Vraag een willekeurige Nederlandse roei(st)er waar Ondine ligt en hij of zij zal waarschijnlijk zijn schouders ophalen. Nooit van gehoord. Niet van de mythologische Germaanse waternimf wier vertrouwen beschaamd werd en al helemaal niet van de roeivereniging. En dat is ook niet gek: A.W.V. ‘Ondine’ is een van de vele verenigingen aan de Amstel in Amsterdam-Oost. In de schaduw van de Berlagebrug staat een kleine bruine loods met daarin 25 boten, een bescheiden onderkomen in vergelijking met mastodonten als Nereus, Skøll, Willem 3, De Hoop en De Amstel. Maar juist een van deze reuzen heeft een handreiking gedaan om het worstelende Ondine boven water te houden.
Ondine is dan ook geen gewone vereniging. Opgericht in 1950 is de naar de eerder aangehaalde waternimf vernoemde vereniging een officieel aan olie- en gasmaatschappij Shell gelieerde sportclub. Een roei- en zeilvereniging voor iedere Shell medewerkers die – tijdelijk of niet – in Amsterdam komt te werken en graag met collega’s in een boot springt. “Maar daarin schuilt ook het probleem,” legt voorzitter James McBrien uit. “De mensen die lid worden bij ons blijven meestal maar drie jaar bij Ondine, de tijd dat ze werkzaam zijn bij het R&D-centrum van Shell in Amsterdam. Daarna waaien ze weer uit richting Qatar, Pernis of naar andere locaties, of er komt andere veranderingen in hun drukke levens. Dan is het moeilijk om een stabiel ledenbestand op te bouwen. Maar hoewel dit gegeven voor onze besloten vereniging een rem is, willen we het unieke karakter van Ondine niet kwijt.”
En dat is begrijpelijk: Ondine is de een van de weinige bedrijfsroeivereniging die Nederland rijk is. Andere bedrijven maken gebruik van de diensten van verenigingen die door hen gesponsord worden. Hoewel je zou kunnen beargumenteren dat je zaken op zijn beloop moet laten, is het eigenlijk zonde als een uitzondering op die ‘bedrijfsroeien-regel’, Ondine, zou verdwijnen. Vandaar dat McBrien, op zoek naar oplossingen om zijn worstelende vereniging stabiliteit te geven, contact zocht met de overige verenigingen langs de Amstel. Een van de clubs die een luisterend oor bood was De Hoop.
“Primair wilden we helpen omdat het onze buren zijn,” vertelt Rogier Schellaars, voorzitter van De Hoop. “We hadden al een tijdje in de gaten dat het niet lekker liep bij Ondine, en wij willen ons sterk maken voor roeiend Amsterdam. De laatste jaren hebben we ook structureel overleg met alle Amstel-verenigingen om gezamenlijke belangen na te streven en dat werkt goed. Voor ons was het bovendien interessant om bekend te worden bij een groot bedrijf als Shell. Het is daarnaast een mooie uitdaging om meer werknemers binnen Shell aan het roeien te krijgen.”
Vanaf vandaag zijn Ondine en De Hoop daarom een samenwerking aangegaan: de roeiers van Ondine worden nu ook lid bij de buren 750 meter verderop, kunnen daar gebruik maken van de faciliteiten en met name meevaren in ploegjes in de hoop dat dit voor een positieve dynamiek zorgt binnen Ondine zelf. “Maar het is geen fusie,” haast McBrien zich te zeggen. “We zijn met Rogier al een tijdje bezig in een werkgroep om te kijken hoe we de komende tijd samen zullen werken en wat de details zijn in onze overeenkomst, maar het is niet zo dat Ondine opgaat in De Hoop. We blijven gewoon bestaan, maar helpen elkaar verder.”
Nog geen maand geleden presenteerde het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Roeibond tijdens de algemene ledenvergadering het nieuwe meerjarenplan waarbij samenwerking een belangrijke pijler was. Meer praten, meer overleggen, meer samen uitstralen wat de roeisport mooi maakt. Elkaar helpen als dat nodig is. Kennelijk is er op de achtergrond al een dynamiek bezig die gehoor geeft aan deze wens. Ook dat maakt de roeiwereld mooi.
In maart van dit jaar was Ondine al eens in het nieuws. In ‘Het Parool’ verscheen een artikel over de watersportvereniging die hoopte op betere tijden.
Foto’s



