Zilver voor Joeri de Groot, Karel Dormans, Ivo Snijders en Gerard van der Linden. De enige andere Olympische boot in de finale, de lichte vrouwen dubbeltwee met Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk redde het niet. Zij werden zesde. De niet-olympische lichte dubbelvier vrouwen met Mariel Pikkemaat, Danielle Broekhuizen, Anne van Drumpt en Judith van Os won ook een zilveren medaille. De lichte mannen twee-zonder en lichte mannen dubbelvier eindigden beide op de vierde plaats.
De lichte vier-zonder-stuurman kwam voort uit een groep van dertien roeiers. Bij het Nederlands Kampioenschap Indoorroeien werd de groep verkleind naar 8 man. In januari is er in twee-zonders tegen elkaar ge-raced, later in vieren en dubbeltweeën. Er werd een lichte vier-zonder-stuurman samengesteld met Joeri de Groot, Karel Dormans, Jeroen Spaans en Alwin Snijders; en een lichte dubbeltwee met Gerard van der Linden en Ivo Snijders. Voor beide boten werd als doel gesteld olympische kwalificatie veilig te stellen.
Door een blessure van Alwin Snijders bleef de vier-zonder-stuurman bij de eerste wereldbeker wedstrijd in Milaan aan de kant. Joeri de Groot en Karel Dormans trainden al enkele weken noodgedwongen in de twee-zonder-stuurman, Jeroen Spaans stapte in de skiff. De Groot en Dormans wonnen de gouden medaille. Gerard van der Linden en Ivo Snijders kwamen in de dubbeltwee niet verder dan de B-finale.
“Bij de wereldbeker in Milaan bleek dat er een kleine kans was dat we de olympische kwalificatie misschien konden halen. De kans dat we het niet zouden gaan halen was echter veel groter”, zei Gerard van der Linden.
Coach Susannah Chayes besloot dat het beter was alle peilen te richten op olympische kwalificatie voor de lichte vier-zonder-stuurman. De dubbeltwee werd er voor opgeofferd. Er werd een vier samengesteld met Joeri de Groot, Karel Dormans, Gerard van der Linden en Ivo Snijders.
Van der Linden had geen spijt van het overstappen van de dubbeltwee naar de vier-zonder: “We zijn vier man die er altijd volledig voor gaan en nooit opgegeven. Het vertrouwen dat ik had in Ivo vond ik ook weer in de vier”.
Bij de tweede wereldbeker in München werd er een zilveren medaille gewonnen, vlak achter Wereld- en Olympisch kampioen Denemarken. “We hebben de hele winter extreem hard getraind. We hebben veel geselecteerd, dat waren moeilijke periodes. De basis ligt in het fysieke aspect en teamwork”, zei Karel Dormans, “We zijn pas heel erg hard gaan roeien, toen we wisten dat dit de vier was en rust aan onze kop hadden”
Via ‘seatraces’, waarbij Jeroen Spaans zich kon bewijzen tegenover Ivo Snijders, en Alwin Snijders tegenover Gerard van der Linden, bleek de boot niet verder versterkt te kunnen worden.
In Luzern, de derde wereldbeker, werd in een volledig bezet veld een vierde plaats behaald. De drie landen voor hen, Italië, Canada en Denemarken kwamen ongeveer gelijktijdig over de finish, met de Nederlanders daar ongeveer één bootlengte achter.
Met de zilveren medaille op dit wereldkampioenschap was de licht vier-zonder-stuurman de enige olympische boot op het podium.
Van der Linden probeert de verschillen op te sommen tussen hun voorbereiding en de andere boten. “We hebben in de winter veel alleen op de bosbaan getraind, op een rechte baan. Iedereen was verder op de Amstel aan het trainen, het was niet georganiseerd”. Ook fysioloog Jan Ulbrecht is voor de vier-zonder erg belangrijk. “We hebben precies gedaan wat hij heeft gezegd”. Vermoeidheid en overtraindheid werd door hem tijdig geconstateerd. Na de wereldbeker in Luzern had van der Linden meer rust nodig en heeft enige tijd rustig in de skiff ‘gepeddeld’ terwijl Dormans en de Groot stevig in de twee-zonder aan het roeien waren.
Van der Linden: “Technisch zijn er nog ongemakken. We nemen de Denen volgend jaar te pakken”.


