De roeiberen liggen nu nog rustig in de bosjes

Archief

Het is herfst, het jaargetijde waarin de Nederlandse roeibond traditiegetrouw de structuren neerlegt voor het komende seizoen. Extra belangrijk dit jaar met het oog op het WK in Amsterdam én de behaalde successen in Zuid-Korea. De eerste beslissingen zijn inmiddels stilletjes genomen: zo verlaat Nico Rienks de coachstaf en wordt hij (onbezoldigd) technisch adviseur, krijgt Diederik Simon een voltijd functie als bondscoach bij de dames en wordt Josy Verdonkschot hoofdcoach bij diezelfde sectie. Het zijn logische stappen gezien de grootte van de groep met toproeiers – maar deze ingewikkelde coachstructuur vereist wel management van de bovenste plank.

We draaien de klok even driekwart jaar terug. Het is december 2012 als door NOC*NSF een Winterrevolutie onder leiding van Joop Alberda wordt afgedwongen om de situatie bij de roeibond onder controle te krijgen. Van een duidelijke werkvloer was namelijk geen sprake meer. In het najaar had René Mijnders zijn functie als technisch directeur neergelegd en wilde hij weer gaan coachen; de buitenlandse coaches Antonio Maurogiovanni, Dave McGowan en John Faulkner voelden zich met die ontwikkeling weinig senang na de moeizame samenwerking met Mijnders in de aanloop naar Londen; en Susannah Chayes had haar afscheid aangekondigd maar bleef plotseling tot januari doorcoachen.

Alberda maakte een eind aan deze vrij stuurloze situatie door een aantal moeilijke beslissingen te nemen die de KNRB niet zelf durfde af te dwingen. Bovendien, zo sprak hij, wilde hij de broodnodige ‘topsportcultuur’ terugbrengen binnen het Nederlandse roeien. Hij ging ‘back to basics’. Geen hiërarchie meer, maar ploegcoaches die direct onder de technisch directeur vielen. De een na de andere coach- danwel roeiheld keerde terug om binnen dit basale systeem een plekje in te nemen. Nico Rienks, Josy Verdonkschot, Kirsten van der Kolk, Marit van Eupen, Ronald Florijn – noem ze maar op. Maar officieel had de KNRB al die tijd maar drie coaches in dienst: Jan Klerks, Jeroen Spaans en Mark Emke. Alle anderen hadden een tijdelijke functie of werkten als vrijwillige coach.

Een groot deel van het succes van dit jaar komt door de ‘back to basics’-benadering. Niet teveel toeters en bellen, gewoon roeiers die het beste uit zichzelf willen halen en coaches die hen daarbij willen helpen. Dat, en een homogene groep die met elkaar wil samenwerken.

We spoelen de tijd weer vooruit naar het heden. Na een succesvolle campagne in Zuid-Korea telt het aantal roeiers met een A-status inmiddels 56 koppen. Een flink aantal, dat niet alleen mogelijkheden met zich mee brengt voor de roeiers zelf, maar ook verantwoordelijkheden voor de roeibond. Er moet immers een duidelijk programma zijn en voldoende (betaalde) coaches om alles in goede banen te leiden. Zeker bij de dames, een sectie waar de opbouw in het seizoen chaotisch verliep door het wegvallen van de beoogde (hoofd)coach René Mijnders. Technisch directeur Hessel Evertse is van mening dat in structurele zin “de dames een jaar achterlopen ten opzichte van de mannen”. De oplossing voor dat probleem ligt volgens hem in het verlaten van de door Joop Alberda aanhangen horizontale coachstructuur en meer niveaus aan te brengen in de technische staf. Daarmee hoopt Evertse niet alleen de juiste planning aan te kunnen brengen voor dit jaar, maar ook door te kunnen pakken naar de toekomst.

Hoewel er veel valt te zeggen voor de keuze van Evertse brengt de terugkeer van een coachhiërarchie ook een risico met zich mee. De spoken uit het verleden laten immers zien hoe vaak dat fout is gegaan. Het is bijna een stelregel dat als het aantal coaches in dienst bij de KNRB toeneemt, de onderlinge samenwerking afneemt. En dat er meer KNRB-coaches komen is door Evertse bevestigd: naast de eerdergenoemde namen Verdonkschot en Simon ligt het in de lijn der verwachtingen dat Nienke van Zijp en Kirsten van der Kolk part-time functies binnen het damesteam krijgen. Ook krijgen Ronald Florijn en Marit van Eupen contracten aangeboden in de functies die ze al bekleedden: eerstgenoemde als bondscoach junioren, Marit van Eupen krijgt de bredere rol van bondscoach talentontwikkeling aangemeten.

De enige manier om die grote groep bijeen te houden is met een sterke technisch directeur. Iemand die leider is, gezag uitstraalt, duidelijk en streng is, kortom: op de juiste manier managet. Want anders is het huidige systeem gewoon weer oude wijn in nieuwe zakken en stoot het Nederlandse roeien voor de zoveelste keer tegen dezelfde steen aan. Met dit keer catastrofale consequenties: niemand wil volgend jaar in Amsterdam zien dat het rood-wit-blauw structureel achteraan vaart omdat er niet als team door wordt getimmerd aan de basis die in 2013 is gelegd.

Toegegeven, er zijn wel wat verschillen tussen de huidige situatie en die in het verleden. De roeiberen die vroeger op de weg stonden liggen daarom nog rustig in de bosjes te ronken en lopen daardoor (nog) niet in de weg. Er is nu, anders dan tot 2007 het geval was, geen sprake van een uit goedbedoelende vrijwilligers bestaande Commissie Toproeien (CTR) die de coachstaf op een afstandje controleert. Ook is er geen technisch directeur van buiten de roeisport die weinig aanzien geniet, zoals bij ex-judoka Koen van Nol het geval was. En eveneens is er geen sprake meer van belangenverstrengeling, met René Mijnders als technisch directeur die tegelijkertijd ook coach wilde spelen, daarbij dus zijn eigen baas was en zichzelf in die hoogmoed ten val zag komen – in beide functies.

Een heldere leider lijkt essentieel om een grotere structuur te kunnen controleren. Evertse zegt te begrijpen dat er, gezien het verleden, vraagtekens worden gesteld bij zijn opzet met hoofdcoaches en bondscoaches. En dat ook de aanstelling van Nico Rienks als technisch adviseur, hoe welkom ook, voelt als een extra laag in een al ingewikkelde constructie. Maar Evertse benadrukt dat hijzelf degene is voor de “hiring en de firing”, niemand anders. En dat hij er bovenop zit, heldere afspraken (heeft ge)maakt en de boel goed in de gaten houdt — ook al ligt zijn prioriteit op dit moment bij het binnenhalen van voldoende financiële middelen zodat het topsportprogramma in optima forma kan worden afgewerkt.

En daar schuilt de crux: er zijn los van de penibele financiële situatie nog wel meer zaken die aandacht opeisen. Dingen die in het verleden zijn blijven liggen en nu in extremis moeten worden opgepakt, zoals een botenplan. De roeibond liet de aanschaf van eigen materieel jarenlang links liggen en moet nu volgens Evertse een inhaalslag maken. Met slechts één paar handen en een beperkt aantal uren in een dag zal het moeilijk worden voor de technisch directeur om alle aspecten te managen en het allerbelangrijkste in de gaten te blijven houden: de onderlinge cohesie – hét succesingrediënt van 2013. De roeiberen slapen nu nog, en zullen dat hopelijk ook deze winter blijven doen. Maar ze roeren zich wel.