30 oktober 2020

Van te zwaar naar licht, naar de Holland Acht

Van te zwaar naar licht, naar de Holland Acht
Bjorn van den Ende met rechts ploeggenoot Ruben Knab. Foto: Meri Cools

Zware en lichte roeiers. Ze doen aan dezelfde soort wedstrijden mee. Maar de voorbereidingen verschillen flink. Dat gaat voor de een makkelijker dan voor de ander, dit werd besproken in dit artikel over lichtgewicht studentenroeiers. Bjorn van den Ende – nu bemanningslid van de (zware) Holland Acht – heeft ervaring met beide gewichtsklassen.

Toen Van den Ende ruim twintig jaar geleden begon met roeien, was licht roeien voor hem niet in beeld. Sterker: ‘‘Ik was zelfs veel te zwaar. Na mijn juniorenperiode woog ik het meest: zo’n 105 kilo. Ik at toen ook wel echt slecht. Ik ben daarna lid geworden bij Skøll en heb daar een tijdje in de zware klasse geroeid. Op een gegeven moment kreeg ik een coach die me vertelde dat ik toch echt moest afvallen.’’

Maak NLroei mede mogelijk. Doe mee aan onze crowdfunding! Klik hier. Alvast bedankt!

Vezelloos  
Dat lukte, met gemak. In een jaar tijd verloor hij liefst twintig kilo. ‘‘Toen zei diezelfde coach: ‘volgens mij kan jij zelfs wel licht roeien.’’ Van den Ende besloot om het te proberen, en dat bleek een goede keus. ‘‘Ik heb nooit veel problemen gehad met inwegen. Als er een wedstrijd was, begon ik altijd twee weken van tevoren met extra opletten wat ik at. De laatste week at ik vezelloos. Zo deed ik dat mijn hele carrière. De extreme trucjes, zoals nauwelijks of zoutloos eten, heb ik nooit hoeven toe te passen.’’

Olympische Spelen       
Uiteindelijk leverde het hem in Rio een plek op in de lichte vier-zonder. Maar het was de laatste keer dat het bootnummer tot het programma zou behoren. ‘‘Toen heb ik Mark (Emke, bondscoach van de Holland Acht, red.) benaderd. Ik vroeg hem of hij me kon gebruiken. Hij twijfelde, hij dacht dat ik dat waarschijnlijk niet zou redden. Maar hij gaf ook geen harde nee. Uiteindelijk heb ik hem weten te overtuigen.’’

Begeleiding
Van den Ende moest daarvoor weer flink aankomen. Daar nam hij de tijd voor. ‘‘Dik zijn is niet moeilijk, daar had ik al ervaring mee,’’ lacht hij.  ‘‘Maar om vooral spiermassa te kweken en fysiek heel sterk te worden, dat is anders.’’ Gelukkig kreeg hij daarbij genoeg hulp. Volgens hem zouden studentenverenigingen ook wel wat meer begeleiding kunnen gebruiken bij dit onderwerp. ‘‘Coaches zouden daarin goed getraind moeten zijn, men zou alles moeten doen om te voorkomen dat mensen een eetstoornis krijgen.’’

Randje
Dat probleem heeft de voormalig lichte roeier ook wel om zich heen zien ontstaan. Het aanpassen van de inweegregels zou in zijn ogen zinloos zijn. ‘‘Als je de grens voor licht roeien op 80 kilo zou trekken, heb je toch weer hetzelfde probleem. Dan gaan mensen van 90 kilo ervoor. Topsporters zoeken vaak die grens op. En ja, als je steeds op die grens zit, ga je er wel eens overheen.’’

Liever zwaar     
Waarschijnlijk is het na Tokyo gedaan met de lichte boten op het programma van de Olympische Spelen. Jammer, vindt Van den Ende. ‘‘Het is ontzettend spectaculair om naar te kijken.’’ Maar dat de lichte nummers plaats maken voor meer zware snapt ‘ie wel. Zwaar roeien vindt de Holland Acht-boeg zelf ook veel fijner. ‘‘De wedstrijdbeleving is een stuk meer ontspannen. Ik was altijd van tevoren bezig met afvallen, dat gaf extra druk mee.  Nu kan ik me helemaal focussen op de prestatie, om zo goed mogelijk te worden.’’