Blije gezichten op het podium van de ARB voor de foto, dat zeker. Stuk voor stuk toonden de acht roeiers van de Willem 3-combinatie zich verheugd met de nationale titel die ze net hadden gewonnen. Maar achter de schermen is het een heel stuk minder vrolijk. Er is onduidelijkheid en wantrouwen, er worden beschuldigende vingers uitgestoken en roeiers kijken lang niet altijd naar elkaar als ploeggenoten, maar ook als voorgetrokken individuen met iets teveel sterallures. Het rommelt met andere woorden binnen de ‘Junioren Holland Acht’, het prestigeproject dat Ronald Florijn, bondscoach van de junioren, een aantal maanden geleden lanceerde.
Florijn zelf erkent dat niet alles soepel verloopt; overigens een andere houding dan de louter positieve woorden die hij uitsprak over het project voor de camera van RoeiTV. Hij neemt het woord onderschatting nog niet in de mond, maar dat hij een pas op de plaats heeft moeten maken lijkt duidelijk. Daarnaast zal hij moeten accepteren dat hij niet zomaar zijn gang kan gaan zonder helder te communiceren waarom hij bepaalde stappen zet, hoe de selectie eruit gaat zien, wie er waarvoor worden uitgenodigd en wie de eindverantwoordelijke is voor de beslissingen. Want duidelijkheid lijkt de crux te zijn in het verhaal. De eigengereide houding die Florijn zo ver bracht als roeier werkt als bondscoach juist averechts. Dan kan je niet zomaar werken à l’improviste.
Een aanzienlijk deel van de frustratie binnen de ‘Junioren Holland Acht’ heeft te maken met de dominante positie die Willem 3 inneemt in het juniorenlandschap. De Amsterdamse vereniging is al sinds jaar en dag een grote speler op de markt: de beste junioren uit Amsterdam willen er graag roeien en weten dat ze er prima begeleiding krijgen. Die grote hoeveelheid topjunioren geeft Willem 3 een bepaalde machtspositie, en dat doet andere verenigingen die het juniorenroeien een warm hart toedragen pijn. Ze voelen zich soms machteloos in de schaduw van Willem 3. Het leidt tot frictie, zoals die er ook is binnen studentenroeiend Nederland. Daar wordt met gezonde en ook ongezonde afgunst naar Nereus gekeken. En ook daar wordt veelvuldig geroepen dat de roeibond partijdig handelt en één vereniging nadrukkelijk wordt voorgetrokken.
En toegegeven: de ietwat gemakzuchtige houding van Florijn helpt daarbij niet. Het feit dat de oud-olympisch kampioen Willem 3-coach Willem-Jan de Widt op het project heeft gezet voedde de geruchten en de vooroordelen. Florijn vindt de stap om De Widt bij het project te betrekken logisch: de voormalig Varsity-winnaar van Njord was met zijn Amsterdamse junioren de inspiratiebron voor de ‘Junioren Holland Acht’. Er werd op de Amstel hard en goed getraind, zag Florijn, en dat was een mooie basis voor een acht. Voor de Willem 3-junioren is dat natuurlijk een compliment, maar de overige junioren hebben vooral argwaan. Ze hebben niet het idee dat ze een eerlijke kans krijgen – zeker niet als ze De Widt, de onafhankelijke coach van de acht, hebben zien juichen na de overwinning van ‘zijn’ Willem 3-vier.
“We hebben gisteravond een gesprek gehad”, vertelt Florijn over de situatie. “Daarin hebben alle jongens kunnen zeggen wat ze wilden. Naar mijn weten is het toen uitgepraat. Iedereen ging volgens mij tevreden weg. Ik denk ook dat het goed is dat er over gepraat wordt. Iedereen doet dan wat water bij de wijn – de coaches, de roeiers. Wij hadden rond 1996 vrijwel dagelijks van dat soort gesprekken, en toen werd er ook met stoelen gegooid. Dat is hier helemaal niet het geval. Ik heb ook al tegen Willem-Jan de Widt gezegd dat het gezeik erbij hoort. Hoe succesvoller je bent, hoe meer gezeik er is.”
Maar succesvol is de acht nog niet. En de kou is al helemaal niet uit de lucht, zo laten de roeiers doorschemeren. Van tevreden weggaan was geen sprake, niet zolang er nog onduidelijkheid is. Dat er een toezegging is gekomen dat Diederik Simon mee zal gaan kijken tijdens de selectie is voor de wantrouwende roeiers een minuscule pleister op een grote wonde. Ze willen concrete afspraken hebben die nageleefd worden. Zo niet, dan zijn ze bereid om uit de selectie te stappen en het project ‘Junioren Holland Acht’ achter zich te laten. Liever een leuk seizoen en de Coupe de al Jeunesse dan meedoen aan een zaak die in hun ogen riekt naar doorgestoken kaart.
Florijn zelf lijkt zich van deze impasse niet bewust. Hij vergoelijkt de situatie, doet alsof het erbij hoort. Topsport is nu eenmaal gekonkel, zo zegt hij. Maar is dat wel zo? Dat selectieperikelen bij topsport horen is zeker waar, maar is het niet je rol als coach om die zo veel mogelijk in te dammen en de teamspirit te bewaken? En geldt dat niet in extremis voor juniorenroeiers, waarvan nog niet kan worden verwacht dat ze op een volwassen manier met teleurstellingen omgaan en waar plezier in de sport voor een groot deel bepalend is voor de toekomstige carrière? Als Florijn zich met de ‘Junioren Holland Acht’ daadwerkelijk wil spiegelen aan de succesploegen van weleer zal hij moeten hij accepteren dat gekonkel en onenigheid tussen coaches en roeiers lang niet altijd een onderdeel is van succes. Dat heeft Londen 2012 immers laten zien.
Foto’s van de ARB zijn te vinden op de website van Merijn Soeters.



