Twee keer was Isabel van Opzeeland donderdag op de EK Beach Sprint in Spanje dicht bij de volgende ronde. In de kwartfinale van de skiff scheelde het weinig met ervaren Magdalena Lobnig. Later op de dag ging het in de mixed double met Michiel Mantel opnieuw om een kleine marge: 0,55 seconde. De Duitse combinatie was uiteindelijk te sterk en zou later Europees kampioen worden.
Het zijn van die dagen waarop een roeier met lege handen van het strand kan lopen en toch tevreden kan zijn. “Ik heb alles eruit getrapt wat er nog in zat”, zegt Van Opzeeland. “Het was gewoon vol gas. We waren goed aan elkaar gewaagd en bij de keerboei ging alles goed. Ik heb de race gevaren die ik wilde varen.”
Lobnig was nét iets eerder op het strand. “Ik zag haar de finishlijn kruisen en dacht: shit, zo dichtbij. Toen vroeg ik me meteen af: wat had ik beter kunnen doen? Waar ben ik die seconden misgelopen?”
Het is een bekende reflex voor Van Opzeeland. Toch probeert ze daar tegenwoordig niet meer in te blijven hangen. “Ik kan gewoon terugkijken op een goede race waarin ik heb laten zien wat erin zit.”
Trots
Dat is een verandering in denken. Lange tijd keek ze vooral naar het resultaat. Was ze niet door, dan was het dus niet goed genoeg. “Ik wil gewoon mijn eigen race varen. Een race waar ik trots op kan zijn. Als ik over de finish kom, ongeacht de uitslag, wil ik kunnen zeggen: ik had het niet beter kunnen doen. Mijn insteek was altijd dat ik nog beter kon en dat het eigenlijk bijna nooit goed genoeg was.”
Van Opzeeland komt vanuit het vlakwaterroeien en traint pas enkele maanden volledig in deze discipline en weet dat ze zichzelf tijd moet geven. “Het is makkelijk om te vergeten dat ik pas net begonnen ben. Om ergens hoog te eindigen, kost soms wat stappen. Ik ben geen robot. Mijn batterij kan ook leeg zijn.”
Luuc
Een deel van het leren omgaan met wind en golven krijgt ze mee van haar broer Luuc, die vorige week voor de tweede keer wereldkampioen windsurfen werd. Isabel van Opzeeland keek als kind al bij de wedstrijden van haar broer. Nu vraagt ze hem soms om advies. “Hij is supergoed in het inschatten van waar de wind vandaan komt, een windvlaag op het water zien en begrijpen wat dat met de golven doet. Daar heeft hij me een aantal tips over gegeven.”
Ook haar tijd aan de University of Washington speelt daarin mee. In de USA werd ze gewend aan een cultuur waarin voortdurend werd getest en geselecteerd. Wekelijkse ergometertests bepaalden mede wie in welke boot terechtkwam. “Daar heb ik mezelf nog meer leren pushen. Dat is goed, want daardoor weet ik dat ik het kan.”
Hart
Maar ze leerde ook dat harder niet altijd beter is. “Ik heb in Nederland ook geleerd dat die harde kant alleen goed is zolang je in contact blijft met jezelf en luistert naar wat je lichaam nodig heeft.”
Voorlopig geeft ze coastal alle ruimte. Tegelijkertijd wil ze het vlakwater niet definitief achter zich laten. Na bijna twaalf jaar roeien op vlakwater is daarvoor nog altijd te veel liefde voor de sport. “Mijn hart is gesplitst over twee fantastische sporten.” De blik gaat ondertussen verder vooruit. Los Angeles is het grote doel, al weet Van Opzeeland dat daar eerst nog een belangrijke stap voor moet worden gezet. “Het zou natuurlijk supertof zijn als ik dat kan afsluiten met een medaille. Maar eerst moeten we ons daarvoor volgend jaar kwalificeren. Dat is het eerste doel.”



