Special | Soms is behelpen de charme van het verhaal

Archief

De klok slaat vijf uur. Terwijl het in Nederland al lang en breed donker is schijnt de zon nog lustig in Portugal. Rob de Rooij steekt met een glimlach een sigaret op. Hij woont inmiddels alweer 13 jaar in het land, was nauw betrokken bij de opkomst van de lichte succesroeiers Pedro Fraga en Nuno Mendes en kent het Portugese roeien inmiddels als zijn broekzak. De sport is er klein. Rolschaatshockey is populairder. En voetbal natuurlijk. “Daar verliezen we veel roeiers aan,” vertelt De Rooij. “Maar geef ze eens ongelijk: als je daarin je geld kunt verdienen is dat een aanlokkelijk perspectief voor iemand uit een arm gezin.”

Geld is een heikel punt in de roeisport vandaag de dag. Griekse toproeiers hangen hun riemen aan de wilgen doordat ze het niet meer kunnen betalen. Budgetten worden alleen in de rijkere en succesvolle landen hoger. En in Portugal gaat het verre van best. Echt goed in de slappe was zat men er nooit, maar de situatie is nu wel erg penibel. Wat heet: de Portugese roeibond is failliet en de scheidend voorzitter is er naar verluid met een grote zak met geld vandoor. Waar hij precies zit weet niemand. Misschien in een mooie villa op de Kaaiman-eilanden. Misschien wel gewoon in een huisje in de Algarve, verstopt voor de Portugese roeiwereld die naar hem op zoek is.

De Rooij haalt zijn schouders op over de geruchten. Hij weet er ook het fijne niet van. Voor hem is het politieke gekonkel dat in zuid-Europese sportbonden veelvuldig voortkomt ook helemaal niet interessant. Het gaat hem om de roeiers en roeisters die hij coacht, de individuen waar hij dagelijks mee in aanraking komt. En dat geld? Ach: roeien blijft in Portugal toch wel bestaan. Het is alleen een kwestie van jezelf kunnen aanpassen aan de situatie. “Als je in Nederland een kapotte boot hebt stuur je die ter reparatie naar Empacher of Filippi. Hier is dat niet zo vanzelfsprekend – we zitten in een uithoek van Europa. Toen Vidar hier vorig jaar trainde en een kapotte rigger had wilden ze een nieuwe bestellen. Voor zo’n ding hier is ben je zo twee weken verder. Dan kan je beter een lasser in het dorp vragen om te improviseren.”

Hij kan niet anders dan lachen om het verhaal. De 38-jarige De Rooij is inmiddels gewend aan de beperkte mogelijkheden in Portugal. Elk gehucht heeft weliswaar mogelijkheden om te roeien, maar de meeste roeiverenigingen in het land zijn klein en nieuwe leden zijn zeldzaam. Het is een sport van liefhebbers, nog meer dan in Nederland. En als je weinig te makken hebt dan ben je al gauw tevreden met de kleine dingen in het leven. “Ik denk dat Nederland daar nog wel wat van zou kunnen leren. Daar blijven de nieuwste boten vaak genoeg op de plank liggen omdat je die roeier van 75 kilo zogenaamd niet in een boot van 90 kilo kunt zetten. Dat is natuurlijk onzin, maar Nederland verkeert nu eenmaal in die luxepositie.”

Luxe kent men niet in Portugese roeien. De toproeiers hoeven niet te denken aan dure trainingskampen in het buitenland. Zonder korting zit een verblijf in het Portugese roei-kuuroord Avizaqcua, dat gerund wordt door voormalig lichte skiffeur Luis Ahrens Teixeira en waar de Nederlandse equipe nu verblijft, er ook niet in. Te duur. Des te knapper is het dat Pedro Fraga en Nuno Mendes afgelopen Olympische Spelen in de finale terecht kwamen van de lichte dubbeltwee. Met bescheiden budget meedoen met de grote jongens kan dus prima. De Rooij is maar wat trots op zijn voormalig pupillen. Al haast hij zich te zeggen dat hij ze slechts een zetje in de goede richting heeft gegeven en dat anderen, zoals Mark Emke, er een even grote – zo niet grotere – bijdrage aan hebben geleverd.

“Het zou mooi zijn als het Portugese roeien door de finaleplaats van Nuno en Pedro een boost krijgt”, zegt De Rooij. Sowieso hebben de successen die de twee roeiers hebben geboekt al wat veranderingen teweeg gebracht. Toen De Rooij in Portugal begon ruim een decennium geleden was het nog verboden om met combinatieploegen te varen. Nu is men er gelukkig achter gekomen dat het loont om goede roei(st)ers met elkaar in de boot te zetten. Maar ondanks die kleine stapjes vooruit weet De Rooij dat het Portugese roeien nooit echt groot zal worden. De kans is nihil dat er opeens een grote pot met geld beschikbaar komt. Rolschaatshockey zal altijd wel populairder blijven. Maar behelpen is ook de charme van het verhaal. Je doelen bereiken met de beperkte middelen die er zijn geeft aan het einde van de rit enorm veel voldoening.