Nadat alle boten, riggers en riemen op de botenwagen waren verdwenen, zegen de roeisters van de Nederlandse damesacht neer in het gras van het botenterrein. In de schaduw van de bomen genoten ze van een welverdiend; een extra prijs voor de goede prestatie eerder op de dag. De Nederlandse vrouwenacht, met Olivia van Rooijen als vervangster van de geblesseerde Nienke Kingma, stak namelijk met kop en schouders boven de andere ploegen uit. Daarmee lijkt het mislukte optreden tijdens de wereldkampioenschap pen in Bled enigszins weggepoetst. Een goed begin van het seizoen, dat vooral smaakt naar meer.
“We hoefden nauwelijks ons best te doen,” grapte Jacobine Veenhoven. “Aan het eind waren we helemaal niet moe. En die Britten waren alleen maar aan het huilen.” Gekscherend als die opmerking bedoeld was, stak er wel een kern van waarheid in. Ogenschijnlijk moeiteloos stormde de Nederlandse vrouwen over de finish. En Groot Brittannië moet terug naar de tekentafel. De ploeg was een schim van de boot die tijdens de wereldkampioenschappen in Bled de bronzen medaille won. De achterstand van vijf seconden op de Nederlanders was een flink pak op de Britse billen, te meer omdat vier van de acht Nederlandse dames al een race in de twee-zonder in de benen hadden.
Claudia Belderbos en Chantal Achterberg voeren iets meer dan twee uur voor de finale van de acht namelijk naar een prima vierde plek in de eindstrijd van de twee-zonder, en eerder op de ochtend moesten ook Annemiek de Haan en Carline Bouw aantreden in de B-finale van de twee. De roeisters van Skøll moesten daar hun meerdere erkennen in Roemenië en China, twee ploegen die over een prima palmares beschikken. De negende plek was misschien niet waar De Haan en Bouw op hadden gehoopt, maar het gaat dit seizoen ook niet om de twee. Het belangrijkste resultaat was de gouden medaille in de acht en de bijbehorende gele hesjes voor de leider in het wereldbekerklassement.
De Holland Acht was de enige andere ploeg die zichzelf in de medailles wist te roeien. De ploeg kwam extreem stroef uit de start, verloor een volle bootlengte in de eerste vijfhonderd meter, maar knokte zichzelf terug in de wedstrijd door een snelle tweede kilometer te varen. Met 2:46,31 deed de ploeg nauwelijks onder voor de 2:45,68 van de Duitsers. Groot Brittannië was in het tweede deel van de race zo ver ingezakt dat de Holland Acht slechts een puntje te kort kwam voor het zilver. Dat was dan ook de conclusie. “We hebben dit toernooi in drie wedstrijden goede dingen laten zien,” vertelde Sjoerd Hamburger. “Het is alleen jammer dat we dat niet in dezelfde wedstrijd doen. We kunnen hard starten, vandaag hadden we een hele sterke tweede kilometer, maar het moet allemaal nog beter. Maar ik ben wel van mening dat we de zilveren medaille hebben verloren.”
René Mijnders was niet zo kritisch. “Ik ben erg tevreden waar we nu staan,” zei de technisch directeur van de roeibond terwijl even verderop de Holland Acht werd gehuldigd. “Vooraf had ik getekend voor acht finaleplekken in olympische bootklassen, en twee medailles. Maar er is ook nog genoeg huiswerk te doen.” Mijnders doelde daarmee niet alleen op de afstand die de Holland Acht nog moet overbruggen richting Duitsland, maar ook op de andere finalisten. De mannen vier-zonder en de eerste Nederlandse mannen twee-zonder (Meindert Klem en Nanne Sluis) voeren een uitstekend toernooi met een vierde en een vijfde plek respectievelijk, maar er wachten nog grote spelers in de coulissen. Dus moeten er stappen worden gezet – zodra de laatste knopen over de selectie zijn doorgehakt. De resultaten lijken goed genoeg om Robert Lücken, Derk Noordhuis en David Kuiper te moeten teleurstellen, maar tot het moment dat met hen gepraat is worden er geen officiële bekendmakingen gedaan.
Mijnders gaf verder aan al contact te hebben gehad met Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF over het olympisch kwalificatietoernooi. “Ik heb hem voorafgaand aan de finales een overzicht gestuurd met de feiten. Maar we moeten snel rond de tafel om te kijken wie we naar het OKT gaan sturen: maandag moeten de inschrijvingen binnen zijn.” Voor twee ploegen, zo maakte Mijnders duidelijk, zal het geen probleem zijn om de gang naar Luzern te vinden. De resultaten van de lichte mannen vier-zonder, die vierde werd, en van de lichte vrouwen dubbeltwee, die als vijfde over de streep kwamen op minder dan drie seconden van wereldkampioen Griekenland, waren meer dan prima en lijken niet discutabel.
Dat geldt in zekere zin wel voor de vrouwen dubbeltwee en de vrouwen twee-zonder. De finaleplek van Ellen Hogerwerf en Inge Janssen was een prima prestatie, maar de eisen van NOC*NSF zijn streng: op een geschoonde lijst moet het duo minimaal bij de beste acht horen. En met een zesde plek zit de Orca/Proteus-combinatie wat krap in de marge. En de kwalificatie ‘talenten voor de toekomst’, zo maakt Mijnders duidelijk, is geen officieel argument. Daarmee impliceerde hij echter dat het officieus misschien wel meetelt.
Voor de vrouwen twee-zonder met Olivia van Rooijen en Wianka van Dorp is er een andere reden waarom de gang naar het OKT niet helemaal vanzelfsprekend is. De reserves voor de Nederlandse acht zijn nodig – zoveel bewijst de blessure van Kingma wel. Maar de prestatie was er in Belgrado niet naar. Dertiende overall is weinig bemoedigend voor een olympisch kwalificatietoernooi. En dus zijn er nog wat puzzelstukjes die moeten worden uitgedokterd de komende anderhalve dag. Voor de rest mag er een klein beetje genoten worden van de goede prestaties. Het goede begin is veelbelovend. Ook al is een goed begin, zoals een wijs spreekwoord luidt, maar de helft.
Evenement: World Rowing Cup I
Datum: 4 t/m 6 mei 2012
Locatie: Belgrado (SRB)




