Nadat zes jaar geleden het Nederlands kampioenschap kleine nummers en het Nederlands kampioenschap grote nummers hun intrede deden in gaat het NK-circus komend seizoen weer veranderen. We krijgen dit jaar drie NK’s: een titelstrijd voor de kleine boottypes tijdens de Hollandia, eentje voor de grote boottypes voor junioren en SB-roei(st)ers tijdens de ARB en als klap op de vuurpijl een NK grote nummers voor SA-ploegen tijdens de Holland Beker. En anders dan de afgelopen seizoenen zal de Nederlandse equipe nu zeker acte de présence geven tijdens de NK’s. “Het is meer dan alleen een intentie”, geeft René Mijnders aan. “We zijn er gewoon.”
Wie tien jaar geleden had verkondigd dat de roeiwereld in 2013 drie aparte Nederlandse kampioenschappen zou tellen was voor gek verklaard. Nee, een NK roeien was gewoon in één weekend: met toproeiers en -roeisters die middels handjeklap de titels verdeelden en er een sport van maakten om in zo veel mogelijk boottypes Nederlands kampioen te worden. Lekker twee-metten, na de finish gelijk richting het vlot voor de finale van de dubbelvier en als toetje ook nog met iedereen anders in de acht. Een weekend was nauwelijks geslaagd als je niet met zes medailles om je nek voor de tv hing op zondagavond.
Om de waarde van een Nederlandse titel weer terug op niveau te krijgen werd in het voorjaar van 2006 besloten het NK te splitsen. Wat dat betreft is er anno 2013 niet heel veel veranderd. Terugkijkend op de afgelopen jaren ligt de crux nog steeds bij de KNRB: als de bond de toproei(st)ers niet mee laat doen zal ook de nieuwe opzet niet het gewenste effect hebben. Dan wordt dezelfde hoeveelheid pindakaas enkel over drie boterhammen in plaats van twee verspreid. Dat Mijnders nu toezegt dat de equipe komt is daarom fijn, beaamt ook Rolf Denissen, vanuit de Holland Beker zitting hebbend in de Stuurgroep Nationale Kampioenschappen. Maar Denissen weet ook dat de nieuwe technisch directeur, Hessel Evertse, uiteindelijk het laatste woord heeft. De kans lijkt echter klein dat Evertse de waarde van een zichtbare equipe en een mooie, open strijd op de Nederlandse kampioenschappen niet inziet.
Maar hoe is de verandering nu precies tot stand gekomen? “Alles is terug te voeren op de bidprocedure voor het NK”, vertelt IJsbrand Haagsma, die als afgevaardigde van de Westelijke Regatta meegepraat heeft in de stuurgroep. “Al vrij snel zijn we met vier organisaties – Hollandia, de Westelijke, de ARB en de Holland Beker – tot de conclusie gekomen dat het geen zin had om een beauty-contest te gaan houden. Bij zo’n bid doe je veelal beloftes die moeilijk haalbaar zijn, en dat moet je niet willen. In plaats daarvan zijn we samen gaan praten over samenwerking: hoe konden we de kwaliteit van de wedstrijden vergroten.”
Toen de deadline voor de bidprocedure verliep kreeg de KNRB daarom niet vier plannen ingediend, maar één brief met vier verschillende logo’s. En toen ging het balletje pas echt rollen. Er werd veelvuldig vergaderd over de invulling met bestuur, bondsbureau en de technische staf over de invulling. Ook de wensen van hoofdsponsor AEGON werden meegenomen. “Al vrij snel hebben we geconcludeerd dat het NK Klein niet wezenlijk hoefde te veranderen”, vertelt Haagsma. “Op verzoek van de topsportafdeling van de KNRB hebben we er alleen voor gekozen om SA en SB samen te voegen. Er is nu één veld, bijvoorbeeld mannen skiff, waarin iedereen start, maar waarin wel onderscheid gemaakt wordt tussen SA en SB en er ook voor beide klassen NK-medailles zullen worden uitgereikt.”
Vanaf dit jaar dus geen lege SB-velden meer omdat de jonge talenten nu eenmaal graag bij de grote mensen meedoen. In plaats daarvan komt alles op één hoop, met als enige risico dat de nummer 9 in de einduitslag tegelijkertijd de Nederlands kampioen(e) kan zijn bij de SB-roei(st)ers. Hoe dat in de praktijk zal gaan uitpakken is nog afwachten, maar het idee van volle velden met mooie strijd spreekt in ieder geval meer aan dan drie eenzame skiffeurs die onderling uitvechten wie zich onder 23-kampioen van Nederland mag noemen terwijl de echte SB-top twee velden eerder veertig seconden harder ging.
Voor het NK Groot speelden meerdere belangen. De SA-equipe en coaches spraken de wens uit om de Holland Beker aan te wijzen als NK, zodat ze niet in korte tijd op twee verschillende wedstrijden geacht werden te verschijnen. Maar tijdens de Holland Beker zijn er geen velden voor zestienjarigen. En voor SB-roei(st)ers en junioren komt die wedstrijd als piek- of selectiemoment wat ongelukkig: hun eindtoernooi komt al halverwege juli, niet eind augustus/begin september. “En dus werd tijdens een vergadering geopperd om het NK Groot te splitsen: een titelstrijd voor de junioren en de SB’ers tijdens de ARB en een NK voor de SA-roei(st)ers tijdens de Holland Beker,” geeft Denissen aan. “Navraag bij de RTC’s en bij coaches leerde dat veel mensen zich daarin konden vinden.”
En dus staat de komende vier jaar een nieuw systeem te wachten: Hollandia en de Westelijke organiseren om en om het NK Klein in het begin van het seizoen, gevolgd door de ARB met het NK Groot voor Junioren en SB en de Holland Beker met het NK Groot voor de SA-roei(st)ers. In dit systeem zit een belangrijke bonus: de vier grote wedstrijdorganisaties – Hollandia, Westelijke, ARB, Holland Beker – werken nadrukkelijk samen om een mooie serie roei-evenementen neer te zetten. Dat was vroeger wel anders. Toen was iedereen voor zich bezig de mooiste bloembakken en de leukste vlaggetjes op te hangen, daarmee weinig subtiel tegen elkaar opboksend om de aandacht van het roeipubliek. Nu worden de handen juist ineen geslagen – daarmee in zekere zin vooruitlopend op het meerjarenplan van de KNRB waarbij samenwerking een grote rol speelt. “En de vier organisaties vormen zeker geen gesloten bolwerk”, benadrukt Haagsma. “De Martini is in een vroeg stadium afgehaakt in de bidprocedure voor het NK, en de Varsity en de NSRF hadden beiden niet zoveel interesse. Maar mochten ze op een goed moment mee willen doen dan zijn ze van harte welkom.”



