Pannenkoeken met spek. Dat was het avondeten van Daan Klomp en Bart Lukkes donderdagavond. En de dag ervoor, lacht Klomp, heeft hij uitgebreid gebarbecued om zijn negentiende verjaardag te vieren. Niet dat ze dagelijks zo’n eetfestijn voor zichzelf organiseren, natuurlijk, maar spareribs en spek staan normaliter überhaupt niet op het menu van een lichte mannen dubbeltwee – zeker niet een week voor het eindtoernooi. Maar Lukkes en Klomp hoeven gelukkig geen moeite te doen om op gewicht te zijn. Het gaat vanzelf, net als hun roeien samen. “Bij een dubbeltwee weet je het vanaf de eerste haal”, vertelt Lukkes. “Of het klikt, of helemaal niet.” En bij Lukkes en Klomp klikt het.
Het is enige tijd geleden dat Nederland een lichte mannen dubbeltwee had die voor het podium kon gaan tijdens een WK onder 23. In 2005 werd er veel verwacht van Jaap Schouten en Tim Heijbrock, maar dat tweetal kwam, tot teleurstelling van beide roeiers, niet verder dan een vijfde plaats in Amsterdam. Voor de laatste medaille moeten we daarom terug naar het jaar 2002, toen Gerard van der Linden en Ivo Snijders zilver wonnen in Genua. Niet dat Lukkes en Klomp overigens per definitie aanspraak maken op eremetaal. Makkelijk is het namelijk nooit in de lichte mannen dubbeltwee.
“Pas na de eerste wedstrijd kunnen we eigenlijk zeggen wat het doel wordt”, zegt Lukkes, vooruitblikkend op het toernooi in Oostenrijk, dat voor hen op donderdag zal beginnen. “Als blijkt dat er vijf landen beter zijn dan wij, en we worden daarom zesde kan ik daar vrede mee hebben. Maar als we er midden in liggen dan wil ik ook graag op het podium komen. We weten dat Denemarken sterk is. En de Duitsers zijn goed, die hebben echt een verschrikkelijk goede start. Als ze zouden willen liggen die zeven seconden voor ons op de duizend meter.”
Maar, zo vult Klomp zijn maatje aan, ook de Nederlanders kunnen inmiddels hard starten. Nu alle tentamens achter de rug zijn trainen Lukkes en hij eindelijk structureel samen op de Bosbaan en is hun oorspronkelijk zwakke start verbeterd. Marit van Eupen, die deze zomer de scepter zwaait over de groep talenten, plakt vrijwel dagelijks nieuwe printouts op de loodsdeuren in Amsterdam. De tijden van de groep SB’ers worden gerangschikt op snelheid. Wie het hoogste percentage scoort ten opzichte van de gouden standaard voor het WK onder 23 komt bovenaan. Lukkes en Klomp staan samen met lichte skiffeur Frans Goutier continu in de hogere regionen. Op basis van de percentages zweven ze rond een tijd van 6:21 – medaillesnelheid.
Ergens is dat vreemd. Lukkes en Klomp kwamen namelijk bij toeval bij elkaar. Nadat Klomp tijdens het NK Klein derde werd achter Vincent en Tycho Muda en tot Nederlands SB-kampioen werd gekroond, mocht hij van bondscoach Jeroen Spaans kiezen wat hij wilde doen. De skiff kon altijd nog, zo redeneerde Klomp. Waarom niet een poging doen om een dubbeltwee aan de praat te krijgen met Lukkes? Het bleek een succesvolle zet. Tijdens de bondstrial dit voorjaar was het gelegenheidsduo Lukkes/Klomp een van de twee ploegen die de limiet haalde voor het WK onder 23. En niet zomaar – met hun tijd baarden ze opzien. Van toevallige instapcombi zijn ze, mede dankzij de snelheid en de resultaten die ze sindsdien etaleerden, inmiddels omhoog geschaald tot potentieel medaillewinnaars.
“Als we er 250 meter voor het eind naast liggen weet ik dat het goed zit”, vertelt Klomp. “We hebben gewoon een heel goede eindsprint. Nou ja, op de zondag van de Holland Beker na dan.” Klomp en Lukkes lieten zich toen verschalken door een aantal ploegen die ze zaterdag nog inpakten met hun karakteristieke harde eindschot. Dat soort dingen zijn leermomenten – eens maar nooit meer. Klomp laat doorschemeren dat hij, na zijn deelname aan de Coupe de la Jeunesse in Linz in 2011, niet nog een keer naar Oostenrijk gaat om zomaar in de finale afgetroefd te worden.
En waarom zou dat ook gebeuren? Klomp en Lukkes zijn exponenten van een nieuwe generatie lichte roeiers. Een talentvolle groep, voor wie de vermogenslat niet op 6:20 ligt, maar ruim daar onder. Want om te wedijveren met de internationale roeiwereld is meer kracht nodig, kan niet langer worden geleund op techniek en handigheid. En om iedereen scherp te houden is meer diepte nodig in de nationale lichte roeiwereld. Achter de Muda’s en de lichte vier-zonder moet een groep jonge wolven klaarstaan om de boel op te jagen. Om, als de alfa’s van de roedel teveel achterover leunen, de stukken vlees van het bord te grissen en zo de hiërarchie te tarten. Gelet op het dieet van Lukkes en Klomp kan je zeggen dat het met die rolverdeling wel snor zit.
Evenement: World Rowing Under 23 Championships
Datum: 24 t/m 28 juli 2013
Locatie: Linz (AUT)



