Wereldroeibond FISA heeft de resultaten van een enquête onder de leden over dopinggebruik gepubliceerd. Uit het document valt op te maken dat nationale dopingautoriteiten vorig jaar ten minste 3.790 dopingcontroles hebben uitgevoerd onder de internationale roeipopulatie en dat er daaruit zes positieve tests tevoorschijn zijn gekomen. Eén in Amerika, één in China, twee in Brazilië en twee in Bulgarije. Deze positieve gevallen staan overigens nog niet allemaal aangemerkt op FISA’s online naming and shaming-pagina. Daar zijn alleen de namen van Alexandr Tufaniuc (Moldavië) en Kissya Cataldo (Brazilië) terug te vinden.
Aangezien de gegevens afkomstig zijn van de nationale federaties zijn dopingtests van WADA nog niet in het totaalplaatje meegenomen. Het internationale anti-doping agentschap heeft echter nog geen gegevens van het jaar 2012 gepubliceerd, maar kijkend naar de cijfers van 2011 is het niet onwaarschijnlijk dat er nog zo’n 4.200 dopingtests zijn uitgevoerd binnen het roeien. De kans is aannemelijk dat er in verband met de Olympische Spelen zelfs meer controles zijn uitgevoerd: WADA controleert op verzoek van het IOC alle atleten die mee gaan doen aan de Spelen. De positieve dopingtest van de Braziliaanse Kissya Cataldo kwam ook tevoorschijn dankzij een van die tests.
Uit de door FISA gepubliceerde lijst wordt duidelijk dat in Duitsland (640), China (604) en Rusland (449) de meeste controles zijn uitgevoerd. In vergelijking daarmee scoren grote roeilanden als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië opmerkelijk lager: in Engeland werd er 182 keer gecontroleerd, in Amerika ‘slechts’ 148 keer. Het maakt deze landen op het oog een stuk minder ijverig wat betreft de jacht op doping in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland. Bronnen in Engeland zeggen echter dat de Britse roei(st)ers veelvuldig zijn gecontroleerd tijdens internationale toernooien. De KNRB, die ook aan het onderzoek van FISA heeft meegewerkt, heeft volgens het overzicht te kennen gegeven dat de Nederlandse roei(st)ers 97 keer aan een dopingcontrole zijn onderworpen. Niet gek veel, maar nog altijd meer dan Italië (58). Opmerkelijker is dat Nederland een van de weinige ‘grote’ roeilanden is die niet aan bloedcontroles heeft gedaan.
“Die cijfers alleen zeggen niet alles”, luidt de mening van Sjoerd Hamburger, die zich als lid van de atletencommissie van FISA onder meer bezig houdt met dopingbestrijding. “Goede dopingbestrijding gaat namelijk verder dan het aantal tests dat je uitvoert. Ik denk dat elke roeier of roeister het niet erg vindt om meerdere keren per jaar op doping getest te worden, maar je moet het menselijke aspect daarbij niet vergeten. Een maand geleden was ik in Londen voor een overleg met de medische commissie van FISA. Allemaal knappe koppen, professoren stuk voor stuk, en hun verhaal is ook zonder twijfel op mooie feiten gebaseerd, maar ze hebben geen moment in de gaten hoe het voor de atleten is. Toen ze daaraan voorbij dreigden te galopperen in hun presentatie heb ik ze verteld hoe het voelt om, tijdens een bezoekje aan je schoonfamilie, opeens een dopingcontroleur op de stoep te hebben staan die vervolgens meegaat het toilet in.”
Hamburger denkt dat dopingtests ook niet het enige antwoord zijn in de strijd tegen doping. “Ik denk dat je met het controleren van geldstromen een stuk verder komt dan enkel en alleen het testen van de atleten. Dat zijn over het algemeen toch mensen die hun hobby beoefenen en in het overgrote deel van de gevallen niks misdaan hebben. Iedereen heeft er natuurlijk wel wat voor over, maar het moet geen heksenjacht worden. Met de FIOD en de Belastingdienst kan je volgens mij ook doping aanpakken. Een ziekenhuis dat 1.000 ampullen EPO aankoopt, waarvan er 800 voor patiënten worden gebruikt en er 200 verdwijnen en niemand weet waarheen, dat soort dingen kan je natuurlijk prima onderzoeken. En het is ook nog goedkoper. Een dopingcontrole op basis van urine is best duur: per test kost dat iets van vijfhonderd euro. Bloedtesten kosten nog een veelvoud daarvan.”
Of er nog meer naar buiten wordt gebracht over de positieve gevallen op de FISA-lijst is vooralsnog onduidelijk. De kans bestaat dat de nationale dopingautoriteiten van Brazilië, Bulgarije, Amerika en China geen behoefte voelen om nadere details over hun ‘positive cases’ bekend te maken.




