Het jaar van de Willem-Alexanderbaan?

Archief

In de oproeibaan staan drie zwanen ietwat verloren te zoeken naar een stukje open water om in te zwemmen. Maar de Willem-Alexanderbaan is bijna volledig bevroren. Elke stap die de zwanen daarom zetten doet het ijs zingen, een zachte fluittoon die nagalmt over de bevroren vlakte. Voor de rest is het stil. Een stilte voor de storm? Misschien. Want stiekem moet het jaar 2013 het jaar van de Willem-Alexanderbaan worden. In 2014 trekt de Bosbaan alle aandacht al naar zich toe en het zou mooi zijn als de jongste roeibaan van Nederland goed uit de verf komt. Jan Katgerman, vanuit stichting Willem-Alexanderbaan verantwoordelijk voor de exploitatie van de roeibaan, hoopt in ieder geval dat de baan veel gebruikt gaat worden. “Al hoeven we dit jaar nog geen wonderen te verwachten”, vindt hij.

Er zijn vandaag weinig mensen te vinden rondom de roeibaan nabij Rotterdam. Jammer. Het winterse landschap leent zich uitstekend voor een mooie wandeling door de sneeuw – met of zonder hond. Overal is het wit, en het zonnetje schijnt lustig. Maar Katgerman is er van overtuigd dat het de komende tijd wel gedaan is met de stilte. Vanuit het hoofdgebouw op het Nely Gambon-plein wijst hij naar de overkant van de roeibaan. “Daarachter liggen de Rottemeren,” legt hij uit. “Zodra het ijs wat is aangegroeid gaat iedereen daar schaatsen. Maar ze zullen ook hierheen komen. Er staan hier straks tienduizend mensen op het ijs.”

Katgerman denkt graag groot. Hij is al twintig jaar betrokken bij de aanleg van een roeibaan bij Rotterdam maar werkte daarvoor jarenlang als reorganisator bij het havenbedrijf van Rotterdam. Daarin leerde hij anders denken: mogelijkheden en verbeteringen, geen problemen en stagnatie. Dat lijkt zijn credo te zijn, en daarmee timmert hij aan de weg wat betreft de Willem-Alexanderbaan. Vorig jaar werd die opgeleverd. Natuurlijk, de aannemers zijn nog met de laatste paar zeken bezig, maar voor de rest is alles pico bello in orde. “Komende lente, als het gras goed gegroeid is, zal je ook zien dat het er wat gezelliger uit ziet,” zegt Katgerman. “Nu staat het water ook wat laag, straks komt het zestig centimeter hoger te staan en wordt het gebied rond de oproeibaan wat drassiger. Goed voor de vogels, ja, maar die hebben we hier genoeg. We hadden zelfs even een ganzenprobleem: die vonden het riet, dat we uit Engeland hadden gehaald, zo lekker dat ze alles op hadden gegeten. Nu hopen we dat het dit keer wel blijft staan.”

Riet uit Engeland is niet het enige opmerkelijke aan de baan. Voor de aanleg werden – en dat is geen geheim – kosten noch moeite gespaard om een geheel te creëren dat de Olympische Spelen waardig was. Er was jarenlang inhoudelijk overleg met wereldroeibond FISA, er liggen glasvezelkabels over de bodem van de baan met het oog op de toekomst en er staat een gebouw met loodsruimte om u tegen te zeggen. En dan hebben we het nog niet eens over de professionele keuken die er nog komt, het speciale hittebestendige glas dat de loods scheidt van de rest van het gebouw en de douches die zichzelf doorspoelen om legionella te voorkomen.

U vraagt wij draaien. Maar aan al die indrukwekkend klinkende technische snufjes hangt wel een prijskaartje. En niemand, zeker de gemeente Rotterdam niet, zit te wachten op een dure baan die nauwelijks gebruikt wordt. Dus ligt de edele taak van de exploitatie in de handen van Katgerman en de zijnen. Ondanks de economische crisis en de winterse omstandigheden heeft eerstgenoemde er alle vertrouwen in dat het gaat lukken. “We hebben dit jaar zeven evenementen op de baan,” vertelt hij. “Niet alleen wedstrijdroeien. Er komt een benefiet-roeitocht voor Alzheimer in september. We hebben triatlons, zwemwedstrijden en er is contact met de schaatsverenigingen hier in de buurt. Iedereen is enthousiast over de mogelijkheden.”

Een van die personen is roeister Annick Taselaar. De geboren Rotterdamse roeide een aantal jaar voor Nereus, maar is nu weer terug op het oude nest. En net als veel anderen, zo vertelt Taselaar, was zij bang dat de Eendragtspolder een Harkstede 2.0 zou zijn – veel wind en daardoor moeilijk roeien. “Maar toen ik er laatst ging trainen heb ik gewoon heerlijk kunnen varen. Het fijne is dat je kan kiezen: als de wind van de ene zijkant komt ga je in de oproeibaan trainen, komt-ie van de andere kant dan ga je voor de wedstrijdbaan. Je kan sowieso allerlei kanaaltjes en watertjes in: het monotone heen en weer varen van de normale roeibanen kan je daarmee gelukkig wat verlichten. En ja, natuurlijk, als het spookt dan heb je op de Willem-Alexanderbaan ook last als roeier. Maar dat heb je overal.”

Het moet gezegd: de baan ziet er inderdaad indrukwekkend uit. Maar Katgerman is nog lang niet tevreden. Hij heeft grote plannen: intensieve samenwerkingsverbanden met de universiteiten van Delft, Rotterdam en Leiden, zodat sport en onderzoek met elkaar gecombineerd worden; bedrijven die komen vergaderen en roeien; razendsnelle draadloze netwerken zodat wedstrijden door toeschouwers goed te volgen zijn; een trainingssysteem met een paceboat die automatisch vaart en op die manier tegenstand kan bieden aan ploegen die het racegevoel willen verbeteren. Maar dat is allemaal toekomstmuziek. Voorlopig heerst de winter en komen er straks wellicht tienduizend schaatsers op bezoek. Gelukkig hebben ze ook daar over nagedacht. “We zijn nu al aan het bedenken waar we de koek en zopie-kraam neer gaan zetten,” lacht Katgerman.