Professioneel roeier zijn. Genoeg junioren, studenten en zelfs equipe-leden dromen er van. Betaald worden om dag in dag uit je haaltjes te maken op de Bosbaan of de Willem-Alexanderbaan, of om wedstrijdjes te komen varen. En die droom is haalbaar: vandaag de dag kom je met een topsportstatus van NOC*NSF al een heel eind, en genoeg wedstrijden betalen prijzengeld waarmee je ook prima uit de voeten kunt. Maar nog geen dertig jaar geleden was dat uit den boze: tot 1988 moesten sporters met olympisch ambities amateur zijn, en niet betaald worden voor het roeien. Roeien voor geld, hoe haalde je het in je hoofd?
In de ouderwetse idealen van de olympische beweging was namelijk geen ruimte voor professionele sporters. Het draaide om liefhebberij, niet om de verloedering die geld en commercie met zich meebrachten. Volgens de bobo’s van toen zat het publiek absoluut niet te wachten op professionele sporters. Toen de klassenverschillen in de loop van de 20e eeuw langzaam maar zeker verdwenen werden vanaf 1972 steeds meer stappen gezet om de professionele sporters ook toe te laten tot de Spelen. Vanaf 1988 gingen de poorten definitief open – voor de meeste sporten dan. Professionele boksers en worstelaars mogen nog altijd niet meedoen aan het grootste sporttoernooi ter wereld.
Waren er dan helemaal geen roeiers die betaald werden voor hun diensten? Natuurlijk wel. Sterker nog: samen met boksen is roeien een van de oudste sporten waarvoor mensen werden betaald. Roeiers hadden tot 1957 zelfs hun eigen wereldkampioenschap, het World Sculling Championship, waarbij het vooral draaide om de skiff. Hoewel de officiële geschiedenis van het WK teruggaat tot 1962 – toen wereldroeibond FISA in Luzern de eerste editie van het evenement op poten zette – moeten we veel verder terug in de tijd voor het eerste WK voor professionals. Bijna honderd jaar om precies te zijn: in 1863 werd er, na ruim dertig jaar onderlinge potjes tussen Britse atleten, voor het eerst een internationaal wedstrijdje professioneel geroeid tussen de Australiër Richard Green en de Brit Robert Chambers.
Een van de beroemdste professionele roeiers wereldwijd was Ned Hanlan, een Canadese showman die van zijn driehonderd roeiwedstrijden slechts zes keer verloor. Ook werd hij liefst zeven maal professioneel wereldkampioen – in vijf jaar tijd. Omdat de regerend kampioen moest worden uitgedaagd voor een World Sculling Championship kon het gebeuren dat er meerdere keren per jaar werd geroeid om de titel. Hanlan won zodoende tweemaal in 1882 en tweemaal in 1883. In 1885, 1887 en 1888 (2x) werd hij bovendien tweede. Een van de redenen waarom Hanlan won was overigens simpel: hij was een van de eersten die een rolbankje en een draaiende dol gebruikte terwijl zijn tegenstanders het nog veelal bij vaste bank hielden. Hollywood zou roei-icoon Hanlan om deze en andere redenen uiteindelijk eren, zij het wel op discutabele wijze met Nicolas Cage in de hoofdrol van de film ‘The Boy in Blue’, door sommigen betiteld als “one of the worst biopic performances in history”.
Hoewel het professionele roeien oorspronkelijk draaide om kwartjes en dubbeltjes, ging het halverwege de negentiende eeuw al om serieuze bedragen. Chambers, winnaar in 1863, streek met zijn zege liefst £ 400,- op, een fiks bedrag voor die tijd. De prijzenpot groeide bovendien steeds verder, zeker in de roeihoofdstad van de wereld, Londen, waar roeiers rond het jaar 1900 bedragen konden winnen van om en nabij de £ 5.000,-. Geen wonder dat dit tegen het zere been was van de nobele, vaak aristocratische achterban binnen de roeisport. Mensen die op geld belust waren hoorden niet in het roeien thuis, zo vond men. Olympische roeiers die zich daarom in het verleden als sporter hadden laten betalen, hoeveel ook, konden dan ook rekenen op reprimandes. Uitsluiting, royement, inlevering van de medailles: niks was te gek.
Ook in Nederland is er een dergelijk akkefietje geweest. De gevierde roeier Constant Pieterse, tijdens de Spelen van 1924 (skiff) en 1928 (dubbeltwee) voor Nederland uitkomend, werd door zijn voormalig coach namelijk beticht van het aannemen van geld. Hoewel Pieterse wordt vrijgepleit door de Nederlandse roeibond, loopt de zaak volledig uit de hand. De ledenvergadering van De Hoop ontneemt Pieterse na een stemming het erelidmaatschap en hij wordt persona non grata in de roeiwereld. Hoewel meerdere personen in de loop van de jaren hebben geprobeerd Pieterse in ere te herstellen is dat nooit gelukt. De details omtrent de zaak zijn overigens nog altijd niet opgehelderd.
Klik hier en scroll helemaal naar onder voor een mooi, uitgebreid wedstrijdverhaal over de wereldtitelrace tussen Ned Hanlan en Edward Trickett in 1880. Een race waarbij winnaar Hanlan expres zigzaggend over de streep kwam en waar de Australische fans zoveel geld op in hadden gezet dat er achteraf een fonds moest worden opgericht om hen weer naar huis te krijgen.



