‘LASER’ staat er in koeienletters op de grote stalen deur. Daaronder de boodschap om vooral niet binnen te komen als het apparaat daadwerkelijk aan staat. Voor je het weet gebeuren er in het Delftse laboratorium immers vervelende ongelukken. Je zou bijna gaan denken dat het Arnoud Greidanus eens is overkomen. Dat hij op een onbewaakt ogenblik een keer zijn werkplek binnen is gestapt, de laatste roeitraining nog aandachtig overpeinzend, en dat hij toen onder invloed van gammastraling en ionendeeltjes is getransformeerd tot de gespierde Jerommeke die hij nu nog altijd is. Als een Hulk zonder de groene huid en het agressieprobleem.
Maar roeien is geen stripverhaal. En Arnoud Greidanus heeft gewoon keihard moeten werken om aan de top te komen. Een top die hij ook bereikt heeft: wereldkampioen in 2007, en in 2012 kwam daar ook nog eens WK-zilver bij. Bovendien stond hij tot tweemaal toe op het podium tijdens een wereldbekerwedstrijd in de olympische discipline lichte mannen vier-zonder (Amsterdam 2007, Luzern 2013). Alleen de Olympische Spelen bleven buiten bereik. Het meest dichtbij kwam hij in 2008: als reserve ging hij mee naar Peking om daar een wedstrijdje voor spek en bonen te varen in de lichte skiff. “Kennelijk was ik niet goed genoeg voor de Spelen”, concludeert Greidanus nuchter.
De aanloop naar Peking bij de lichte mannen is inmiddels berucht. Aan de vooravond van de Spelen wordt de vier-zonder – tot dan toe bestaand uit Gerard van der Linden, Ivo Snijders, Marshall Godschalk en Greidanus – plotseling opengebroken en komt Paul Drewes in de ploeg ten koste van Greidanus. Een bijzonder pijnlijke beslissing, te meer Greidanus zelf had aangedrongen op een nieuwe selectie. “We moesten dat seizoen finales varen”, vertelt Greidanus. “Als dat niet lukte, dan hadden we afgesproken dat we de ploeg zouden openbreken. Toen de finales uitbleven wilde niemand opnieuw selecteren behalve ik. Ik heb er bij Paul ook op aangedrongen dat hij zich daarvoor hard moest maken.”
Het leidde uiteindelijk tot slaande deuren. Greidanus stormde na het slecht-nieuwsgesprek met coach Susannah Chayes woedend het bondsbureau uit. “Het verschil tussen mij en Marshall Godschalk was marginaal”, vertelt hij over de selectie. “Uiteindelijk heeft Rob Robbers als onafhankelijke deskundige de knoop doorgehakt. De klik in de ploeg was volgens hem beter met Marshall.” De beslissing was moeilijk te verteren voor iemand die aan alle voorwaarden van de selectie had voldaan. Achter alle door Susannah Chayes vereiste testresultaten kon Greidanus een vinkje zetten. Misschien was hij te aardig, filosofeert hij nu hardop. Misschien durfde hij te weinig zijn kop in de wind te steken, terug te blaffen als hij het vermoeden had dat er teveel bokkensprongen werden gemaakt.
Inmiddels heeft Greidanus er vrede mee dat het hem niet gelukt is zijn droom waar te maken. Maar pijn doet het nog steeds, het feit dat hij nooit aan dat ultieme sporttoernooi mee mocht doen. Hij, een van de sterkste roeiers die Nederland bezat. Vijf keer tweede tijdens de Nederlandse Kampioenschappen Indoorroeien, vrijwel altijd met een goede tijd. Goed voor 6:12 in zijn hoogtijdagen. Iemand van het adagium ‘niet lullen, maar poetsen’. Of beter: ‘als je hebt gepoetst, kun je maar beter nog eens extra poetsen’. Hard blijven werken, stampen tot je een ons weegt, doen wat de coach van je vraagt. Als het niet makkelijk gaat, dan beuk je je een slag in de rondte. Dat is Arnoud Greidanus in een notendop.
Nou ja, dat was Arnoud Greidanus. Want de vaak wat botte bijl die hij jarenlang hanteerde heeft hij inmiddels naast zich neergelegd. “Pas de laatste twee jaar ben ik meer op gevoel gaan roeien”, vertelt Greidanus. “Van beuker naar roeier, zou je kunnen zeggen. Ik weet inmiddels van mezelf hoeveel ik moet trainen, wat ik moet doen om fit te zijn. Ik moet zeggen dat die manier van werken me heel goed bevallen is. De afgelopen twee jaar voelen ook als een mooie afsluiting van mijn carrière. Trainen onder Rob Jonkman, het zilver met Joris Pijs in de twee-zonder en vorig seizoen die bronzen medaille in de lichte vier: dat zijn mooie dingen. Ik heb voor mezelf in ieder geval nog één keer bewezen dat ik in dat boottype hard kan varen.”
En waarom zou hij zich ook bezig houden met die ene vervelende episode uit zijn leven? Hij heeft daarna genoeg mooie dingen meegemaakt, zeker de afgelopen jaren. Hij besloot na 2008 te gaan genieten van het roeien, voornamelijk te varen voor zijn plezier. Geen krankzinnige inweegavonturen meer, geen extreme trainingsdruk, lekker ontspannen op zoek naar de perfecte haal. En zo lig je dan opeens in de finale van het WK in 2012 en vaar je de race van je leven. Versla je Fransen waar je vroeger altijd tegenop keek. En ja: je komt een fractie van een fractie te kort voor die tweede wereldtitel. Maar na zo’n eindsprint is zilver ook mooi. Het is immers zilver met een gouden randje.
Dat alles ligt nu in het mooie verleden waar Greidanus op terug kan kijken. De 32-jarige roeier uit Delft heeft volgens eigen zeggen al een paar maanden geen riem aangeraakt. Hij zit, vijf meter voorbij dat gevaarlijk uitziende bordje met ‘LASER!’ erop, tegenwoordig te werken aan nieuwe ontwikkelingen die de roeiers van de toekomst moeten helpen. Trots vertelt hij over zijn apparatuur, die hij persoonlijk zo precies heeft gemaakt dat hij verschillen van een half procent kan meten. Bijna belachelijk nauwkeurig houdt het apparaat bij hoeveel stroomweerstand bepaalde materialen ondervinden. Daar, zo weet hij inmiddels na een roeicarrière van ruim twaalf jaar, ligt het geheim van de sport. In de fijne, subtiele dingen die het leven soms veel makkelijker kunnen maken.
Voor meer roeifoto’s kun je terecht bij Merijn Soeters.




