College Utrecht kiest voor Rijnenburg mét roeibaan

Archief

Het Utrechtse college van burgemeester en wethouders bracht deze week de watersportbaan in de nieuwe woonwijk Rijnenburg een stap dichterbij. Beoogd wordt de watersportbaan deel uit te laten maken van een recreatiegebied en een waterberging die belangrijke onderdelen van de wijk worden. De Stichting Watersportbaan Midden Nederland (SWMN) is bijzonder verheugd over dit besluit van het college. Rijnenburg is binnen de Utrechtse regio de enige locatie waar de mogelijkheid bestaat om een dergelijke baan te realiseren. Eerder constateerde SWMN al dat er een breed politiek draagvlak is voor de plannen van een watersportbaan.

SWMN pleit sinds de jaren negentig van de vorige eeuw voor een watersportbaan in de regio Utrecht en liet onder meer een haalbaarheidsstudie uitvoeren. Op die watersportbaan zouden ‘schone watersporten’ zoals roeien, kanoën en zwemmen beoefend kunnen worden. Voor de waterberging van de nieuwe woonwijk is een grote waterplas nodig. In het gebied ligt de Nedereindse Plas. Die wordt mogelijk verlengd. De verlenging ervan biedt kansen voor water- en oeverrecreatie. Een wedstrijdroeibaan is ruimtelijk in te passen, maar voor een besluit hierover is nader onderzoek nodig naar de financiering en de mogelijke risico’s van de verlenging in relatie tot de bodemvervuiling. De beoogde baan kan gaan voldoen aan de standaard van de internationale roeifederatie.

Het is de bedoeling dat er in de stad Utrecht geroeid blijft worden, de (sub-)toppers kunnen te zijner tijd terecht op de watersportbaan die tevens dienst moet kunnen gaan doen als wedstrijdaccommodatie. SWMN verwacht dat binnen vijf jaar de accommodatie in gebruik genomen kan worden.

Het bestuur van SWMN bestaat uit Rik Vos (voorzitter), Gerben den Hertog (penningmeester), Willem van Schelven (secretaris), Hein van Drogenbroek, Steven Nieberg en Anne de Lange.

Naast de plannen in Utrecht zijn er initiatieven voor een roeibaan in Delft, Almelo en Nijmegen. Rotterdam verwacht in 2011 klaar te zijn met de internationale ‘De Willem–Alexander baan’.