Eerstejaars roeien is een flinke aanslag op je lichaam. Als gemiddelde tiener sport je misschien drie keer per week. Om dan opeens in een strak stramien terecht te komen van zeven dagen per week minimaal één keer per dag trainen vergt nogal wat van je lichaam. Geen wonder dat overtrainingsverschijnselen binnen het eerstejaarsroeien veelvuldig voorkomen. Wat heet: klachten aan rug en schouders zijn schering in inslag. Maar hoe groot is nu eigenlijk het probleem? Dat probeert Janine Stubbe, werkzaam bij TNO en de Hogeschool van Amsterdam, te achterhalen door dit seizoen onderzoek te doen bij een aantal studentenroeiverenigingen.
“Onderzoek klinkt natuurlijk gelijk heel ingrijpend, maar los van een paar kleine, periodieke testjes gaan we geen bijzondere dingen doen met de roeiers,” legt Stubbe uit. “We willen gewoon gaan monitoren wat er nu precies gebeurt gedurende het seizoen. In het begin ondergaan de roeiers een wetenschappelijk verantwoorde test om hun maximale hartslag te bepalen – dus niet het natte vingerwerk van 220 min de leeftijd. Met dat gegeven in ons achterhoofd kijken we elke maand hoe het er met het herstelvermogen voor staat door middel van een kleine submaximaaltest. De roeiers houden zelf ook een logboek voor ons bij.”
Los van de roeiers doet Stubbe ook onderzoek bij eerstejaars studenten van de ALO, waar mensen worden opgeleid tot leraar danwel lerares lichamelijke opvoeding. “Bij de ALO zien we een vergelijkbare situatie als binnen het roeien”, geeft Stubbe aan. “Eerstejaars studenten doen de ene na de andere sport. Turnen, hockey, voetbal, noem maar op. En dat vier uur op één dag. Voor iemand die voorafgaand aan zijn of haar studie aan de ALO maar drie uur per week sportte, is zo’n intensief programma een flinke aanslag op het lichaam en dus zie je ook daar veel blessures. De rollen tape zijn binnen de ALO dan ook niet aan te slepen.”
Stubbe werkt voor beide onderzoeken samen met de faculteiten bewegingswetenschappen in zowel Groningen als Amsterdam – op die laatste locatie onder meer met Matthijs Hofmijster, die veelvuldig roeigerelateerd onderzoek deed de afgelopen jaren. Met behulp van Hofmijster en de andere bewegingswetenschappers hoopt Stubbe in het vierde kwartaal van dit jaar al de eerste onderzoeksresultaten naar buiten te brengen. “Uiteindelijk is het de bedoeling dat we zo snel mogelijk met gegevens naar buiten komen. Het zou mooi zijn als alle studentenroeiverenigingen iets aan ons onderzoek zouden hebben en op basis daarvan hun roeiers beter kunnen begeleiden.”
Daar stipt Stubbe natuurlijk een belangrijk punt aan. Bij veel studentenroeiverenigingen is het eerstejaars coachen nog altijd een kwestie van trial and error. Gewoon proberen en dan zien waar het schip strandt. Als iemand de intensiteit niet aan kan, dan is dat niet zozeer een fout in de begeleiding, maar een teken van zwakte bij de roeier of roeister. En dat terwijl de gevolgen van een blessure flink kunnen zijn. Los van medische consequenties als een langdurige revalidatie of een operatie speelt natuurlijk ook studievertraging een rol. In negen van de tien gevallen loopt het natuurlijk niet zo’n vaart, maar toch: een beetje meer duidelijkheid en professionaliteit zou niet erg zijn. Want een fantastisch jaar als eerstejaars roeier wordt alleen maar leuker als je ook nog blessurevrij blijft.




