Alleen met duidelijke regie gaat SB-roeien verder komen

Archief

Die ene laatste stap. Dat is wat er volgens Marit van Eupen aan ontbrak bij de Nederlandse SB-equipe op het WK onder 23 om meer finales te halen. Desalniettemin kon ze niet anders dan concluderen dat de roei(st)ers er uit hadden gehaald wat er in zat. De (tijdelijke) bondscoach onder 23 jaar zag vier van haar tien ploegen finale halen, en keerde uiteindelijk met twee medailles naar huis. Hoewel de opdracht niet werd gehaald – daarvoor had vijftig procent van de boten in de finale moeten liggen – was het resultaat volgens de voormalig lichte roeister voldoende, vooral omdat de SB-equipe overwegend jong en onervaren was. “Maar als je goed kijkt zie je wel dat de beste resultaten voortkomen uit de ploegen die tijdens de trial zijn geselecteerd”, zegt Van Eupen.

Daarmee wil de 42-jarige Amsterdamse volgens eigen zeggen aangeven dat het in het huidige systeem nog wat aan structuur ontbreekt. Ploegen gaan pas op een relatief laat moment met elkaar trainen, en de voorbereiding op een toch wel significante eindronde als het WK onder 23 is daardoor gebrekkig te noemen. De oplossing? Een duidelijkere regie, een strakker plan, beter communiceren. Het zijn vraagstukken waar technisch directeur van de KNRB Hessel Evertse zich de komende tijd al over zal moeten buigen. Bovenal zal hij moeten doorgronden hoe en in welke mate de KNRB de controle over het SB-proces heeft. Als Evertse dat antwoord niet tijdig vindt, dan is het al snel te laat voor het volgende WK onder 23 in Varese.

De beoogde structuur van Joop Alberda voorzag erin dat coaches van de A-equipe zich ook met het SB-roeien gingen bemoeien. Maar vooralsnog komt er van dat alles niet bijzonder veel terecht. Op wat ruggespraak en verzoeknummers vanuit de top van de coachlaag na heeft het er alle schijn van dat de verantwoordelijkheid op het bord van (nog lang niet allemaal even soepel draaiende) RTC’s en de bijbehorende verenigingscoaches komt te liggen. En laten dat nu juist goedbedoelende individuen zijn die overwegend net zo weinig ervaring hebben met eindtoernooien als de gemiddelde studentroeier. Voor dat soort mensen is een heldere aansturing nodig; niet een bondscoach die pas eind april wordt aangesteld voor een aantal maanden. Hoewel Van Eupen in Linz door liet schemeren dat ze wel oren heeft naar een langere aanstelling als bondscoach voor de talenten, is het vooralsnog onduidelijk of dat daadwerkelijk gaat gebeuren.

Ondertussen staat de rest van de wereld niet stil. In Linz verdeelden elf landen de gouden medailles. Traditionele roeinaties als Roemenië, Duitsland en Italië scoorden met vier wereldtitels verreweg het beste, maar daarachter wisten genoeg anderen hun wereldtitel op te eisen. Zwitserland in de mannen dubbelvier, Griekenland in de lichte vrouwen skiff, Nieuw-Zeeland in de mannen acht, Zuid-Afrika in de mannen twee-zonder – ga zo maar door. Daarbij komt dat ook dat landen als Spanje en nieuwkomer Turkije zich hebben gemeld aan het front, en dat het de komende jaren alleen maar meer dringen zal worden voorin.

Lekker dubbel starten is bovendien ook niet meer van deze tijd, iets wat ietwat pijnlijk duidelijk werd uit het optreden van de vrouwen acht in Linz. De uit meerdere andere boten bestaande ploeg kwam er in de finale geen moment aan te pas en finishte op een zesde plek. Geen wonder als je kijkt naar het toernooiverloop van de roeisters uit de boot. De vrouwen vier-zonder moest door de toegenomen kwaliteit in het veld vier keer vol aan de bak en moest ook toen genoegen nemen met de vijfde plaats. De vrouwen dubbeltwee miste op een haar na de finale en kon in verband met de acht niet vol racen in de B-finale. En de vrouwen dubbelvier kende een door de roeisters als “klote” aangemerkt toernooi door een blessure en een weegfiasco. De conclusie van Van Eupen is dan ook simpel: niet meer doen, dat dubbel starten. Keuzes maken dus, iets wat Hessel Evertse had aangegeven te willen doen.

De wat sombere conclusie dat Nederland op structureel gebied nog wat stappen heeft te zetten wil niet zeggen dat het dit jaar een grote chaotische rommelbende was. Verre daarvan zelfs. Mede dankzij een uitgebreid trainingskamp op de Bosbaan tijdens de wereldbekerwedstrijd in Luzern groeide de SB-equipe uit tot een hecht collectief en werden er ook flinke stappen gezet. En naast de medailles van Frans Goutier en het duo Bart Lukkes/Daan Klomp waren er ook voldoende lichtpuntjes. Het is hoe dan ook niet onterecht dat Van Eupen tevreden was met de prestaties, en dat ze het idee heeft dat “er uit gehaald is wat er in zat”.

Een van de meest positieve uitschieters was de mannen twee-zonder met Reinier Spillenaar Bilgen en Jasper Tissen. De twee Rotterdammers werden in een vroeg stadium te licht bevonden voor een tijdens het Nederlandse roeiseizoen uiterst moeizaam lopende senioren-B acht en kregen pas op het allerlaatste moment te horen dat ze na een goede race op de Aegon Koninklijke Holland Beker ook mee mochten naar Linz. In Oostenrijk ontpopte het Skadi-duo zich tot een van de verrassingen. Op een haar na misten de twee de medaillestrijd – in de halve finale was het verschil met nummer drie Azerbeidjan slechts dertien honderdsten van een seconde – maar in de B-finale stelde het duo orde op zaken door met een volwassen race te winnen.

Ook de lichte vier-zonder toonde aan over karakter te beschikken. Na een door de roeiers zelf als “laf” gekenmerkte race in de voorwedstrijd, herschreven Conno Kuyt, Bastiaan Vervoort, Ivo de Graaf en Elmer van Ewijk hun raceplan tot tweemaal toe. In de herkansing was het viertal na 1.500 meter al volledig opgebrand, maar in de B-finale hadden ze de twee kilometer uitstekend ingedeeld. Toen de concurrentie de goed gestarte Nederlanders wederom voorbij leek te stomen sprintten de vier lichte roeiers er in de laatste vijfhonderd alsnog vandoor. De zevende plek was daarmee veilig gesteld. De roeiers zelf concludeerden terecht dat er meer voorbereiding nodig is om mee te kunnen doen voor de medailles. “Als je pas in december serieus gaat trainen kom je gewoon niet in de finale”, concludeerde Ivo de Graaf. Aan de KNRB om de SB-roeiers de benodigde handreikingen te doen – hetzij door te souffleren, hetzij door te controleren. Als het maar duidelijk is.

Alle resultaten van het WK onder 23 zijn terug te vinden in het uitslagenarchief van de website van FISA.

Evenement: World Rowing Under 23 Championships
Datum: 24 t/m 28 juli 2013
Locatie: Linz (AUT)