Exotische namen te over tijdens de Koninklijke-Holland Beker, zeker tijdens de editie van 2013. In het vrouwenveld strijden liefst vier olympisch finalisten van 2012 om de Ladies’ Trophy. En bij de mannen? Ach, daar zal niemand om de naam Mahé Drysdale heen kunnen. Maar de meest exotische naam dit jaar is ongetwijfeld die van Gerald Ssemambo. De skiffeur uit Oeganda, een land dat tot een paar maanden geleden nog geen roeibond had, kwam op 27 mei aan in Nederland en maakt er sindsdien het beste van. Met de beperkte middelen die hij, zijn Amerikaanse coach Brock Sampson en zijn Nederlandse manager Tomas Friedhoff tot hun beschikking hebben.
Het is een bijzonder allegaartje, het driemanschap Ssemambo-Sampson-Friedhoff. Ssemambo, een voormalige zwemmer die ongeveer een jaar geleden in het kader van het ontwikkelingsprogramma van wereldroeibond FISA werd uitgenodigd om mee te doen aan het WK voor niet-olympische nummers in Plovdiv, Bulgarije. Sampson, een jonge, uit Texas afkomstige roeicoach die zich na een toevallige ontmoeting in Plovdiv het lot van Ssemambo aantrok en zijn zomervakantie en spaargeld opofferde om een droom na te jagen. En tot slot Friedhoff, een ex-lichte roeier van Okeanos die in 2011 vrijwilliger was tijdens het WK onder 23 en destijds in aanraking kwam met de soms hulpeloze roeiers uit ontwikkelingslanden – en daar nu iets aan wil doen.
Alledrie hebben ze een droom: zorgen dat Ssemambo competitief mee kan roeien. Medailles winnen zal er niet inzitten, zo weten ze, maar als hij na twee kilometer maar in de buurt van het veld over de finish komt. Als hij maar mee kan vechten. “Het is natuurlijk mooi dat er roeiers worden uitgenodigd door FISA om mee te doen aan internationale toernooien, maar dat is natuurlijk het begin, niet het eind”, vertelt Sampson, die de afgelopen in Texas coachte op clubniveau. “Het kan niet de bedoeling zijn dat ze alleen maar achteraan varen, zoals Hamadou Djibo Issaka in Londen, die anderhalve minuut na het veld aan kwam zetten. Roeiers als Gerald hebben begeleiding nodig, materiaal, ze moeten op de juiste manier leren trainen. Alleen dan kan je als roeier een inspiratiebron zijn in je land.”
Je moet een man geen vis geven, maar hem leren vissen. Enkel en alleen een vliegticket naar een roeibestemming is in dit geval niet genoeg. En ironisch genoeg is dat vliegticket het enige wat Ssemambo kon betalen. De 20-jarige Oegandees kwam een maand geleden volledig platzak in Nederland aan. “Ik had niet gedacht dat je zonder geld naar een ander land kon reizen, maar dat kan dus wel”, zegt Sampson. “Tomas en ik zorgen nu al enige tijd voor hem. En qua roeien moesten we echt vanaf nul beginnen. Aan werklust geen gebrek, Gerald wil verschrikkelijk graag, maar je kunt natuurlijk niet laten zien hoe je ergometerscores vooruit gaan – iets wat FISA graag wilde weten – als je niet weet hoe je met een roeimachine om moet gaan.”
Maar inmiddels is dat wel anders. De afgelopen maand zat Ssemambo volgens zijn coach uren op de ergometer om zijn conditie bij te spijkeren en de basale techniek te leren. Gehuld in de oude thermokleding van Friedhoff – zelf had hij nauwelijks sportkleding bij zich – roeide hij virtuele kilometer na virtuele kilometer. De oud-lichte roeier van Okeanos, tegenwoordig jeugdcoördinator bij Het Spaarne, wist bovendien een bootje te regelen en zodoende kon Ssemambo meedoen aan de Spaarne Lenterace. De Nederlandse deelnemers keken wel even raar. ‘Hebben ze in Afrika water dan?’, kreeg Sampson een aantal keer te horen. Aan stereotyperingen geen gebrek, maar de Amerikaan snapt het wel. Er zit immers een gat tussen de twee werelden. En dat gat dichten is zijn doel – met behulp van de roeisport. Het gaat verder dan persoonlijk gewin.
Het is een nobele gedachte – en een cynicus zal het wel iets te nobel vinden. De roeisport, zo zeggen de zwartkijkers, is een sport voor blanke, westerse rijkelui. Een elitair gebeuren dat in zijn levensdagen niet zal veranderen. Maar liever een droom dan geen droom, zo hoor je Ssemambo, Sampson en Friedhoff denken. En als je de Oegandese roeier stoïcijns ziet werken kan je weinig anders dan meegaan in hun enthousiasme. De Spaarne Lenterace was de eerste keer dat de Afrikaanse jongeling weer in een skiff zat sinds het WK in Plovdiv. “En hij haalde zowaar roeiers in”, lacht Sampson. “Technisch gezien was het nog verre van een roeihaal, maar op basis van wilskracht en conditie kwam hij al een heel eind. Dat was voor mij het bewijs dat er muziek in zat.”
Geen moment denken de drie musketiers dat ze dit weekend een bedreiging kunnen vormen voor olympische giganten als Mahé Drysdale, voor fysieke reuzen als Roel Braas, of voor zelfs de mindere goden van het Nederlandse skiffpantheon als Harold Langen en Derk Noordhuis. Maar dat Ssemambo met slechts een handvol boottrainingen zijn persoonlijk op twee kilometer al heeft verbeterd met twintig seconden – van 8:23 naar 7:45 – is voor hen een bewijs dat er meer mogelijk is. Tijdens het WK onder 23 in 2015 moet Ssemambo mee kunnen komen, staat in het grote plan van Friedhoff en Sampson. Met hulp van FISA, de nog niet volledig functionerende Oegandese roeibond, eventuele sponsors en hun eigen zakcenten hopen ze in ieder geval zo ver te komen. Tot die tijd wacht nog de Holland Beker, een wedstrijd waar de hoofdpersoon zelf naar uitkijkt en waar hij in een gloednieuwe Wintech ton tonele mag verschijnen. Diens ogen glinsteren hoorbaar. “Het gaat goed’, vertelt Ssemambo. “Ik geniet.”
Meer weten over het project van Ssemambo, Sampson en Friedhoff Lees dan mee op de blog of neem een kijkje op de pagina waar fondsen worden geworven. Alle hulp aan het project is welkom – van hardloopschoenen tot een financiële bijdrage.
Evenement: Koninklijke Holland Beker
Datum: 29 t/m 30 juni 2013
Locatie: Bosbaan



