Niet alleen de roeiers tobben met de keus tussen dubbelvier en acht. Ook de roeibond twijfelt tussen acht en vier. In verschillende media passeerden tal van meningen en (on)mogelijkheden de revue. De roeiers steken momenteel naar eigen zeggen teveel tijd in gesprekken en e-mails over medaillekansen en boottypes. Daarom was het verliezen van de November Vieren afgelopen zondag op de Amstel, tien seconden op de gestuurde vier van Theta/Nereus (zilver bij de WK als lichte vier-zonder) bijna welkome afleiding. De bemanning van de dubbelvier was blij eindelijk weer eens een middag met roeien bezig te zijn. Geert Cirkel vertrok, de zilveren dubbelvier 2001 lijkt verleden tijd. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?
Ruzies tussen roeiers onderling en onenigheid met bondscoach Jan Klerks duwden de dubbelvier in het nauw. Met het vertrek van roeier Geert Cirkel werden niet alleen de kansen op een medaille bij de Spelen van Athene aanzienlijk verkleind. Roeiers èn bond twijfelen over een succesvolle doorstart van de dubbelvier.
De dubbelvier van tegenpolen Michiel Bartman en Diederik Simon, die olympisch goud wonnen met de Holland Acht bij de Spelen van 1996, kwam al eerder in onstuimig water terecht. Selecties liepen in ’99 uit op muiterij, waarop bondscoach Jan Klerks zijn ontslag indiende. Wegens privé-omstandigheden werd tijdens WK’99 met een vervanger geroeid. In het olympisch jaar overwoog Simon de overstap naar de acht. Uiteindelijk won het kwartet zilver bij de Spelen van Sydney. Na WK 2001, waar favoriet Nederland met zilver genoegen moest nemen, besloot Dirk Lippits in de skiff verder te gaan. Vervanging voor Lippits was niet voorhanden, de overgebleven roeiers weken uit naar de boordvier. Een moeizaam seizoen volgde, blessures en twijfel over de keuze van bemanning hielden de ploeg bezig. Desondanks werd de ploeg WK 2002 verrassend vijfde.
Afgelopen winter ging veel tijd verloren. Cirkel, Bartman en Simon weigerden in mei open selecties, ze spraken zich uit voor een dubbelvier met Eggenkamp die zich in de skiff had bewezen. Ondanks tegenslagen boekte de ploeg veelbelovende resultaten. Na brons en zilver bij wereldbekerwedstrijden gebeurde het ondenkbare: de dubbelvier kwalificeerde zich niet voor de Spelen tijdens de WK in Italië. Het vlaggenschip was zelfs geen bespreekgeval voor NOC*NSF want ook aan de IOC-eis (een plaats bij de eerste elf) werd niet voldaan. Onenigheid over coaching en koers domineerden de laatste weken voor de WK. Daarnaast verhinderden blessures goede voorbereiding. Nooit verliepen trainingen perfect.
Na de WK zorgde oplaaiende onenigheid tussen Bartman en Simon voor toenemende spanningen binnen de ploeg. Beide roeiers wilden niet langer werken onder Klerks, een geluid dat al na de WK van 2001 te horen was. Eggenkamp en Cirkel toonden juist vertrouwen in Klerks, die Ronald Florijn en Nico Rienks in 1988 naar olympisch goud coachte. Ook de roeibond steunde Klerks en verweet de roeiers alleen met hoofdcoach René Mijnders als alternatief te komen. De roeibond toonde zich niet bereid de coach van de Gouden Acht van ’96 en zilveren vrouwen acht van 2000 volledig voor de vier vrij te maken. Zouden de roeiers domweg voet bij stuk houden, dan overwoog de Commissie Toproeien niet de vier maar de acht tot ‘prioriteitsboot’ te bestempelen. Medio oktober stapte Klerks op als coach van de vier.
Vooral Cirkel had grote moeite met de belabberde sfeer en raakte steeds verder gedemotiveerd. De meest getalenteerde roeier van Nederland had eisen kunnen stellen of zelfs een aanval kunnen doen op het olympische startbewijs van de skiff, maar nam in stilte een resoluut besluit. Elf dagen geleden stuurde de 25-jarige roeier een e-mail aan zijn ploeggenoten waarin hij aankondigde niet alleen uit de ploeg te stappen maar helemaal met toproeien te stoppen. Een uur later werd het nieuws via de website van zijn roeivereniging wereldkundig gemaakt.
Naast de pogingen van de roeibond om de vier onder de duim te houden, circuleerde een plan van de roeibond waarin stond dat “roeiers geen vroegtijdige keuzes behoeven te maken” voor acht of vier. De bestuurders worstelden met het dilemma: medaillekansen in de vier of een aansprekende acht, waarbij werd veronderstelt dat kwalificatie in de vier minder risicovol is dan in een acht. In de winter van 1998 besloot roeibond KNRB onder druk van NOC*NSF en hoofdsponsor tot achtenprojecten. Nu diende de roeibond zelf een verzoek in voor steun voor acht en vier. Terwijl de plannen nog bij NOC*NSF liggen, is doordat Cirkel vertrok evenwel feitelijk de dubbelvier ter ziele gegaan.
“Als we niet uit de impasse komen, is de acht een goed alternatief. Met de acht moet een grotere stap worden gemaakt, maar dat is niet onmogelijk”, zei Mijnders. “Het maakt mij in weze niet veel uit, als de beste roeiers maar bij elkaar in de boot zitten.” In een kansrijke acht dienen volgens de hoofdcoach routiniers als Bartman te zitten. “Geert [Cirkel] zijn we al kwijt geraakt. En daar verlies je wel iemand mee.”
Simon toonde sympathien voor de acht, de komende weken roeit de eigenzinnige Amsterdammer met Gijs Vermeulen in de twee-zonder. Vermeulen en Matthijs Vellenga, in mei slachtoffer bij dubieuze selecties, worden genoemd als kanshebbers voor de plaats van Cirkel. Eggenkamp vaart voorlopig in de skiff en ziet de beste kansen voor de vier. Ook Bartman sluit de acht niet uit, maar de 36-jarige roeier (“Ik ben koppig, ik kan de kwaliteit en snelheid van de vier niet zomaar weggegooien”) houdt voorlopig star vast aan de dubbelvier. Mijnders: “Die heeft het nog niet opgegeven.”



