Vier december, de dag des (sport)oordeels. Vandaag trad NOC*NSF naar buiten met de verdeling van de financiële middelen voor in ieder geval het jaar 2013. In een eerder stadium was al duidelijk geworden dat de nationale sportkoepel de focus zou gaan vernauwen. Een handvol sporten, waaronder roeien, zou het leeuwendeel van de subsidie van NOC*NSF gaan krijgen. Maar hoeveel, dat was nog altijd wel de vraag. Vanochtend kreeg de KNRB duidelijkheid in die kwestie: in 2013 kan de roeibond € 1.4 miljoen verwachten (PDF). Daarmee ontvangt de KNRB gemiddeld meer dan € 170.000,- minder dan in de afgelopen olympische cyclus, maar is het wel de op drie na duurste sport in het rijtje.
Vergeleken met de vorige twee olympische cycli wordt voor de oplettende lezer duidelijk dat roeien een pas op de plaats moet doen. In de periode 2005-2008 kreeg de roeisport gemiddeld € 1.102.275,- per jaar te besteden. Dat is minder dan het bedrag dat de KNRB nu toegeschoven krijgt, maar eerstgenoemde bijdrage was op ongeveer tienduizend euro na de hoogste subsidie die door NOC*NSF uitbetaald werd aan de diverse bonden. Alleen zeilen, waaronder ook windsurfen valt, scoorde hoger. Ook in de periode 2009-2012 kreeg roeien relatief veel geld: € 1.572.787,-. Dat was ongeveer € 40.000,- minder dan de zeilsport maar nog altijd veel meer dan successporten als zwemmen en judo. Nu zijn die rollen omgedraaid – en dat is verre van toevallig.
Na de aanstelling van Alberda als topsportadviseur is de korting op het budget het tweede signaal van NOC*NSF dat er iets moet veranderen aan de mentaliteit en de professionaliteit van de roeibond. Van de tien sporten die de noemer ‘podium’ achter hun naam hebben staan gaan slechts drie bonden erop achteruit. Naast roeien wordt ook het wegwielrennen bij de dames gekort ( – € 69.717,-) en de langebaanschaatsers zullen het eveneens met wat minder centjes moeten doen ( – € 10.258,-). Maar het roeien spant toch echt de kroon wat betreft de geldstop. En dat moet voor de KNRB toch een beetje pijnlijk zijn. Het officiële persbericht kwam misschien daarom ook niet verder dan dat men zich beraadde op de consequenties. En ook Joop Alberda vond het moeilijk om een inhoudelijke reactie te geven op de cijfers van NOC*NSF.
“Ik kijk nooit naar geld,” reageerde Alberda. “Geld is een bijproduct van vertrouwen. Het gaat mij erom dat ik samen met de atleten en de coaches de beste cultuur voor de sporters neer kan zetten. Dat kost een bedrag X. Past dat binnen de genoemde € 1.4 miljoen dan is dat mooi. Zo niet, dan zullen we met NOC*NSF moeten overleggen om te kijken waar we heen gaan en in het uiterste geval of we roeien wel als podiumsport willen blijven zien. Dat zwarte scenario voorzie ik overigens niet. Ik ben hier niet gaan zitten omdat ik er niet in geloofde. Voordat ik begon als topsportadviseur wist ik al dat er veel potentie zat in het roeien. De komende drie maanden moet ik gewoon de best mogelijke structuur opbouwen en ik ga er vanuit dat als ik met een verstandig plan aanklop, alles goed komt.”
Inhoudelijk op de bijdrage ingaan kon Alberda volgens eigen zeggen niet, aangezien hij pas negentig uur aan de slag was als topsportadviseur. Maar een opmerking als die van de judobond – dat men ‘gehoopt had meer te krijgen’ – was sowieso niet op zijn plaats geweest. Je moet een gegeven paard immers niet in de bek kijken. De roeibond heeft nog altijd de beschikking over € 1.400.000,- in 2013. Dit bedrag, hoe je het ook vertaalt, blijft het op drie na grootste budget van alle 55 sporten in het rijtje. Bekaaid komt de KNRB er dan ook niet vanaf. En in periodes van crisis is het misschien wel goed om een keer kritisch te kijken naar de kosten die gemaakt worden. De lijn die onder René Mijnders werd ingezet, een insteek waarbij veel trainingskampen op zonnige locaties centraal leken te staan, is niet meer mogelijk. Met een grote groep equipeleden, reserves, talenten, coaches, masseurs en embedded scientists richting het luxe roeiers-kuuroord in het Portugese Avis zit er voorlopig niet in. Voor roeien geldt net als voor NOC*NSF dat er kritisch gekeken moet worden naar de bestedingen.
Wél een jammerlijke situatie is de absentie van een bijdrage aan het paralympische toproeien in het overzicht van NOC*NSF. De laatste jaren was er, voornamelijk door de instelling van een officieel paralympisch trainingscentrum bij roeivereniging Willem 3, een kleine opleving in het aangepaste roeien. NOC*NSF voorzag samen met de Johan Cruyff Foundation en de KNRB in een beperkte bijdrage waaruit een afvaardiging kon worden gestuurd richting wereldbekerwedstrijden en waaruit coach Paul Hartog kon worden betaald. Op structurele basis komt er echter geen vervolg voor het aangepaste toproeien als we de cijfers van NOC*NSF mogen geloven.




