De vrouwenacht was gisteren zonder twijfel de meest besproken Nederlandse ploeg. Het achttal moest in de voorwedstrijd aantreden tegen Wit-Rusland, Australië en Groot-Brittannië. Na een curieus akkefietje bij de start waarbij de Nederlandse acht in de verkeerde baan ging liggen verliep de wedstrijd ook allesbehalve normaal. Al na 100 meter zakte de Nederlandse ploeg terug naar tempo 18 om de twee kilometer vervolgens in light paddle te voltooien. Hoewel de hoge heren en dames van FISA zich realiseerden dat dubbel starten ten grondslag lag aan het optreden van de Nederlanders, waren ze not amused. Sportiviteit staat bij het roeien hoog in het vaandel.
De keuze van de Nederlandse acht was ergens te begrijpen. Zes van de roeisters – de vrouwen vier-zonder plus Karien Robbers en Ilse Paulis uit de dubbelvier – moesten op donderdagmiddag nog een herkansing varen. Jezelf in een relatief onbelangrijke voorwedstrijd over de kling jagen is dan onverstandig. Maar er is een verschil tussen niet racen en niet racen. De Nederlandse acht hield nu wel heel opzichtig de benen stil. Zou je van een stel goed getrainde dames niet mogen verwachten dat ze in tempo 24 over de baan gaan? Ook bondscoach Marit van Eupen beaamde dat het wat gezapiger was geweest dan ze had verwacht. Liever had de voormalig lichte roeister het dan ook anders gezien. “Maar met het oog op de herkansing en alles wat er al gebeurd is was rustig varen de enige oplossing.”
Maar ook met gespaarde benen bleek de Nederlandse vrouwen dubbelvier niet in staat om via de herkansing (wederom) tot de finale door te dringen. Roemenië en Nieuw-Zeeland waren beiden een paar maten te groot en ook Frankrijk eindigde voor het Nederlandse kwartet. Meer dan de B-finale zit er dus niet in, en de roeisters en coaches zullen nu nog meer dan anders balen van de knullige misser van dag één. Als de boot wel op gewicht was geweest, zaten ze in de finale. Duitsland lacht ondertussen in het vuistje – ook zij hadden in de herkansing waarschijnlijk het onderspit gedolven tegen de sterke Nieuw-Zeelanders en Roemenen. Door de fout van de Nederlanders zitten zij echter wel in de medaillestrijd.
De vrouwen vier-zonder redde het gelukkig wel in de herkansing. De sterk gestarte ploeg met Monica Lanz, Rosa Bas, Margriet Lantink en Annemarie Bernhard lag vrijwel de hele race in kansrijke positie, maar moest in de laatste 200 meter alle zeilen bijzetten om de Roemenen van het lijf te houden – geen makkelijke opdracht gezien de warme, vochtige omstandigheden in Linz. Maar de Nederlandse dames kweten zich mede dankzij hun agressieve race prima van hun taak, al was de voorsprong op de streep minimaal: Nederland kwam in 6:40,02 over de streep, Roemenië slechts acht tienden van een seconde later (6:40,80).
Wat de overige Nederlandse ploegen betreft was het roeien in Linz-Ottensheim nog een beetje aan de flauwe kant. Het ontbreekt de SB-ploegen aan scherpte; juist de agressie die de A-equipe in Luzern kenmerkte moet nog doordringen tot de wat meer onervaren roeiers onder 23 jaar. En willen de Nederlanders in de medailles eindigen dan is juist die hardheid nodig. De topploegen in Linz zijn diegenen die er vol in vliegen en in dat opzicht een volwassen manier van racen laten zien: na de start niet uitzakken naar baanhaal maar door blijven sprinten richting de finish. Rücksichtlos gaan tot de eerste plaats is bereikt, en vanuit die positie controleren.
De race van de mannen acht onderstreepte de wat afwachtende houding van de Nederlandse ploegen nog het meest. De ploeg startte vrijwel on-Nederlands hard en lag na 500 meter voor op de concurrentie. Halverwege de wedstrijd ging de agressie echter plotseling overboord, zakte het tempo een aantal tikken en verloor de SB-acht gelijk terrein op de Polen en later ook de achten van Tsjechië en Groot-Brittannië. “Jammer”, luidde de mening van coach Peter Kolsters over de voorwedstrijd, daarmee de analyse van zijn roeiers beamend. “Ze kunnen twee kilometer lang varen zoals ze de eerste 500 meter voeren – gewoon beuken, niet denken over mooi roeien. Ik weet niet of ze de finale anders wel gehaald hadden, waarschijnlijk niet, maar ze kunnen beter dan dit.”
Ook de lichte Nederlandse mannen dubbeltwee met Bart Lukkes en Daan Klomp liet zich halverwege de wedstrijd wegbluffen door hun Duitse tegenstand, terwijl ze er in de start nog prima naast bleven. “De eerste 750 meter was heel sterk”, blikte Klomp terug. “Rond de 800 meter begon het een beetje te rommelen en toen hebben we het laten lopen om energie te sparen.” De voorsprong van het lichte tweetal was inderdaad voldoende om kwalificatie af te dwingen, maar er zal wat meer peper in moeten willen de lichte mannen in de finale komen of daar iets in de melk te brokkelen hebben. En die boodschap is niet alleen aan hen, maar ook aan de rest van de equipe besteed.
Evenement: World Rowing Under 23 Championships
Datum: 24 t/m 28 juli 2013
Locatie: Linz (AUT)


