18 april 2021

‘Ik nam afvallen serieus. Te serieus.’

‘Ik nam afvallen serieus. Te serieus.’

Dit is deel IV van een mini-serie over ongewenst gedrag. Vandaag het verhaal van Anna (gefingeerde naam). Zij roeide zo’n 15 jaar terug in de nationale juniorentop en ze probeerde dat ook als senior te bereiken. Dat mislukte. Ze ontwikkelde een eetstoornis. Die stoornis werd aangewakkerd door verschillende coaches, waaronder een aantal van de KNRB. Dat was niet opzettelijk. Maar de stoornis bracht haar wel in levensgevaar. Ze pleit voor meer aandacht voor dit probleem. ‘Ik weet zeker dat er meer gevallen zijn zoals ik.’  

“Ik ben gaan roeien bij een vereniging met een grote juniorenafdeling. De coaching was dan ook goed. Voordat ik ging roeien, sportte ik al veel. Ik werd er blij van en dat gevoel had ik de eerste jaren zeker ook bij het roeien. In het begin genoot ik van de successen. Toch is het zaadje voor mijn eetstoornis al in die jaren geplant.

Op mijn 17e kreeg ik een coach die geregeld vervelende opmerkingen maakte over gewicht. Niet alleen bij mij, maar ook bij een ploeggenoot. Vaak bedoeld als grapje. Zoals: ‘je buik hangt over je pakje’ of ‘jullie hebben nog behoorlijk wat babyvet’. Ik weet zeker dat hij hier geen vervelende bedoelingen bij had en ik denk dat hij zich niet realiseerde wat voor een effect het had. Maar voor mij was het geen dolletje: ik nam het serieus en probeerde nog beter dan ik al deed op mijn voeding te letten.

Mijn ploegcoach bij de juniorenWK was ook gericht op een gezonde voeding. De boot moest zo licht mogelijk zijn, dus wij ook. Ik werd vaak vergeleken met een ploeggenoot die dunner was dan ik en ik moest haar als voorbeeld nemen. Terwijl ik volgens mij al veel minder at dan zij. Ze had simpelweg een andere bouw. Maar ik ging ermee aan de slag. Ik zou immers harder gaan roeien als ik minder woog.

Het ging pas echt mis toen ik doorstroomde naar de senioren. De bondscoach zei tegen mij dat als ik mijn babyvet zou kwijt raken, ik harder zou gaan. Ik heb dat letterlijk genomen en verloor in drie maanden tijd twaalf kilo. Bij de volgende selectieronde was ik fysiek helemaal niets meer waard en ik werd uitgeselecteerd. Ik heb daarna nooit meer wat van de bond gehoord.

De trainingsomstandigheden waren niet ideaal. Ik had een trainingsmaatje die licht roeide waardoor de focus in onze groep al erg op gewicht lag. In die tijd roeiden we vaak op de Bosbaan. De sfeer vond ik er typisch. Een meisje dat internationaal licht roeide hoorde ik er zeggen dat je de dag voor de wedstrijd spaghetti carbonara moest eten omdat je daarvan ging overgeven. Je stond met elkaar onder de douche waardoor je ook kon zien hoe afgetraind de anderen waren. Bij wedstrijden stonk het op de WC’s. Laxeermiddelen waren gebruikelijk. 

Toen ik zo was afgevallen, heb ik dat najaar nog een poging tot licht roeien gedaan. Na een paar weken kon ik het echter niet meer opbrengen. Ik had nergens energie meer voor. Ik ben overgestapt op hardlopen maar ook daar liep ik tegen hetzelfde probleem op. Toen ik bij een halve marathon ineens veel langzamer liep dan eerder, snapte ik dat het mis was. Ik heb mijn bloedwaardes laten meten en die waren dramatisch. De internist zei het vrij simpel: ‘als je zo doorgaat, dan ga je dood’.

Toen pas realiseerde ik me dat ik echt een probleem had. Daarvoor dacht ik dat ik supergoed bezig was. Dit ondanks dat er genoeg mensen om me heen waren die zich om mij bekommerden. Mijn roeicoach bijvoorbeeld, maar ook voormalige ploeggenoten. Maar ik had geen zin in hun bemoeienis.

Het duurde lang voordat ik mede dankzij therapie er enigszins bovenop kwam. Ik sport nog steeds veel. En ja: vooral om calorieën te verbranden. En bij verjaardagen sla ik nog altijd de taart over. Ik kan er inmiddels mee leven, heb een kind gekregen en ben net zwanger van de tweede. Ik ben realistisch genoeg om te snappen dat het ook aan mij lag en ik de waarschijnlijk goedbedoelde adviezen me veel te veel heb aangetrokken. Maar ik weet ook zeker dat ik er veel meer roeisters zijn zoals ik.

Licht roeien zou sowieso afgeschaft moeten worden. Het lokt teveel problemen uit en fysiologische verschillen zijn er nu eenmaal, ook in topsport. Ook moet de roeibond het probleem van eetstoornissen serieus nemen. Een aantal van de coaches die ik beschrijf is nog steeds actief voor de KNRB. Ze zullen coachkwaliteiten bezitten, maar het is wel zaak dat – als ze hier geen gevoel bij hebben – er andere mensen om hen heen staan die wél empathisch zijn en snappen dat dit ook mis kan gaan. En dat er een plek is waar verenigingscoaches met lichte roeiers naar toe kunnen of zelfs moeten voor advies. Ook daar valt een wereld in te winnen.

Zelf ben ik blij dat ik nu verder ben in mijn leven en het achter mij heb kunnen laten. Toch knaagt het nog af en toe. Ploeggenoten van mij hebben de Olympische Spelen gehaald en dat had ik ook graag gewild.”