Tijdens de Europese kampioenschappen roeien voor junioren, een toernooi dat dit jaar voor het derde op de agenda staat, heeft Roemenië verreweg het beste gescoord van alle deelnemende landen. De Roemeense junioren waren afgelopen weekend in Minsk, Wit-Rusland, goed voor maar liefst zeven keer goud en vier keer zilver. Vooral in de vrouwennummers scoorde het voormalige oostblokland uitzonderlijk goed: alleen na de finale van de meisjesskiff – die werd gewonnen door Tatsiana Klimovich uit Wit-Rusland – klonk het Roemeense volkslied niet over de tribune.
De omstandigheden in Minsk waren bijzonder goed: warm water en een lekker windje mee. Mede daardoor kwamen er rappe tijden in de boeken te staan. Zo won de Roemeense jongens dubbeltwee de gouden medaille in een tijd van 6:19.559, en liet de zeventienjarige Azerbeidjaanse skiffeur Boris Yotov, komend weekend ook te bewonderen tijdens het EK in Sevilla in de M2x, de klok stoppen na 6:57,445. Ook de winnende 5:51,114 van de Roemeense jongens dubbelvier mag er zijn. Die laatste tijd kwam overigens niet zomaar tot stand: de Roemeense roeiers moesten tot op het tandvlees gaan om de Italiaanse boot voor te blijven. Het verschil op de streep was uiteindelijk slechts zeven tiende van een seconde. Ook de nummer drie Kroatië (5:54.179) kon de nummer vier Wit-Rusland (5:54,648) maar net van het lijf houden.
Het gloednieuwe eindtoernooi voor junioren was overigens redelijk goed bezet. Van de 44 Europese landen die zich voor het evenement hadden mogen melden waren er 27 present in de Wit-Russische hoofdstad. De twee grootste roeinaties van Europa, Groot-Brittannië en Duitsland, waren echter niet van de partij en ook de Nederlandse junioren waren niet naar Oost-Europa afgereisd. Juniorenbondscoach Ronald Florijn moest zelfs bekennen dat hij niet van het bestaan van het toernooi afwist. “Maar het was ook niet goed uitgekomen”, vond de voormalig olympisch kampioen. “De meeste Nederlandse junioren zitten nu met hun examens en we gaan komend weekend bovendien de selectie voor de meisjes dubbelvier afronden.”
Volgens Florijn zullen zes roeisters aanstaande zaterdag gaan strijden voor het laatste plekje in die boot. Marieke Keijser, Annemarie Schonk en Medien van der Laan waren al zeker van hun plekje in die boot. Oorspronkelijk zouden vijf roeisters onderling gaan uitmaken wie er als laatste in de dubbelvier mag stappen, maar volgens Florijn is er nog een zesde jongedame aan de mix toegevoegd. “Ik had in mijn vorige persbericht al laten weten dat men me gerust mocht bellen als ze vragen of opmerkingen hadden”, licht Florijn die zet toe. “We kregen toen van de coach van Laila een belletje met de opmerking dat ze goed had geroeid in Gent en of we haar niet toch wilden overwegen. Na onderling overleg met Thomas Notermans hebben we besloten om Laila ook uit te nodigen: dan weten we gewoon helemaal zeker wie er in de dubbelvier thuishoort.”
De definitieve selectie voor de jongensacht laat volgens Florijn nog wel even op zich wachten. “Tot en met de Holland Beker blijven we trainen in drie vier-zonders. Daar gaan we de ARB ook in starten, en we zullen misschien ook wel in de twee-zonder en de vier-met gaan varen tijdens het NK. Het gaat behoorlijk goed, vind ik. We trainen nu met de lichte vier-zonder mee en we zullen met de acht ongetwijfeld ook wat mee gaan varen met de jongens van Mark [Emke, de bondscoach van de zware A-equipe, red.]. Het zou me niks verbazen als de junioren het die acht nog lastig kunnen maken.”
De uitslagen van het Junioren-EK onderstrepen in de ogen van Florijn zijn keuze voor de acht. “In de skiff of de dubbeltwee kan je het gewoon shaken – dat laten ditsoort tijden wel zien. De winnende skiffeur tijdens het WK voor Junioren gaat volgens mij nog wel harder dan 6:57. Die Oost-Europese junioren zijn gewoon eerder volgroeid. Daarom lijkt het me beter om te concentreren op een groot boottype. Ik denk dat de focus op de skiff die we in het begin van het seizoen hadden daar heel erg bij gaat helpen: we willen de timing die je nodig hebt in dat nummer meenemen naar het boordroeien. Het is me een raadsel waarom de Duitsers bijvoorbeeld zo’n rigide scheiding maken tussen boordroeien en scullen. Volgens mij zouden ze hun juniorenacht nog een stuk kunnen verbeteren als ze de nummers zeven, acht en negen van de skiff in die boot zouden zetten.”
De uitslagen van het Junioren-EK in Minsk zijn hier terug te lezen.





