Zit er toekomst in antifase-roeien?

Archief

In 2010 kondigde NLroei aan dat Anouk de Brouwer voor haar studie bewegingswetenschappen onderzoek ging doen naar asynchroon roeien. Specifieker: of het veelgehoorde argument dat het antifase-roeien qua coördinatie niet haalbaar was wel klopte. We zijn zeggen en schrijven bijna drie jaar verder en inmiddels zijn alle gegevens door de wetenschappelijke molen gehaald en staat de publicatie, Don’t Rock the Boat: How Antiphase Crew Coordination Affects Rowing, online voor de liefhebbers van feitjes, cijfers en wetenschappelijke bevindingen. Maar de vraag blijft: zit er toekomst in antifase-roeien?

Dat er met de conventionele manier van roeien energieverlies optreedt mag geen nieuws zijn: elke roeier voelt de boot versnellen en vertragen tijdens de haal en recover, en met de basiswetten van de natuurkunde kan worden verklaard dat het heen en weer bewegen van massa contraproductief is als het op (constante) snelheid aankomt. Genoeg voer voor roei-enthousiastelingen die graag over dit probleem filosoferen. Er zijn websites aan het ongelijk roeien gewijd en om de zoveel tijd is er wel ergens een lezing over het onderwerp. In de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw werd er al veelvuldig over syncopated rowing geschreven in kranten. De media had echter weinig op met de wirwar van riemen en bewegende lichamen – het zag er volgens hen niet uit.

Los van het esthetische verhaal is ook coördinatie een probleem. Voor roeiers is het namelijk niet eenvoudig om een beweging antifase uit te voeren. Logisch: uit de maat lopen is minder makkelijk dan in de maat lopen. De natuur houdt namelijk wel van gelijkheid: hang twee slingerklokken naast elkaar en ze zullen op een goed moment gelijk gaan lopen. Makkelijk is het inderdaad niet, weet De Brouwer. “Wij vroegen ons af of de concentratie die nodig is om antifase te blijven roeien een negatief effect heeft op de inspanning die je kunt leveren. Of je door veel na te denken dus minder hard kunt trappen. Maar uit onze testresultaten bleek dat dit niet het geval was.”

En dus zou het lonen om meer onderzoek te gaan doen. Want de ergometerexperimenten die De Brouwer uitvoerde zijn natuurlijk leuk, maar in de boot gelden weer andere wetten. De bewegingswetenschapster zal zich daar zelf niet meer mee bezig houden, maar Harjo de Poel, die samen met roeiwetenschapper Mathijs Hofmijster De Brouwer begeleidde in haar afstudeerproject, is wel van zins om er nader onderzoek naar te doen. De Poel gelooft in het asynchrone roeien. Wat heet: hij vertelde er zelfs over op televisie. Vorig jaar nog zat de Groninger aan tafel bij het programma Bureau Sport om uit te leggen hoe de asynchrone vork precies in de steel stak. Aan presentatoren Frank Evenblij en Erik Dijkstra vertelde De Poel zonder blikken of blozen dat het best mogelijk was dat we in 2016 roeiploegen voorbij zien schuiven die niet gelijk roeien.

“Ik denk dat het wat ver gaat om dan al asynchrone roeiploegen te zien”, zegt De Brouwer. “De roeiwereld is toch een klein beetje nostalgisch als het gaat om roeien. En daarbuiten ook. Toen we het onderzoek wilden laten publiceren in een sportwetenschappelijk tijdschrift werden we afgewezen omdat men het simpelweg niet zag gebeuren. Maar antifase-roeien kan wel gewoon. Ik heb een presentatie gehouden in Zeeland en daar hadden ze een drie-zonder liggen. Toen hebben we het geprobeerd met twee vrouwen en die roeiden zonder problemen asynchroon weg.”