Met een bedremmeld gezicht stonden de Muda’s op het botenterrein in Chungju, Zuid-Korea. Even tevoren was het duo vijfde geworden in de halve finale, op een seconde of drie van de kwalificerende plekken voor de A-finale. Door de vijfde plek van de Nederlandse lichte mannen dubbeltwee kwam er een einde aan de honderd procent reeks van de roei-equipe. En de roeitweeling, als altijd emotioneel betrokken bij hun roeien, voelden zich daardoor het buitenbeentje van de selectie. “Ik voel me echt het lulletje van de groep nu”, zei Vincent Muda met een verbeten gezicht.
De frustratie van de Muda’s was begrijpelijk. Het is ergens ook moeilijk te verteren dat je, ondanks de zeventien keer dat je per week traint, de talloze uren die je doorbrengt in het krachthonk, op de ergometer of in de roeiboot en de opofferingen die je voor de sport brengt niet bereikt wat je wilt bereiken. Maar het lulletje van de groep? Dat was ook weer wat overdreven. Het lichte mannen dubbeltwee-veld is, zoals in het verleden ook wel eens werd geroepen, geen Pinokkio-veld. Dat de Muda’s verliezen van landen als Groot-Brittannië, Noorwegen, Duitsland en Oostenrijk is geen schande. Op basis van Luzern hadden de roeiers en coach Jeroen Spaans echter misschien meer gehoopt en verwacht.
De lichte mannen dubbeltwee was niet de enige boot die de herkansing niet overleefde. Ook de mannen dubbelvier, voorafgaand aan het WK door technisch directeur Hessel Evertse als B-ploeg aangeduide boot, voer een sterke race maar moest zich toch tevreden stellen met de vierde plek in de halve finale. Duitsland, Engeland en Zwitserland waren een maatje te groot. En hoewel het gat naar de Zwitsers met vier seconden nog fors was, heerst de overtuiging dat de dubbelvier nog altijd gestaag vooruit gaat. Geen wonder dat de roeiers, in tegenstelling tot de Muda’s, vrede konden hebben met het resultaat. “Het was een goede agressieve race”, vond Peter van Schie. “We hebben alles gegeven, maar konden net niet aanhaken.”
De rest van de halve finalisten van vrijdag wist zich wel voor de finale te kwalificeren. De vrouwen twee-zonder, de mannen twee-zonder, de lichte vrouwen dubbeltwee en de mannen vier-zonder varen op zaterdag om de medailles. Van de drie kwalificaties was die van de Holland Vier misschien nog wel het minst verrassend. Na de kleine zeperd in Luzern zijn de mannen van coach Mark Emke weer op het goede spoor. “Meer was niet nodig”, vond Kaj Hendriks. “Nu nog niet. We hebben in ieder geval nog wel wat over.”
Dat is veelbelovend, gelet op de tijden in Chungju. Vier ploegen zaten binnen een paar tienden van een seconde. Als de Holland Vier anderhalve seconde weet te pakken op de rest van het veld is de wereldtitel binnen handbereik. Voor de vrouwen twee-zonder, de mannen twee-zonder en de lichte vrouwen dubbeltwee zit een dergelijke kleur medaille en naar alle waarschijnlijkheid niet in. Dat betekent niet dat de ploeg kansloos zijn voor het podium, integendeel. Met een perfecte race is er voor alledrie nog wat mogelijk. De Nederlandse ploegen doen, op een of twee uitzonderingen na, niet onder voor de overige finalisten in hun respectievelijke velden.
Dat bleek sowieso al uit de halve finales. De vrouwen twee-zonder, de mannen twee-zonder en de lichte dames dubbeltwee: alledrie roeiden ze sterk en lag een hogere klassering binnen handbereik. Alledrie de ploegen hebben bovendien ook een bijzonder achtergrondverhaal. Olivia van Rooijen en Ellen Hogerwerf, die nog niet honderd procent tevreden waren met hun roeien, kunnen de beste prestatie ooit voor Nederland realiseren. “De laatste keer dat een Nederlandse vrouwen twee-zonder de A-finale haalde was in 2006”, wist Kirsten van der Kolk. “Annemiek de Haan en Piek van Rumpt werden toen vijfde. Dat is het beste resultaat tot nog toe.”
De mannen twee-zonder voer een agressieve race en zag die beloond worden met een finaleplek. Veel kon Rogier Blink echter niet herinneren van de finish. “Welke tweede kilometer”, hijgde de Groninger met een halve knipoog. “Ik weet er helemaal niks meer van.” Na de wedstrijd kon de roeier van Gyas zelfs niet meer zelf naar de vlotten roeien. Coach Titus Weijschede viel daarom tijdelijk in. Blink zelf hees zich in een ijsvest en slofte naar het botenterrein. “Te weinig zuurstof”, pufte hij. “De luchtvochtigheid is negentig procent. Ik begon ongeveer te hyperventileren.”
Toen Blink en zijn roeimaatje eenmaal boven Jan waren kwamen ze tot de conclusie dat ze een nieuw nationaal record hadden genoteerd. Samen waren ze liefst vier seconden sneller dan de oude toptijd van Meindert Klem en Nanne Sluis uit 2012: 6:21,48. Op het moment dat ze elkaar feliciteerden kwam de lichte dames dubbeltwee over de streep. Maaike Head en Lisa Wörner roeiden knap naar de derde plek en kwalificeerden zich voor de finale.
“Ik ben tevreden”, zei Josy Verdonkschot dan ook. “Aan mijn doelstelling is voldaan: een lichte dubbel in de A-finale.” Maar stiekem weet ook Verdonkschot dat het nu pas begint. Nu de stap richting de A-finale is gezet, wacht de volgende stap: strijden voor de medailles. En met hem weten de andere Nederlandse succesploegen dat ook. “Ik ga lekker snode plannen bedenken voor de finale”, vertelde Rogier Blink een aantal uur na de wedstrijd. Iets wat de overige finalisten – en de resterende drie halve finalisten – ongetwijfeld ook doen of al hebben gedaan.
Evenement: World Rowing Championships
Datum: 25 augustus t/m 1 september 2013
Locatie: Chungju (KR)



