De Holland4 – wie anders? – is als eerste Nederlandse ploeg doorgedrongen tot de Olympische Spelen van 2008. Geert Cirkel, Matthijs Vellenga, Jan Willem Gabriels en Gijs Vermeulen dwongen de kwalificatie af met de tweede plaats in de halve finale achter Nieuw-Zeeland. Zaterdag roeien zij in Oberschleissheim bij München om de wereldtitel vier-zonder. Een zware dobber, want de zes ploegen in de eindstrijd zitten binnen twee seconden van elkaar.
In de eerste halve finale waren de verschillen minimaal. Favoriet Groot-Brittannië met Alex Partridge terug in de boot was met 6.16,44 slechts 0,12 seconde sneller dan Frankrijk en 0,24 sneller dan Italië. USA, Tsjechië en Wit-Rusland vlogen eruit. In de tweede halve finale leidde wereldbekerwinnaar Nederland de eerste helft van de race. Bij de kilometer nam Nieuw-Zeeland de kop over om in 6.13,99 soeverein te zegevieren voor Oranje in 6.15,29 en het aandringende Slovenië in 6.15,49. De eindsprint van de traag gestarte Duitsers kwam te laat. Hun tijd van 6.16,65 zou in de eerste race een finaleplaats hebben opgeleverd. Australië en Ierland waren kansloos.
‘Het ging al beter dan de voorwedstrijd’, vond Gijs Vermeulen. ‘Maar het was nog niet de race die wij kunnen varen. Niet zo overtuigend. Het begin was goed, bij de tweede kilometer begon het wat te rammelen. We bevinden ons wel in een stadium dat we ons doel wel bereiken als we niet superscherp zijn. Wij zijn goed genoeg om het elke keer te doen. Doel 1 was kwalificatie. Peking is binnen. Nu de finale voor de medailles. Wij stappen er in om te winnen. Laten we hopen dat de baan dan eerlijk is. Wat doet de wind? Deze verschrikkelijke baan kan zó oneerlijk zijn.’
‘Van de medailles is er maar één kleur die voor ons telt’, meende Matthijs Vellenga die vorig jaar november een tijd in Nieuw-Zeeland verbleef en deelnam aan het trainingskamp van de Kiwi’s. ‘Olympische kwalificatie was een tussenstap. Peking is belangrijk. Een heuveltje dat we nu hebben genomen. Gezien onze kwaliteit tijdens deze hele olympische cyclus hoefden wij ons daar geen zorgen over te maken. We zijn hier echter voor iets anders. De Kiwi’s horen er duidelijk bij. Zij wilden de halve finale misschien iets liever winnen dan wij. Nieuw-Zeeland is een van de vier landen die ons hebben verslagen. Het staat te bezien wat er gebeurt als wij net zo graag willen winnen. De laatste 500 meter gingen hier niet zo als in Luzern. Een verklaring is er niet, zo’n sprint als op de Rotsee is iets ongrijpbaars.’
De Holland4 gaat naar Peking. Alle andere Nederlandse kandidaten verbleven op de vijfde dag van de wereldkampioenschappen in München in de wachtkamer, met uitzondering van de vrouwenacht die al in de herkansingen de kwalificatiekans in rook zag opgaan.
Sjoerd Hamburger kreeg in de halve finale skiff nog geen zekerheid. De 2,04 meter lange soloroeier kwam in de halve eindstrijd niet verder dan de vierde plaats. Hij kwam er niet aan te pas tegen de Brit Alan Campbell 7.27,22, olympisch kampioen de Noor Olaf Tufte 7.28,14 en zijn Zweedse traningsmaat Lassi Karonen 7.28,27. De Nederlandse kampioen finishte in 7.44,71 nadat hij het na een kilometer had opgegeven. Even later promoveerden de Nieuw-Zeelander Mahe Drysdale 7.28,55, de Duitser Marcel Hacker 7/30,62 en de Tsjech Ondrej Synek 7.37,50 geheel volgens verwachting.
Voor de derde keer belandde Hamburger in de B-finale van de WK. In Gifu legde hij beslag op de 7e plaats, in Eton vorig jaar op de 8e. ‘Dit is een domper’, zei hij, ‘hier had ik een hele goede kans om de finale te bereiken. Het ging volledig mis. Na de start die ik teveel op tempo deed, schakelde ik over naar de baanhaal. Ik kreeg echter de bootsnelheid niet omhoog. Dan ben je gezien. Ik zat voortdurend niet lekker in het ritme. Klote als je zoiets in de halve finale overkomt.’
Een oorzaak van zijn zwakke optreden was er niet, volgens Hamburger. ‘Ik ben niet geblesseerd of ziek. Het ging gewoon niet.’ Na de uitschakeling voor de finale hield de skiffeur nog wel een doel over: Peking halen. In de B-finale liggen nog vijf olympische startbewijzen klaar. Eén skiffeur zal met lege handen staan. Hamburgers tegenstanders zijn zaterdag: de Argentijn Santiago Fernandez, de Belg Tim Maeyens, de Bulgaar Aleksandar Aleksandrov, de Australiër Peter Hardcastle en de Zwitser Andre Vonarburg.
Nienke Kingma en Helen Tanger deden in de halve finale niet al te veel moeite om de finale te bereiken. Hun kansen daarop waren minimaal. Na 500 meter roeiden zij op souplesse ontspannen naar de bubbeltjeslijn. Zij spaarden hun krachten voor de B-finale van zaterdag wanneer er nog twee olympische tickets te vergeven zijn.
Zaterdag is ook bekend of Marit van Eupen nog wereldkampioene in de licht skiff is. In de halve finale gaf de 37-jarige Nereïde opnieuw terrein prijs tegenover de Amerikaanse Jennifer Goldsack die bij schuine tegenwind triomfeerde in 8.37,49 tegen de tweevoudige titelhoudster met 6.42,01. Zij kon de Britse Andrea Dennis maar net van zich afhouden. In de oneerlijke omstandigheden vielen de Française Benedicte Dorfman, de Duitse Laura Tasch en de Deense Mana Pertl buiten de eindstrijd. De Finse Ilona Hiltunen haalde het op buitenbaan 6 wel, als derde in de halve finale met winst voor de Canadese Melanie Kok. ‘Die Finse is normaal gesproken de nummer 12’, oordeelde coach Josy Verdonkschot.
Marit van Eupen had zich niet gek laten maken door haar hard startende tegenstandster en de schuinstaande tegenwind. ‘Mijn ervaring kwam van pas’, aldus Van Eupen, ‘jonge meiden hebben hun visitekaartje afgegeven. Ik ben ook verrast over wie het niet hebben gehaald. Ik ben de enige medaillewinnaar van de wereldbeker die hier de finale heeft gehaald. Die Finse, dat kan echt niet. In dit WK kan ik alleen voor mezelf zorgen. Ik ben snel, maak goede tijden en ik roei zo hard als ik kan. Ik kan niets doen aan de snelheid van anderen. Ik ga de finale roeien om mooie zaken te doen, als roeister kan ik nog leuke dingen doen.’ Indien Marit van Eupen haar lijfspreuk gestand doet, komt het nog goed met de wereldtitel: ‘Face it and fix it.’
Na de races van de lichtgewicht skiffeuses verlegde de wedstrijdleiding de banen om iedereen in de wind te laten roeien. Zo ook voor Jaap Schouten. Hij eindigde ‘maar’ als derde in de halve fnale lichte skiff. Na de Nieuw-Zeelandse favoriet Duncan Grant werd de 22-jarige Leidse student fiscaal recht op de laatste meters voorbij gesprint door de Italiaan Lorenzo Bertini. Zijn finaleplaats was echter al lang zeker en daar was het hem om begonnen. De eerste kilometer ging weergaloos goed nadat hij voor de start tot tranen toe had staan shaken, ‘Ik was verdomd zenuwachtig’, erkende hij, ‘maar ik heb de nervositeit positief gebruikt. Na de kilometer had ik de finaleplaats te pakken en heb gecontroleerd naar het einde toe geroeid. Ik heb mijn visitekaartje afgegeven. Nu ga ik voor de plaatsen een, twee en drie.’





