27 september 2021

De oorlogsverhalen van Flu, Landaal en Hazelhoff Roelfzema

De oorlogsverhalen van Flu, Landaal en Hazelhoff Roelfzema

Vorig jaar verscheen in het kader van de 75ste herdenking van de Tweede Wereldoorlog het boek Njord in de oorlog. Verschillende auteurs hebben daarin teruggeblikt op het leven van Leidse studenten. Mijn bijdrage gaat onder andere over Hans Flu, Arie Landaal en Erik Hazelhoff Roelfzema. Vandaag – 4 mei – is een bijzondere dag om hun verhalen op NLroei te delen.

Hans Flu
Hans Flu werd geboren op Java in 1912 en begon in 1933 aan zijn studie medicijnen in Leiden. Hij ging ook op Njord roeien, haalde twee blikken en maakte deel uit van de oude vier van Njord in 1935. Bijzonder was dat zijn vader rector magnificus was van onze Leidse universiteit, de eerste van Surinaamse afkomst. In 1944 werd Hans Flu in Oegstgeest vermoord als represaille voor de aanslag op de directeur van het Leids arbeidsbureau. Dit was een van de zogenoemde Silbertanne moorden: voor ieder gedode Duitser of NSB’er nam de Duitse bezetter wraak. Bij deze aanslag was Flu daar, met twee anderen, een schoolhoofd en een conrector, het slachtoffer van. De mensen die als wraak werden vermoord waren zorgvuldig geselecteerd. Flu viel op omdat hij ook Surinaams bloed had en een toch wel bekende, jonge huisarts was in Leiden. Over deze moord en de gelijktijdige arrestatie van veel Leidenaren, is een boek verschenen met de titel Leiden, 4 januari 1944.

Arie Landaal
Op Njord is Arie Landaal (1918-2015) een van de prominente bestuurders geweest. Hij wilde gaan roeien toen hij ging studeren, maar het was 1941 en Njord op dat moment het grootste deel van het jaar dicht. Hij meldde zich daarom aan bij Die Leythe. Daar ging hij roeien, maar eigenlijk lag het accent van zijn activiteiten al snel op zijn werk in het verzet. Al bij het begin van de oorlog ruziede hij op straat met NSB’ers in uniform. Hij concentreerde zich vanaf 1943 op het meewerken aan de illegale pers. De oplage van zijn nieuwsblad liep al snel in de duizenden. Niet zozeer het produceren was het probleem, zei Landaal later, maar zorgen, dat de krantjes op een veilige manier werden verspreid. In 1943 dook Landaal onder bij een boer in Willemsoord in Overijssel, nadat hij geweigerd had de loyaliteitsverklaring te tekenen. Na een tijdje overheerste bij hem toch het gevoel, dat het leven in een stad veiliger was. Ook al omdat ook in Overijssel razzia’s plaatsvonden.

En hij ging terug naar Leiden, de stad waar hij was opgegroeid, al moest hij daar regelmatig van adres veranderen. De illegale krant die nog steeds verscheen, heette geruime tijd Home Service, maar kreeg na een fusie met andere bladen in 1945 de naam De vrije pers. De oplage steeg tot een 15.000 exemplaren. Na de bevrijding meldde Landaal zich alsnog op Njord. Hij ging, net als eerder op Die Leythe, roeien, maar ging al snel coachen. Een opvallende activiteit kwam eraan, hij schreef het lustrumboek van Njord in 1949. In dat boek wordt ook uitgebreid ingegaan op de periode voor de oorlog en de oorlog zelf. Wel is het even zoeken omdat veel over de oorlog een beetje verscholen staat in het hoofdstuk “Verdere successen”. Landaal bleef actief op Njord en zat lang in het bestuur van Oud Njord. Hij werd erelid in 1974. In 1983 werd hij succesvol voorzitter van de KNRB, de Koninklijke Nederlandsche Roeibond. Allengs sprak Landaal anders dan daarvoor wel met mensen van Njord over de oorlog en zijn werk om voor de vrije pers te zorgen. Ook op hoge leeftijd was hij nog altijd zeer in Njord en ook in de jonge leden geïnteresseerd

Erik Hazelhoff Roelfzema
Een bekende Nederlander was Erik Hazellhoff Roelfzema. Hij werd op Java geboren in 1917 en overleed in 2007. Hij zal voor altijd geassocieerd blijven met het boek dat hij schreef, Soldaat van Oranje. Het boek dat later verfilmd werd en waar nog steeds in de loods bij Valkenburg de musical van wordt uitgevoerd. Hazelhoff Roelfzema ging rechten studeren in Leiden. Hij werd lid van het Leidsch Studenten Corps en daardoor maakte hij kennis met Njord. Hij kwam er regelmatig, maar ging niet wedstrijdroeien of coachen en werd ook geen bestuurslid. In beschrijvingen over hem kom je Njord dan ook amper tegen. In februari 1941 schreef hij het ‘Leids manifest’, namens ‘de Leidsche studenten’, waarmee hij zich tegen de Duitsers keerde. Hij organiseerde zelf ook de verspreiding. Na zijn afstuderen, in juni 1941, week hij uit hij naar Engeland. Als Engelandvaarder verdient hij net als de andere Engelandvaarders ons respect. Hij werd piloot voor de RAF en tegen het eind van de oorlog stelde koningin Wilhelmina hem als haar adjudant aan. Na de oorlog werd hij eerst actief op de Molukken, waar hij het verzet voor een eigen staat steunde, daarna verhuisde hij naar de Verenigde Staten.