Over twee jaar moet het gebeuren. Dan maakt beach sprint zijn olympische debuut in Los Angeles en wil Nederland om de medailles kunnen strijden. De Europese kampioenschappen in het Spaanse La Línea vormen voor de Nederlandse selectie een stap op weg naar dat doel.
Isabel van Opzeeland is op de EK dat gisteren begon nog volop in de race. In de CW1x plaatste zij zich voor de kwartfinales. Van Opzeeland had bij de time trial de derde tijd en won in de knock-outronde met groot verschil van de Oekraïense Kateryna Dudchenko.
Ook Erwin Wiltenburg bereikte de eerste knock-outronde. Hij plaatste zich met de negende tijd, maar werd later uitgeschakeld voor de kwartfinales door de Portugese Allison Russo. Later op de dag kwam Van Opzeeland ook nog in actie in de mixed double, samen met Michiel Mantel. Met een tijd van 2:32,95 eindigden zij als achtste, waarmee het duo zich op het nippertje plaatste voor de volgende ronde.
Julius van Oeveren werd in de eerste knock-outronde bij de junioren CJM1x uitgeschakeld. De in Italië wonende Nederlander verloor van zijn vriend, de Italiaan Davide Gazzola.
Stap
De resultaten in La Línea passen volgens bondscoach Bjorn van de Ende bij de ontwikkeling die de Nederlandse beach sprintselectie de afgelopen periode heeft doorgemaakt.
“Op de WK van vorig jaar stonden de Nederlandse ploegen nog niet structureel zo hoog”, zegt Van de Ende. “Dit seizoen hebben we een stap gezet. We zijn denk ik een ploeg in opbouw. De laatste wedstrijden zitten we wereldwijd een beetje rond de top tien, top twaalf.” De wereldkampioenschappen zijn volgende maand in Qingdao, China.
Van Opzeeland
De ambitie is duidelijk. “We willen de komende twee jaar verder ontwikkelen tot een ploeg die in Los Angeles om de medailles kan strijden.” Van de Ende noemt Isabel van Opzeeland als een van de opvallende nieuwe namen. Zij maakte vanuit het Talent Team kennis met beach sprint en bleek de discipline snel op te pakken.
„Ze verrast eigenlijk vanaf het begin af aan al. Op dit EK doet ze het ook goed. Zowel in de skiff als de mixed double zit ze nog in de race.” Ook Erwin Wiltenburg kent de discipline al langer. Hij werd als junior al meegenomen naar wedstrijden in beach sprint en heeft zich sindsdien sterk ontwikkeld. Volgens Van de Ende beschikt hij over eigenschappen die goed passen bij het sprintonderdeel. “Het is jammer dat hij net uitgeschakeld is voor de top acht dit keer. Daar willen we met onze roeiers al wel bij zijn.
Ontwikkeling
De beach sprint heeft de afgelopen jaren een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Internationale wedstrijden trekken steeds meer deelnemers en ook World Rowing zet nadrukkelijk in op de verdere groei van de relatief jonge tak van de roeisport.
In amper drie jaar tijd is het aantal deelnemende landen aan de wereldkampioenschappen beach sprint bijna verdubbeld, naar 51. Ook het aantal deelnemende boten is gegroeid, van 84 naar 106. Dat was overigens een lichte daling ten opzichte van 2024, toen 116 boten aan de start verschenen.
Wildcards
World Rowing heeft voor volgend jaar twee World Series-wedstrijden gepland. Per wedstrijd mogen zestien ploegen deelnemen. Hoe die zestien precies worden aangewezen, is volgens Van de Ende nog niet volledig duidelijk. Wel staat vast dat de uitslagen van het wereldkampioenschap een belangrijke rol spelen en dat er ook wildcards beschikbaar komen.
Van de Ende vindt het belangrijk dat beach sprint zich steeds meer ontwikkelt tot een zelfstandige topsport. De discipline heeft een ander karakter dan het klassieke roeien over twee kilometer. “Het is mooi dat het andere wedstrijden zijn dan het klassieke roeien. Daarmee wordt het ook meer een zelfstandige topsport.”
Vissen
Van de Ende ziet beach sprint niet alleen als een nieuwe olympische discipline, maar ook als een kans om het Nederlandse roeilandschap te verbreden. Op dit moment komen veel beachsprinters nog uit het vlakwaterroeien. “Je vist eigenlijk uit dezelfde vijver”, zegt hij.
Op termijn zou dat volgens hem moeten veranderen. “Je hoopt natuurlijk dat mensen gewoon in een vroeger stadium gaan kiezen voor coastal roeien. Omdat ze voelen: hier kan ik meer uithalen.” Een aparte opleiding voor beach sprint zou daarbij kunnen helpen. Specialiseren hoeft volgens Van de Ende echter niet al op jonge leeftijd.
Specialiseren
“Als je bijvoorbeeld als junior allebei doet, het klassieke roeien en beach sprint, dan word je gewoon breed ontwikkeld. Dan word je een sterkere roeier van. En op een gegeven moment kun je de keuze maken om je iets meer te specialiseren.”
Daarin ligt volgens hem ook een belangrijke investering voor de toekomst: niet alleen meer geld voor de topsport, maar vooral zorgen dat meer sporters de discipline kunnen ontdekken. “In de breedte moet beach sprint nog groeien.”
Ervaring
De Nederlandse selectie werd dit jaar samengesteld na profieltesten en selectietrials. Daarna volgden trainingen en wedstrijden, op basis waarvan de ploegen voor de EK’s en WK’s werden geselecteerd.
De komende periode staat vooral in het teken van ervaring opdoen. “Je ziet gewoon dat er afgelopen jaar nog steeds mensen in en uit kwamen in het team. We proberen steeds meer naar een vast team te werken.” Dat is nodig met het oog op 2027, wanneer de olympische kwalificatie echt vorm krijgt.
Kwalificatie
“Volgend jaar moet het gebeuren. Dan moet je je wel al plaatsen voor de Spelen.” Veel wedstrijden varen is volgens Van de Ende daarbij essentieel. Door ervaring leert men gewoon heel erg in deze sport. Net als met het vlakwaterroeien is het gewoon een kwestie van voldoende kilometers maken en ervaring opdoen.”
Van de Ende benadrukt dat een overstap vanuit het vlakwaterroeien niet meer zonder voorbereiding kan. “Het is niet zo dat ze even uit de WK-boot kunnen stappen en zonder training de WK kunnen doen in coastal roeien en dan kunnen winnen. Dat kon een paar jaar geleden nog wel, maar dat kan nu niet meer. Het idee dat de vlakwaterroeiers na de eerste week van de Olympische Spelen overstappen naar de beach sprint die een week later is, is niet realistisch.”
Kennis
De Nederlandse ploeg beschikt over de faciliteiten van het olympisch trainingscentrum en maakt gebruik van de aanwezige kennis, onder meer op het gebied van voeding en begeleiding. Voor de coastal roeiers zijn trainingskampen en hoogtestages echter nog niet structureel geregeld.
“Er wordt wel elk jaar steeds meer geïnvesteerd”, zegt de bondscoach. Tegelijkertijd kijkt hij naar mogelijkheden voor eigen sponsors, zodat beach sprint een nog duidelijker eigen gezicht kan krijgen. De ontwikkeling is volgens hem volop gaande. En juist dat maakt de discipline interessant. “Ik denk dat het echt een mooie toevoeging is aan de roeisport.”
Geweldig
Van de Ende kent het internationale roeien uit eigen ervaring. Hij begon als lichtgewicht en kwam in Rio de Janeiro uit in de lichte vier zonder, die daar voor de laatste keer op het olympische programma stond. Vijf jaar later keerde hij terug op de spelen, ditmaal in Tokyo met de zware mannenacht. Inmiddels richt hij zich als bondscoach op een discipline die in Los Angeles voor het eerst olympisch wordt.
“Ik heb een mooie kans gekregen een aantal jaar geleden. Ik vind deze sport echt geweldig. Het is een mooie toevoeging aan het roeilandschap”, zegt Van de Ende. „En het is natuurlijk heel leuk dat het nu op de spelen staat.” De Nederlandse beach sprintselectie heeft daarmee een duidelijk richtpunt. De komende twee seizoenen moeten vooral in het teken staan van ervaring, ontwikkeling en het opbouwen van een vaste ploeg. In 2028 wacht vervolgens het olympische podium in Los Angeles.
Alle EK-informatie staat hier.


