Bij de wereldkampioenschappen roeien in Milaan hebben Gerard van der Linden, Ivo Snijders, Karel Dormans en Joeri de Groot een zilveren medaille gewonnen in de finale van de lichte vier-zonder-stuurman. Het was de enige medaille voor Nederland in een Olympische bootklasse. Er waren eveneens zilveren medailles bij de lichte dubbelvier vrouwen en de vier-zonder vrouwen. Van de negen Olympische boten die Nederland naar het mondiale toernooi had gestuurd kregen slechts de lichte vier-zonder-stuurman, de lichte dubbeltwee vrouwen en de skiff een Olympisch startbewijs.
Alleen Wereld- en Olympisch kampioen Denemarken bleef Nederland voor bij de lichte vier-zonders. “You have to believe in yourself and think that you are not afraid to loose but dare to win. It was something we really had to work on this time”, zei de Deen Thomas Ebert. Italië pakte het brons. Karel Dormans: “Ik dacht van te voren wel dat we voor brons in aanmerking konden komen. Ik hoorde tijdens de race de Duitsers ‘Italie!’ roepen. We lagen toen drie, ik dacht mischien kunnen we Italie nog pakken. Niet kijken en gewoon gaan. Na de finish keken we om ons heen. wat zijn we geworden? zilver!”.
De enige andere Nederlandse olympische boot in de finale redde het niet. Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk eindigden op de zesde plaats bij de lichte vrouwen dubbeltwee. Bij de laatste wereldbeker wedstrijd in Luzern waren ze nog winnaar van het wereldbekerklassement. Wereldkampioen Duitsland, ditmaal met Marie-Louise Dräger en Claudia Blasberg won het goud voor Australië en Roemenië. De Nederlandse lichtgewichten waren het gehele toernooi niet goed in vorm. Moeizaam werd via een derde plaats in de halve eindstrijd de finale gehaald. Coach Josy Verdonkschot zocht de teleurstellende prestaties in de inspanningsastma van Marit van Eupen en baannadeel tijdens de finale.
De mannen dubbelvier, brons op de wereldbeker in Milaan en zilver in Luzern, haalde tot ieders verbazing de finale niet. Michiel Bartman, Diederik Simon, Geert Cirkel en Gerritjan Eggenkamp gingen in de kleine finale voortvarend van start, maar na 1500 meter verdween plotseling de snelheid en zakte de ploeg ver terug om als laatste de eindstreep te passeren. De twaalfde plek was onvoldoende om voor het NOC*NSF aan de olympische limiet te voldoen. Doorvoor had de ploeg bij de eerste acht boten moeten eindigen.
Geen van de roeiers kon een oorzaak vinden. “Bij mijn laatste WK word ik gewoon laatste”, gromde Michiel Bartman. “Ik vind het zo absurd dat ik erom kan lachen, maar het is diep triest”, zei de roeier die in 1996 olympisch goed en in 2000 zilver won. “Het vuur moet wel branden. Nu is het met een blaasbalg de kolen warm houden.”
Ook Bartman’s ploeggenoot Simon had niet verwacht dat het verlies zo groot zou zijn. “Twaalfde! Dat is gewoon een lachertje. Dat we dan niet gewoon elfde worden. Ik ben hier niet geweest, dit zet ik niet op mijn CV”, zei Simon. De roeier met vrijwel dezelfde erelijst als Bartman, omschreef de tweede plaats in Luzern als een “enorme meevaller”. Simon: “De wereldbekerwedstrijden waren uitschieters naar boven. Onze basis was domweg te laag.”
Dirk Lippits, vorig jaar vijfde op het wereldkampioenschap in Sevilla, kwam niet verder dan een negende plaats. Hij stelde daarmee een olympisch startbewijs voor zijn boot echter veilig.
De weg naar de WK, dat kwalificerend is voor de Spelen, was verre van optimaal. Ad ‘ik ben de second opinion’ Oomen: “Lippits is een ‘meten-is-weten-figuur’. Gaat er iets fout, dan analyseert hij zich suf.” De 1,98 meter lange roeier stelde vorig jaar vast vast dat hij ruim voor WK 2002 in topvorm was. Dit seizoen maakte Lippits regelmatig een vermoeide indruk. Fysiek vonden Lippits en zijn huidige coach Lucas Evers echter geen duidelijke oorzaak. Nutteloos tape op de boot van Lippits werd verwijderd. “We hebben het gewogen. Scheelde honderd gram, dat is 0,01 seconde”, zei Oomen. Zelfs het dek werd afgeschuurd. “Dat zijn psychologische grammen”, erkende Oomen. “Want waar eindigt de fysische werkelijkheid en begint de psychologie – en dat dan voor een techneut?” Het schip weegt nu 14,6 kilo, nog steeds zes ons te veel.
De Nederlandse dubbeltwee van Froukje Wegman en Femke Dekker maakte geen schijn van kans in de B-finale. Vanaf de eerste haal lag Nederland kansloos op laatste positie. De eveneens als twaalfde geëindigde boot, had zich met een zevende plaats nog gekwalificeerd voor Athene 2004. Ook de dubbelvier vrouwen werd, met een negende plaats, definitief uitgeschakeld. Alleen voor de zevende plaats was voor het IOC nog een startbewijs te verdienen. De NOC*NSF eis, een plaats bij de eerste zes, was na de halve finale al niet meer haalbaar.
Irene Eijs, voorzitter dan de Commissie Toproeien zei mogelijkheden te zien voor één vrouwenboot die misschien via de olympische kwalificatie wedstrijden van volgend jaar de Spelen alsnog kan bereiken. “Als je niet over veel potentieel beschikt, moet je zeker niet gokken op twee ploegen”, aldus Eijs.
Bij de mannen moet Nederland volgens Eijs, zelf brons bij de Spelen van Atlanta, een dubbelvier of dubbeltwee met goede kansen kunnen formeren. “Ik zie een paar goede ploegen. Maar de route via het kwalificatietoernooi, dat is heftig, dat wil je liever niet.” De voorzitter van de keuzecommissie van de roeibond had lovende woorden voor de Groningen acht die vrijdag dertiende werd door de C-finale te winnen. “We moeten een traject vinden voor de mensen die zich niet hebben gekwalificeerd.”
De acht ging ten onder aan het eigen succes. De onbevangenheid waarmee de roeiers plannen smeedden voor de Spelen van 2008 gaf de jonge ploeg vleugels die onder druk bezweken. “Ik heb hier zelf een keer een finale geroeid waar we kansen hadden. We waren na twintig halen klaar omdat iedereen voor zichzelf zat te roeien. Juist in een acht kan het zo opeens misgaan. Ik ben ervan overtuigd dat dat nu ook is gebeurd”, sprak coach Mark Emke.
Joop Alberda kwam met eigen ogen de verrichtingen van de Nederlandse ploeg in Milaan volgen. De technisch directeur van het NOC*NSF vindt roeien de ultieme teamsport, maar ook een sport voor de ultieme indivualist. De roeibond zou eerst alle inspanning moeten richten op een acht en een skiff. En dan alles wat daar tussen in zit. Over de Groningen Acht zei Alberda: “De roeibond dacht toch niet: ‘Verrek we hebben een acht?’. Ik heb niet het idee dat die jongens vorig jaar zijn geboren.”
De Nederlandse prestaties kwamen dit wereldkampioenschap grotendeels van lichte roeiers. “Lichte roeiers zijn altijd bezig met voeding en vochthuishouding. Ze zijn de hele dag met hun sport bezig. Ze staan er mee op, en gaan ermee naar bed”, zei Alberda. Een goede vochtregulatie is belangrijk bij deze warme temperaturen. “Twee procent vochtverlies kan al funest zijn”.
Bij de niet-Olympische boten haalden twee boten een plaats op het podium. De lichte dubbelvier vrouwen met Mariel Pikkemaat, Danielle Broekhuizen, Anne van Drumpt en Judith van Os wonnen een zilveren medaille achter China. Ook vorig jaar veroverde Nederland in dit nummer het zilver.
De vier-zonder-stuurvrouw met Annemarieke van Rumpt, Laura Posthuma, Sarah Siegelaar en Helen Tanger won eveneens zilver, vlak achter Amerika. Duitsland pakt het brons. Vijf landen hadden zich aangemeld voor dit wereldkampioenschap. “Het is goed dat je in het kader van development de kans kan krijgen te racen in een toernooi als dit”, zei Bert Cocu.
Jeroen Spaans en Alwin Snijders, startende in de lichte twee-zonder-stuurman, eindigden op de vierde plaats. Een prima prestatie voor de reserves van de lichte vier-zonder-stuurman, die zich pas na Luzern in deze samenstelling kon voorbereiden op dit WK. Ook de lichte dubbelvier met Marten Bosma, Dylan van der Linde, Tristan Kramers en Wolter Blankert werd vierde, en viel daarmee net buiten de medailles.





