Je kunt technisch directeur Hessel Evertse niet verwijten een gebrek aan passie te hebben. En ook geen gebrek aan spreekstof. Tijdens de officiële kick-off van de nationale roei-equipe, gisteren in het olympisch trainingscentrum aan de Bosbaan, weidde Evertse uitgebreid uit over zijn plannen. Over de potentie van de equipe, de verantwoordelijkheid van de roeiers om die potentie waar te maken, de noodzaak om samen te werken aan elkaars mindere punten en vooral niet op de lauweren te rusten na het succes van 2013. “We hebben alles gevierd, nu moeten we weer verder”, aldus Evertse.
De kick-off, zo begon Hessel Evertse, was eigenlijk een maand te laat. Maar de KNRB zit in financieel zwaar weer en dus moest eerst daar orde op zaken worden gesteld. Niet alleen was het een relatief duur jaar met een grote equipe die naar de andere kant van de wereld moest, maar ook drukken de afkoopsom van Antonio Maurogiovanni en in de ziektewet zittende coaches als René Mijnders en Susannah Chayes volgens Everts op de begroting van de roeibond. “Bij terugkomst lag er een brief van NOC*NSF op de mat”, ging de technisch directeur verder. “Na een goed jaar als 2013 hoop je dan op iets positiefs, maar we kregen te horen dat we juist vijf procent extra werden gekort. De bezuiniging op topsport komt overwegend op het conto van de focussporten.”
En roeien is nu eenmaal een van de topsporten van sportkoepel NOC*NSF. Gevolg: € 100.000,- minder te besteden. Ondanks de grootse woorden van Joop Alberda, die beweerde dat de hoge heren in Papendal heus wel over de brug zouden komen als het topsportprogramma van de KNRB duurder zou uitvallen, moet de kaasschaaf dus tevoorschijn worden gehaald. Tel bij de korting van NOC*NSF ook zaken als tegenvallende Lotto-opbrengsten op en een uitblijvend extraatje van hoofdsponsor Aegon, dat zich dus lang niet op alle fronten laat lenen als suikeroom, en je komt uiteindelijk op een krimp van € 250.000,- op de topsportbegroting. Geen bedrag dat je als technisch directeur zomaar opzij schuift, ook al heb je in 2014 te maken met een gunstig jaar met een WK in eigen land.
Maar Evertse was ondanks deze knauw positief. Hij ziet – en wil vooral zien – de potentie van de groep met roeiers en coaches. “We hebben volgens mij de beste roeiers van Nederland hier verzameld”, vertelde hij aan de groep toehoorders, die naast roeiers en een handvol journalisten ook bestond uit de mensen van het bondsbureau om het teamgevoel van de KNRB te benadrukken. “We hebben de beste coaches van Nederland. We hebben de Bosbaan als mooie trainingslocatie. Er wordt gebouwd aan een nieuw OTC wat straks twee keer zo groot is. We hebben een nieuw botenplan opgesteld, met mooie deals met Empacher en Filippi waardoor we binnen nu en drie jaar op alle fronten topmateriaal hebben.”
Aan de voorwaarden ligt het volgens de technisch directeur dus niet. Dat er ongetwijfeld nog fouten worden gemaakt – Evertse refereerde hierbij aan de tegenvallende lichte vier-zonder tijdens het WK in Zuid-Korea – is niet erg. Als de fout maar niet nogmaals gemaakt wordt. Dat coaches als Diederik Simon en Josy Verdonkschot in veel opzichten water en vuur zijn maakt ook niet uit: het is een kwestie van elkaar aanvullen, willen leren van elkaar, beter willen worden. De nieuwe toevoegingen aan de groep – er zijn zo’n vijftien roeiers en roeisters uitgenodigd om met het Aegon Nationaal Roeiteam mee te mogen trainen – zijn geen bedreiging voor de huidige toppers, maar zijn er voornamelijk om talent door te ontwikkelen voor Tokio in 2020.
Want een topsporttraject duurt nou eenmaal tien jaar, doceerde Evertse, en hij ging verder met zijn uitgebreide college topsport. Tachtig procent van de medaillewinnaars van Londen 2012 had een jaar eerder tijdens het WK ook een medaille. De enige ploegen die het olympisch kwalificatietoernooi roeiden en daarna in de prijzen vielen in Londen waren ervaren roeiers. Andere punten waar Evertse op hamerde: er moeten zoveel mogelijk wedstrijden worden geroeid, want er zijn nu eenmaal “belachelijk weinig wedstrijden” in een jaar. Dus naar de Hel met z’n allen eind deze maand. De KNRB moet niet willen gokken op toevalstreffers. Het gaat om gedegen voorbereiding: voorafgaand aan het toernooi de juiste hoeveelheid arbeid verrichten, alles uit de dag willen halen, en tijdens het toernooi de risicofactoren als ziekte en blessures uitschakelen. Prestatiebevordering en prestatieverlies in de juiste balans.
De vele cijfers en staatjes die Evertse tijdens zijn presentatie gebruikte waren weliswaar overweldigend en het verhaal duurde lang, maar zelfs de meest sceptische toehoorder zou op basis van de voordracht moeten concluderen dat voor de groep niet alleen een begeisterde technisch directeur stond, maar ook een realist die zich na WK-goud en vele finaleplekken verre van rijk rekent. Het was daarom jammer dat de meeste roeiers en ook een aanzienlijk deel van de coaches het niet nodig vonden om naar Evertse te luisteren – terwijl het verhaal toch voornamelijk aan hen gericht was. De boterhammen en gebakken eieren waren kennelijk veel interessanter.
Die op zijn zachtst gezegd brutale houding is niet alleen ironisch gezien de boodschap van Evertse – “als roeier heb je je eigen toekomst in de hand, als je je aandacht er maar bij houdt” – en diens focus op het functioneren als team, maar ook is het typerend voor de Nederlandse roeiwereld. Hier stond een gepokte en gemazelde sportmanager te praten – vooruit, als een professor te oreren – en de Nederlandse equipe en begeleidingsstaf voelde zich te goed om even braaf te luisteren of in ieder geval te doen alsof. Die in zichzelf gekeerde, onprofessionele houding was nog geen jaar geleden oorzaak voor NOC*NSF om orde op zaken te stellen. Of waren we dat alweer vergeten?




