Column | Veiligheid

Archief

Afgelopen winter kwam een 13-jarig Duits jongetje op tragische wijze om het leven toen hij midden op de Alster in Hamburg omsloeg in zijn skiff. Koud water in combinatie met een coach die op meerdere pupillen moest letten werden hem fataal. Niet alleen de roeiwereld was in shock, maar ook de grote Duitse media als Bild en Die Welt reageerden verslagen. Hoe had dit die arme Lorenz kunnen overkomen? Naast de kwestie van de schuldvraag laaide bovendien een debat op bij onze oosterburen: moet er niet meer aan veiligheid worden gedaan binnen het roeien?

Hoewel er vanuit de Duitse roeibond nog geen definitief antwoord is gekomen op die vraag heeft één roeivereniging in Rendsburg – waar ook de jaarlijkse E.On Hanse Cup voor topachten wordt georganiseerd – alvast maatregelen genomen. Vanaf nu moeten junioren van de vereniging allemaal verplicht een reddingsvest aan als ze gaan roeien. Na verscheidene tests heeft de roeivereniging uit Noord-Duitsland een reddingsvest gevonden waarmee roeien goed mogelijk is. “In onze 130-jarige bestaansgeschiedenis is er nog nooit een ongeluk als dat in Hamburg gebeurd, en wij doen er daarom alles aan om herhaling te voorkomen”, aldus een woordvoerder van de Rendsburger Primaner Ruderclub von 1880.

In eerste instantie vond ik het een wat draconische maatregel. En met mij vrijwel iedereen die ik op het bericht wees. Toproeier, gelegenheidspeddelaar: iedereen vond het wat overdreven. Een ongeluk is immers precies wat de naam impliceert: een on-geluk. Door een weinig gelukkige samenloop van omstandigheden is iets mis gegaan. En aangezien ongelukken nu eenmaal in een klein hoekje zitten zijn de risico’s met de ingebruikname van een reddingsvest niet meteen verdwenen. En als ik toch bezig ben: waarom alleen junioren? Ook mensen op leeftijd die in een bootje stappen zou je als risicogroep kunnen bestempelen. Los daarvan zou je kunnen beargumenteren dat zo’n zwemvest de roeibeweging – en daarmee controle – in de weg zit. Stel je blijft achter een lusje haken en valt daardoor in het water.

Wij Nederlanders zijn misschien te nuchter voor reddingsvesten. Onze kinderen dragen geen fietshelmen. Wij groeien op met schoolzwemmen, leven in een land waar water en watermanagement een grote rol spelen. Sla om, ga aan je boot hangen en zwem ermee naar de kant – meer is er niet aan. We roeien dan ook op rustig kabbelende beekjes, kaarsrechte kanalen of zelfs speciale roeibanen. Het aantal verenigingen dat de rivieren trotseert is op twee handen te tellen. In Duitsland en met name ook Engeland is dat wel anders. Wandel in Londen langs de kolkende, deinende Theems en je ziet de ene na de andere roeivereniging – en overal is het verplicht om als stuurman of -vrouw een reddingsvest te dragen. Ook tijdens Henley Royal Regatta, een wedstrijd op een overwegend rustig gedeelte van de Theems, zijn zwemvesten verplicht. Health and safety voor alles.

Ondanks mijn sceptische mening ten aanzien van de reddingsvesten heb ik er de afgelopen dagen toch over veel over nagedacht. Ik werd daarbij een handje geholpen door de mening van Joop Alberda, voormalig topsportadviseur van de roeibond. Begin dit jaar was er een trial van de KNRB op het kanaal bij de Almeerse roeivereniging Pampus. Alberda maakte zich hard voor de veiligheid: hij eiste warmtedekens, wilde dat er een reddingsbootje paraat lag om eventuele omgeslagen roeiers zo snel mogelijk op te pikken. Bij zo’n lage watertemperatuur, zo dicteerde de oud-volleybalcoach, trad onderkoeling al na enkele minuten op. En dus moest het goed geregeld zijn. Niet alleen daar, bij Pampus, maar overal. Op de Bosbaan, bij de Willem-Alexanderbaan: overal.

In januari gleden de woorden van Alberda nog van me af. Veiligheid is een groot goed, maar overdrijven is ook een vak, zo vond ik. Maar misschien zijn we als Nederlandse roeiwereld wel vastgeroest in onze overtuiging dat we het allemaal al prima voor elkaar hebben en dat er niks hoeft te worden verbeterd op veiligheidsgebied. Misschien moeten we naast de op vrijwel alle verenigingen verplichte instructie over vaarregels, de omslacursussen in het lokale zwembad voor de jeugd en de winterregels bij de meeste burgerroeiverenigingen – niet roeien als het vriest, geen onervaren skiffeurs in de maanden december, januari en februari – wel meer doen. Niet alleen maar preventie, maar ook actieve ondersteuning. Hoeveel coaches hebben een veiligheidsdeken bij zich in de winter? Waar blijft de knappe kop in Delft, Eindhoven of Enschede die een reddingsvest ontwikkeld die je écht als een tweede huid kunt dragen? Een vest dat ook je lichaamstemperatuur op peil houdt?

De KNRB heeft op de website een hele sectie waarin veiligheid voorop staat. Van medische veiligheid tot aansprakelijkheidskwesties, en van binnenvaartreglementen tot rapporten. Helaas is het merendeel wat verouderd. Dat is wellicht ook illustratief voor de houding van ons Nederlanders – we kijken liever de kat uit de boom voordat we ingrijpen. Als het kalf – in dit geval een dertienjarig Duits jongetje, dat natuurlijk evengoed uit Nederland had kunnen komen – verdronken is dempt men de put. Veiligheid vinden we allemaal belangrijk, dat roept iedereen om het hardst. Maar hoe vul je die veiligheid in? Door de huidige situatie te handhaven – “er is toch niks mis?” – of met een (pro-)actiever veiligheidsbeleid? U zegt het maar.