Door de roeiwereld werd reikhalzend uitgekeken naar het begin van het nieuwe roeiseizoen. Bij de Winterwedstrijden kon men eindelijk zien hoe onder andere de eerstejaars ploegen zich tot elkaar verhouden. Daarnaast was er een interessante ontmoeting in de skiff tussen enerzijds Roel Braas en anderzijds de dissonanten Ruben Knab en Stef Broenink, die zich buiten de roeibond om aan het voorbereiden zijn op de dubbeltwee.
Laatstgenoemde roeier van Njord bleek verrassend de snelste. Niet Braas maar zijn ploeggenoot Knab zat hem uiteindelijk het dichtst op de hielen. Maar ook dat had hij niet echt zien aankomen. “Op Njord doen we met de vereniging elke zaterdag stukken hard en dan is het vaak stuivertje wisselen tussen ons. Maar Ruben is echt een racer dus ik had verwacht dat hij sneller zou zijn” sprak de Leidenaar na afloop. Op basis van zijn slechte opening bij de Hel van het Noorden had Broenink zich voorgenomen nu wel hard van start te gaan. “Dat lukt me nu goed en gelukkig heeft mijn sterke middenstuk er niet onder geleden.” Wel had hij wat last van de omstandigheden. “Het was een flinke klotsbak en er stond een venijnige wind, maar ik kan eindelijk het stereotype ontkrachten dat ik alleen een krachtroeier ben, want ik vind mezelf eigenlijk best soepel in de skiff” aldus een lachende Broenink.
Braas kende echter veel meer moeite met het weer. “We moesten 50 minuten wachten voor de start en ik was helemaal verkleumd. Na de eerste kilometer was het eigenlijk al klaar. Ik voelde mijn handen niet meer en ging daardoor knijpen in mijn riemen waardoor het helemaal meer nergens over ging.” Uiteindelijk waren er naast Broenink en Knab nog vijf skiffeurs sneller. In het laatste stuk had Braas de boel eigenlijk al opgegeven. Zijn bravoure was de voormalige hovenier echter nog niet kwijt. “Ik heb even naar de tijden zitten kijken en normaal gesproken ga ik in tempo 22 nog harder, dus zorgen maken, doe ik niet.” Toch zal het niet helemaal lekker zitten bij de boomlange nationale skiffeur. Bij de nationale indoorkampioenschappen moest hij ook opgeven wegens rugproblemen en een dag later zag hij op social media dat concurrent Broenink thuis zijn persoonlijk record had verbeterd. Nu bleek laatstgenoemde ook nog sneller in de boot. Braas reageerde echter laconiek. “Ik kan wel wat tegenslag hebben hoor. In trainingen gaat het echt goed. En als je zoals ik gewoon alles start, kan je ook wel eens verliezen. Maar ik doe in elk geval gewoon mee.” Daarmee verwees de Noord-Hollander naar de A-equipe die vanwege hun trainingsschema al maandenlang geen wedstrijden starten.
Broenink kon echter niet lang genieten van zijn winst. Een dag later bleek de dubbeltwee met Knab namelijk nog niet op snelheid. De twee-zonder van Mitchel Steenman en Rogier Blink bleek na vijf kilometer zelfs wat sneller dan het nieuwe duo. “De tijd viel tegen inderdaad, maar ik vind het lastig negatief te zijn over de dubbel, omdat we elke training beter gaan en we tot nu toe vooral hebben geskifft.” Blink was uiteraard zeer opgetogen over zijn race. Na alle commotie over hun nieuw opgestarte project in de twee, wilden de bronzen medaillewinnaars van het WK uit 2013 graag wat laten zien. “Ik ben inderdaad wel opgelucht. René (Mijnders, red.) geeft nieuwe dingen om aan te werken en zit er strak op. We hebben lekker kunnen draaien en het licht kunnen houden. Voor ons is dat vrij nieuw” aldus de Groninger.
Voor de eerstejaars ploegen vielen voor het eerst punten te behalen. Nadat Gyas oppermachtig was gebleken bij de NK Indoorroeien, bleek in Delft juist die andere Groningse vereniging het beste. Met een tweede plaats bij licht, een derde stek bij zwaar en eigenlijk ook een overwinning bij de lichte vrouwen (wegens hinderen werden zij teruggezet naar plaats vier) pakten zij als vereniging de meeste punten. “Het is mooi om te zien dat de nieuwe structuur bij ons eerstejaars roeien nu zijn vruchten afwerpt. Twee jaar terug hebben Martijn (Witteveen, red.) en ik de hele instroom, de afroeiperiode, de selectie en het schema tegen het licht gehouden en deze zo aangepast dat het roeien voorop stond, los van alle mores en tradities. Gaandeweg hebben we dingen aangepast die niet werkten” aldus Niels van den Bovenkamp, al jaren verantwoordelijk voor de zware mannen. De voormalige stuurman van de Holland Acht stipte daarbij ook de belangrijke rol van de profcoach aan. “Dat zijn de mensen die als het goed is langer aanblijven en voor continuïteit kunnen zorgen.” Dat het niveau mede daarom in de breedte bij de eerstejaars flink is toegenomen, bleek ook uit de kleine verschillen bij vooral de mannen velden. Bij lichte zaten de eerste vijf ploegen binnen zes seconden en in het zware veld eindigden maar liefst vijftien ploegen binnen 25 seconden.
In hun kielzog van Aegir pakte ook Gyas (dominant bij de zware vrouwen) en Triton (verdeeld over alle ploegen) veel punten. Datzelfde gold voor Argo, dat met een tweede plaats bij de zware mannen en winst bij de lichte vrouwen als relatief kleine vereniging flink indruk maakte. Opmerkelijk tegenvallend was het roeien van Nereus, de vereniging die decennia lang toonaangevend was als het om eerstejaars roeien ging. Daar kon zelfs de winst van de lichte acht geen verschil in brengen. Een elfde plaats bij de vrouwen en zelfs veertiende bij de zware mannen (ook de lichte vrouwen vielen flink tegen met een negende stek) zal niet eerder zijn voorgekomen en hard zijn aangekomen bij de corporale club uit de hoofdstad. Ook andere sterke verenigingen van voorheen als Laga en Orca pakten amper punten. Gelukkig voor hen blijft het eerstejaars roeien en kan het over een kleine drie weken bij de Heineken Roeivierkamp weer helemaal anders zijn.



