Met de NSRF Slotwedstrijden van vorig weekend werden ook de Eerstejaars en Development-klassementen afgesloten. NLroei telde alles bij elkaar op en doet een poging te duiden welke verenigingen het dit jaar opvallend goed deden en welke minder. Uiteraard deels scorebordjournalistiek omdat niet elke vereniging aan elk klassement mee deed, maar een vingerwijziging is het zeker. Conclusie: vooral Gyas en Laga doen het goed bij de relatief onervaren roeiers.
Het Eerstejaarsklassement ontstond begin jaren ’90 uit initiatief van het toen nog bestaande bondsblad ‘Roeien’. Inmiddels hebben zestien verschillende verenigingen een keer een klassement gewonnen en staat Nereus met in totaal 26 overwinningen verreweg als hoogste genoteerd in de geschiedenis. Ook dit jaar pakte de Amsterdamse vereniging met hun eerstejaars licht een titel. Met zeven overwinningen in tien races (eigenlijk moet hier de Heineken Roeivierkamp nog bij worden opgeteld toen de ploeg werd gediskwalificeerd) was de ploeg van coach Tobias Amman oppermachtig. Toch was het verder een mager jaar voor de ASR Nereus. Eerstejaars zwaar kwam niet verder dan een zesde plek en de voorheen vaak toonaangevende vrouwen pakten zelfs slechts elf punten in totaal. Als alle punten bij elkaar zouden worden opgeteld komt de vereniging desondanks nog op de vierde plaats, mede door het extreem hoge aantal punten (80) van Licht.
Winnaar van het fictieve klassement is Gyas. De Groningse vereniging is sinds een aantal jaar qua aantal leden Nereus voorbij gestreefd en dat lijkt nu ook te gebeuren bij het eerstejaars roeien. De laatste jaren is het Gyas al vaker gelukt klassementen te winnen. Hun professionele coach, Lieke Brons, richt zich enkel op de eerstejaars boten en is daar vooral procesbegeleider. Productief is het zeker met nu twee tweede plekken voor de zware mannen en vrouwen. Toch lijkt het lastig overal vooraan te strijden, want met eerstejaars licht wilde het bij Gyas dit jaar niet vlotten. Het lijkt te komen door de steeds verdere professionalisering. Elke enigszins zichzelf serieus nemende vereniging heeft tegenwoordig een profcoach in dienst en zeker het niveau in de breedte is daardoor de laatste vijf jaar flink toegenomen. Met meerdere ploegen er bovenuit steken is vrijwel onmogelijk geworden en veel lijkt dan af te hangen van de toevallige kwaliteit in de groep die er dan is. Bij de grotere verenigingen is de kans op succes dan ook groter dan bij kleine verenigingen.
Dat neemt gelukkig niet weg dat kleine verenigingen succesvol kunnen zijn. Argo bewees het dit jaar door het lichte vrouwen klassement met overmacht te winnen. Critici menen dat dit nog geen volwaardig klassement is, maar feit is dat inmiddels twaalf a dertien ploegen de moeite hebben genomen hier aan deel te nemen. Doordat de Wageningers ook in het zware veld goed zaken deed (vierde) komen zij in het fictieve klassement zelfs op een zesde plaats uit. Gedeeld door het aantal leden vermoedelijk de beste prestatie van allemaal. Het gaat voor een deel ook op voor Aegir dat er vlak voor als vijfde eindigt en het met name ook moest hebben van de lichte vrouwen. Ze houden daarmee beiden net Triton voor zich dat het vooral met de vrouwen goed deed en verder de punten redelijk allround binnen haalde. De Utrechtse vereniging moet het nu eenmaal vooral hebben van vrouwen wat niet gek is gezien het karakter van de (studeten)stad. Het gaat ook op voor Njord, dat onder leiding van Harmen Eefting keurig als derde eindigt, maar verder amper punten haalde bij de mannen. Lof moet er niet enkel zijn voor hoofdcoach Eefting, maar ook voor Marije Wabeke, die nota bene voor het tweede jaar op rij de winnende ploeg in het vrouwen klassement begeleidde.
Wat voor de vrouwen opgaat in Leiden en Utrecht, gaat voor de mannen op in Delft. Laga pakte dit jaar weliswaar geen klassement, maar werd wel twee keer tweede bij de mannen. Daarmee eindigen ze ook als tweede in totaal. De vereniging is de laatste jaren behoorlijk populair geworden en vaart in veel velden vooraan. Profcoach Peter Kolsters werd dit jaar daarbij geholpen door Peter Wiersum en het is de vraag zijn hoe het de Delftse vereniging vergaat als eerstgenoemde vertrekt (wat komend jaar gaat gebeuren). Ook bij de developmentklassementen roeide Laga bij de mannen vooraan (winst lichte mannen). Al nemen we daar het zware veld niet echt serieus omdat vanwege Henley sommige goede ploegen dit lieten schieten. Enige wat bij Laga nog minder lukt is de doorstroom richting de absolute top. Het winnen van de Oude Vier is nog ver weg en vooralsnog blijft Olivier Siegelaar de enige roeier in de nationale equipe. Ondanks de winst van Proteus bij de Head en een betere klassering bij de Varsity is Laga hen op deze gebieden nog duidelijk te goed af (bij de eerstejaars slechts 11e). Gyas had ook sterke boten bij de development-mannen en laat zien ook op dat gebied progressie te hebben gemaakt. Alleen de vrouwen lopen wat dat betreft nog een beetje achter.
Bij het development-klassement van de vrouwe was Orca de grote winnaar met een eerste en tweede plek. Ook bij de zware mannen (derde) kwamen de Utrechters goed mee. Het vormde een groot contrast met de abominabele prestaties van de eerstejaars ploegen (in totaal slechts zes punten en daarmee 19e en laatste van alle verenigingen in Nederland). Niet geheel toevallig werd hun profcoach (Marloes van der Weide) enkel op de middengroepen gezet. Orca omringt zich op die ondankbare plek met kleine verenigingen als Saurus (10 punten), Euros (13), Phocas (19) en Thêta (25), maar ook Skadi eindigt opvallend laag (13e). Allen verenigingen met profcoaching overigens. Dat gold (inmiddels is er een vacature) overigens niet voor Okeanos dat met twee goede lichte ploegen desalniettemin prima voor de dag kwam. Apart geval is overigens Vidar. Het won het klassement bij de zware mannen maar voor de rest pakte het amper punten. Het bevestigt het eerder geschetste beeld dat dankzij of ondanks profcoaching het verschil tussen winnen en verliezen dicht bij elkaar kan liggen.


