzag. Dit seizoen hadden we drie keer prijs. Het is nu net of wij het hele jaar kunnen weggooien.’
Femke Dekker brak drie keer in huilen uit. ‘Ik dacht nu eens naar de Spelen te gaan om voor de medailles mee te vechten. Deelnemen wilde ik niet meer, en al helemaal niet naar dat kwalificatietoernooi in Luzern. Die gang heb ik al twee keer gemaakt. Er moet heel veel gebeuren om aan de top mee te kunnen doen. Nu moeten we eerst zien of wij wel in Peking zullen komen.’
Stuurvrouw Ester Workel reageerde vrij nuchter. ‘Wij moeten ons realiseren dat dit een preolympisch jaar is. De ploeg heeft heel hard gestreden. In de laatste tien halen zat het er niet meer in.’
René Mijnders was in München voor even geen succes-coach. Hij was danig teleurgesteld. ‘Dit hakt erin. Leuk is dit niet’, vond hij, ‘verwijten kan ik de ploeg niet maken. Zij hebben er alles aan gedaan. Het achtenroeien zit krankzinning in elkaar. Een metertje kan beslissend zijn. We geven niet op. In deze formatie zit nog heel veel rek. Het kan nog beter en het kwalificatietoernooi van volgend jaar zullen we serieus nemen. Het zal echter niet gemakkelijk zijn, want China doet daar mee, en Nieuw-Zeeland is in opkomst.’
Mijnders vergat Rusland te noemen. Het vierde land uit de herkansing met Nederland kreeg een startverbond omdat Svetlana Fedorova een overtreding had begaan tegen het antidopingreglement. Zij kreeg een (overigens niet verboden) stof toegediend via het infuus. Deze methode is verboden indien het niet medisch noodzakelijk is. Haar landgenoten Vladimir Varfolomeev en Denis Moiseev van de lichte dubbeltwee werden eveneens hierop betrapt en uitgesloten van de WK plus twee jaar schorsing. Rusland zal volgend jaar juni wellicht eveneens aantreden in Luzern voor de ultieme kwalificatie.
Door de uitschakeling van de vrouwenacht eindigde de natte vierde dag van de WK in München in mineur en legden een schaduw over twee goede prestaties van Oranje. De dubbelvier lichtgewicht met Eeke Thomee, Annelies Labots, Katrien Hautvast en Kirsten van der Kolk plaatste zich voor de finale. Als vierde achter China, USA en Duitsland. Het verschil met de winnende ploeg bedroeg bijna tien seconden. Het kwartet hield Italië en Myanmar (voorheen Birma) voor zich en daar draaide het in de herkansing om.
De lichte vier-zonder bleef in de kwartfinales op olympische koers. De elfde plaats is goed genoeg, de beste twaalf zijn inmiddels bereikt. Gerard van der Linden, Ivo Snijders, Roeland Lievens en Paul Drewes finishten als derde in 6.16,22 na Canada 6.14,73 en Groot-Brittannië 6.15,76. Oranje hield Servië, 7e bij de Griekse Spelen, buiten de halve finales. ‘Het was hard werken’, zei Van der Linden, ‘in zo’n olympische kwalificatie geeft niemand op.’ Paul Drewes stelde: ‘Hier moesten we doorheen. Voor het hele veld was het alles of niets. Je kunt dan wel netjes blijven roeien, maar daar ga je niet hard mee. Nu kan het iets relaxter. Door de kwalificaties zou je bijna vergeten dat dit een wereldkampioenschap is.’
De vier-met-stuurman (Olaf van Andel, Christof Coenders, Reinder Lubbers en Rogier Blink met stuurman Hergen Meijer) roeide een plaatsingswedstrijd voor de finale van zondag. Temidden van zes ploegen nam het vijftal met een tijd van 6.26,80 een optie op de bronzen medaille. Verenigde Staten in 6.19,10 en Duitsland in 6.19,39 waren aanzienlijk sneller.


