Nog voor de medailleceremonie goed en wel begonnen zat er al een oranje bloem op de pakjes van de lichte dames dubbelvier gespeld. In een galante bui had Diederik Simon de bloemetjes geplukt, om op een originele manier zijn waardering te uiten voor de prestatie van de dames. Marie-Anne Frenken, Rianne Sigmond, Maaike Head en Mirte Kraaijkamp waren namelijk afgetekend wereldkampioen geworden in hun veld. En zo konden de Nederlandse roeifans, aan de vooravond van het echte finaleweekend, alvast een keer het Wilhelmus oefenen. Wie weet volgt het volkslied nog vaker – en moet koning Willem-Alexander nog een aantal keer naar Zuid-Korea bellen ter felicitatie.
Hoewel een wereldtitel voor iedereen speciaal is, was Mirte Kraaijkamp als kersvers internationaal toch wel degene die het meeste met haar neus in de boter viel. Begin dit jaar had de roeister van Laga nog nooit aan een uitzending mogen ruiken. Inmiddels mag ze zich wereldkampioene noemen. Sterker nog: de Delftse roeister is de eerste vrouw die voor Laga een gouden WK-medaille wint. Niet dat Kraaijkamp daarmee bezig is, overigens. Haar dromerige houding heeft haar in de ploeg al de bijnaam ‘Alice’ opgeleverd, omdat ze zich zo over de wereld kan verwonderen. “Toen we na de Koninklijke moesten aangeven in welk boottype we naar Luzern wilden had iedereen een mening”, lacht Kraaijkamp. “Ik was al blij genoeg dat ik naar Luzern mocht.”
Ook voor het internationaal wat meer ervaren drietal Maaike Head, Rianne Sigmond en Marie-Anne Frenken was de wereldtitel een mooie opsteker. Zo vaak winnen hun verenigingen geen wereldtitels, en al helemaal niet op het gebied van vrouwenroeien. En natuurlijk, het was een niet-olympische bootklasse – iets wat ook de roeisters zelf benadrukten – maar de ploeg hunkerde stiekem naar internationaal eremetaal. “Ik had in mei een gesprek met Josy, en toen vroeg hij wat ik nou wilde”, vertelt Sigmond. “Toen zei ik dat ik graag een medaille wilde halen. De lichte dames dubbelvier is gewoon een echt ander veld dan de dubbeltwee, dus ik wilde het dan ook echt wel aanvegen, anders is het niet goed genoeg.”
De gouden medaille van de lichte dames dubbelvier onderstreept de waarde van een ervaren coach als Josy Verdonkschot op een noodlijdend programma. Na de gouden medaille van 2008 en de daaropvolgende breuk tussen de roeibond en Verdonkschot raakte het lichte damesprogramma in verval. Maaike Head en Rianne Sigmond pionierden vier jaar lang, maar die “zoektocht” had weinig grote successen. Echte overwinningen bleven uit. Op een handvol finaleplekken en deelname aan de Olympische Spelen van Londen na kwam het Nederlandse duo tekort ten opzichte van de concurrentie.
Met Verdonkschot aan het roer is er weer hoop dat het gat met de concurrentie gedicht gaat worden. In 2016 moet er weer goud worden gewonnen. En dat kan in de filosofie van Verdonkschot alleen als er vanuit een brede groep geselecteerd wordt naar een snelle lichte dames dubbeltwee. Dat de huidige groep over kwaliteit beschikt moge duidelijk zijn: Maaike Head en Lisa Wörner varen morgen de WK-finale, en hopen daarin te kunnen stunten – iets wat overigens zeker niet onmogelijk is.
Überhaupt blijken weinig dingen onmogelijk dit WK. Wie vooraf had gezegd dat Nederland negen olympische boten voor de finale zou kwalificeren was voor gek verklaard. En wie had geroepen dat Roel Braas (M1x) en Inge Janssen (W1x) zich relatief eenvoudig voor de eindstrijd zouden plaatsen was hard uitgelachen. Immers, was het niet zo dat de laatste mannelijke skiff-finalist op een wereldkampioenschap luisterde naar de naam Dirk LIppits, en was dat niet al elf jaar geleden? Bij de vrouwen was een dergelijk wapenfeit nog langer geleden. Irene Eijs roeide in 1994 naar de vierde plek overall en sindsdien wist alleen Hurnet Dekkers een WK-uitzending in de skiff te bemachtigen.
“Lekker toch”, vond Roel Braas dan ook van het skiffsucces, in het bijzonder zijn eigen resultaat. De roeier van Okeanos is volgens eigen zeggen nu al tevreden met zijn WK, aangezien hij zijn jaardoelstelling heeft gehaald. De enige mits en maar was zijn racetactiek in de halve finale. “Ik was nu vooral bezig met Georgi Bozhilov. Ik wilde zeker weten dat ik nog genoeg energie had om een eventuele aanval op te vangen. Ik moet nog wat meer durven. Uitgaan van mijn eigen kracht en niet kijken naar de anderen.”
Inge Janssen, die ondanks een wat afwachtende start gelijk afstand nam van de rest van het veld, moest diep in de buidel tasten om de finale te bereiken. “In de voorwedstrijd voelde ik me echt heel fit”, vond Janssen. “Deze halve finale was een stuk zwaarder. Ik wilde in de eindsprint nog naar de Oostenrijkse Magdalena Lobnig toe roeien, maar na drie halen heb ik dat idee al laten varen. Maar in de finale heb ik niks te verliezen. Een gezegde luidt dat wie in de finale ligt een medaille kan halen. Er zijn er voor Nederland dus een hoop op te halen.”
In overige media
NUsport: “Braas en Janssen naar finale WK roeien, goud voor lichte dubbelvier”
NOS: “Braas ‘vrij makkelijk’ naar finale”
AD: “WK-goud voor lichte dubbelvier”
Telegraaf: “WK-goud voor roeisters”
Evenement: World Rowing Championships
Datum: 25 augustus t/m 1 september 2013
Locatie: Chungju (KR)



