17 juni 2021

De kansen voor vrouwen

De kansen voor vrouwen
Botendoop bij Njord in 1975 (archieffoto Njord).

In 1971 kwamen er voor het eerst wedstrijdroeisters op Njord, ik hoorde zelf ook bij die groep. En een halve eeuw later is het tijd stil te staan bij vijftig jaar damesroeien bij Njord. Daarvoor is er een lustrumcommissie ingesteld en die commissie kijkt niet alleen naar roeien, maar ook meer algemeen naar hoe het is: de positie van de vrouw. Daarover was afgelopen vrijdag een symposium, uiteraard digitaal. De positie van de vrouw is nog steeds goed voor gesprekstof, moet er een voorkeursbeleid zijn bij benoemingen of niet en hoe zorg je dat vrouwen gelijke kansen krijgen. En is er in vijftig jaar veel veranderd?

Het symposium begon met een bijdrage van Irene Eijs, voormalig toproeister en nu bestuurslid van NOCNSF. Ze ging in op hoe lastig het vroeger was om als vrouw een goede skiff te krijgen en zei in haar aansprekende betoog dat in veel besturen en bedrijven de mannen in de top overheersen. Ze kwam uiteindelijk tot de conclusie dat er toch een voorkeursbeleid moet zijn voor vrouwen. Ze bleek daar niet alleen in te staan.

Na haar was er een panel waarin diverse sectoren waren vertegenwoordigd. Van het Openbaar Ministerie via medisch specialist en bankier tot pilote. De pilote maakte op mij indruk, het percentage vrouwen van alle piloten bij de KLM is nog steeds zo een vijf procent. Als je eenmaal piloot bent, zijn de loopbaankansen voor man en vrouw wel gelijk. Voor de andere aanwezige sectoren bleek dat vrouwen kansen hebben, maar je moet er wel voor gaan en je partner moet het ook steunen. En wat betreft juristen en artsen krijgen steeds meer vrouwen een goede baan, maar voor de top is toch een voorkeursbeleid nodig, zeiden panelleden. Want anders blijft het hetzelfde met mannen die overheersen.

De laatste spreekster was Generaal-Majoor Elenor Boekholt-O’Sullivan, plaatsvervangend commandant van de luchtmacht. Toch bijzonder, een vrouw op zo een hoge positie en eigenlijk zou het niet bijzonder moeten zijn. Ze had kansen gehad om zover te komen en het is best bijzonder om mannen te passeren. De Generaal-Majoor had ook duidelijk plezier in haar werk. Wel bleef ze het lastig vinden om mannen te vertellen dat iets niet goed gaat of dat hun loopbaan iets minder snel zou gaan dan ze zouden willen.

Dat soort lastige gesprekken kan ik met zelf ook van mijn tijd bij de douane herinneren.  Het was dus een boeiende middag en vrouwen komen duidelijk verder dan vijftig jaar terug, maar moeten er toch nog stevig aan trekken om de top te bereiken. Bij Njord werd er in 1996 voor het eerst een vrouw tot praeses benoemd. De roeibond blijft wat achter, nog nooit was er een vrouw voorzitter. Maar 104 jaar na de oprichting zijn twee vrouwen secretaris en penningmeester van de KNRB. Dat is nieuw.