Het is vijftig jaar geleden dat vrouwen voor het eerst mochten starten in een roeiboot bij het olympische Spelen. Ik had laatst een leuke reünie. Daar klaagde een ploeggenote van toen dat wij in 1972 alleen de olympische baan van München mochten verkennen. En dat verkennen was ongeveer een maand voordat de spelen daar zouden beginnen. Meedoen mocht niet.
Achteraf geeft dat ook mij nog altijd een vreemd gevoel. Pas in 1976 bij de Olympische Spelen van Montréal stond het damesroeien op het programma en dat wordt dit jaar gevierd in onder andere Canada, de Verenigde Staten en Groot Brittannië.
Bij veel sporten stonden internationaal eerst alleen mannennummers op het programma, maar bij roeien duurde dat wel erg lang.Wat dat betreft is het goed dat er in het internationale roeifederatiebestuur – toen FISA, thans World Rowing – ook vrouwen kwamen zoals Nely Gambon.
Maar het damesroeien werd dus ook olympisch. En eerst overheerste het Oostblok zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Daarna is dat geleidelijk veranderd en verdween de DDR en sindsdien hebben we weer één Duitsland.
De medailles worden gelukkig tussen meer landen verdeeld. En ons land doet heel goed mee. In Parijs wonnen de Nederlandse vrouwen liefst drie maal goud en een zilveren medaille. De roeisport moet ook in ons land zorgen voor voldoende roeiers en roeisters, want dan is het urgent dat roeien een olympische sport zal en moet blijven.
Over twee jaar hebben we het olympische roeien in Los Angeles. Daar zal onze sport zeker veel aandacht krijgen en zo ook de vrouwen. En daar mogen we blij mee zijn, want eigenlijk is het toch niet denkbaar dat een sportkampioenschap alleen voor mannen is.
