Samen richting een mooiere roeisport

Archief

Het Nationaal Roeicongres was nog geen drie kwartier onderweg of de zaal met toehoorders keek wat ongemakkelijk om zich heen. Joop Alberda, de technisch adviseur van de roeibond, had net iedereen verzocht om wat meer naar voren te komen. De lege stoelen vooraan zinden de oud-volleybalcoach niet. Hij wilde graag met mensen praten en hen in het gezicht kunnen kijken tijdens zijn verhaal. En dus schuifelde de zaal naar voren. Lachte men wat ongemakkelijk om de strenge leermeester die iedereen met oneliners op het podium een spiegel voorhield. Maar de boodschap was wel duidelijk: de roeisport moet als geheel bewuster de voorgrond opzoeken.

Alberda had tien minuten gekregen om iedereen te vertellen over zijn bezigheden de afgelopen anderhalve maand. Maar het werden er ruim veertig. De technisch adviseur legde in een uitgebreide presentatie uit waar hij mee bezig was en vervulde op die manier met verve de rol van inspirator die de KNRB zou moeten zijn. Alberda vertelde dat hij bezig was met gesprekken voeren en daaruit conclusies trekken, met wekelijkse mailtjes aan betrokkenen, met hervormen, met praatsessies in Julianadorp om met de coaches tot elkaar te komen en samen successen te boeken. Daarvoor was onvoorwaardelijke inzet nodig, zo liet Alberda weten. Niet alleen vanuit de coaches en roeiers, maar ook vanuit de roeiwereld, die moest accepteren dat de beste atleten naar “het conservatorium van het roeien” moesten gaan: de roeibond.

Maar dan moet de uitvoering bij dat conservatorium wel goed zijn, natuurlijk. De roeibond heeft wel eerder geroepen dat ‘alles’ in Amsterdam gebeurde, en dat iedereen daarheen moest. Alberda was echter niet alleen maar de loftrompet aan het blazen. Wie goed luisterde hoorde ook dat hij openlijke kritiek niet schuwde: richting de KNRB, het roeien in het algemeen en situaties in het bijzonder. “Statistisch gezien heeft er nog nooit iemand succes behaald door op het laatste moment van coach en van boot te wisselen”, vond Alberda, direct verwijzend naar de strubbelingen rondom de Holland Acht afgelopen jaar. En: “Bondscoaches moeten hun neus laten zien, en daarom moeten ze vanaf nu één keer per week naar de regionale talentcentra.”

Als Alberda de specifieke voorbeelden liet voor wat ze waren en de roeiwereld als geheel aansprak schuifelden de aanwezigen in de zaal wat ongemakkelijk op hun stoel heen en weer. Zijn woorden waren direct en legden de zenuw van de sport redelijk vakkundig bloot. Ruimte voor nuance was er niet: wil de roeiwereld aan de top komen, dan zal er geïnvesteerd en geprofessionaliseerd moeten worden, en dan kan men niet meer volstaan met een halve aanpak. Samen moeten we één kant op, want anders strand je onderweg, zo maakte Alberda duidelijk. Maar juist de eindeloze onderlinge discussie is van oudsher iets wat de roeiwereld kenmerkt: de eigen mening, de weerbarstigheid en het gebrek aan samenwerking en onderlinge communicatie. Alle eilandjes werken voor zich; een vereniging is een eigen entiteit die onafhankelijk functioneert en zich weinig aantrekt van anderen. Iedereen bezit zijn eigen versie van de waarheid, waar we krampachtig aan vast houden.

Alberda was zaterdag de belichaming van de outsider die door de zeepbel heenprikt. Een persoon die nog niet geïndoctrineerd is door het nostalgische roeiwereldje en dus kan zien dat ‘we’ achterlopen. Dat de ego’s opzij moeten worden geschoven en dat iedereen samen aan de bak moet. Niet geheel ontoevallig was ‘Samen’ het onderwerp van het Nationaal Roeicongres. Samen richting een beter imago, samen meer roeiers laten genieten van de sport, samen kennis delen en samen het toproeien naar een hoger plan brengen. Samen. Studio Sport-presentator Tom Egbers, die een kunstig filmpje van een inspirerende voice-over had voorzien, hamerde er veelvuldig op. En vervolgens was het de beurt aan de toehoorders om er wat mee te doen. In diverse workshops, variërend van sponsoring tot roeifietsen naar elkaar luisteren en samen tot ideeën, inzichten en verbeterpunten komen.

Aan het einde van de dag, na de workshops, werden ook nog de KNRB-prijzen uitgereikt. Marathonroeiers, de op topsportgebied best presterende vereniging, de vereniging die de meeste vaardigheidsproeven had afgelegd, de vereniging met de best presterende jeugdroeiers, de beste amateurcoach en de roei-journalist van het jaar: allemaal kregen ze een bloemetje en een wisselbeker. En tot slot werden ook de medaillewinnaars van afgelopen seizoen in het zonnetje gezet. Voor zover ze aanwezig waren in ieder geval, want lang niet iedereen was richting het hoofdkantoor van AEGON gekomen om de bloemen en de felicitaties in ontvangst te nemen.

En dat was nou net jammer. Een late uitnodiging vanuit de KNRB gecombineerd met de wat afwachtende houding van de atleten zorgde ervoor dat er maar een handvol medaillewinnaars naar Den Haag was gekomen. Hoewel de KNRB trots vermeldt dat er een recordaantal deelnemers aanwezig was, was toch niet iedereen aanwezig. Een Nationaal Roeicongres is pas echt compleet als iedereen samen is: een sloot toproeiers en -roeisters die met hun aanwezigheid inspireren, met verenigingsbesturen, wedstrijdorganisatoren, kamprechters en anderszins roeifanaten die samenkomen om te praten over de roeisport en elkaar verder te helpen. De roeisport moet, in lijn met het meerjarenplan van de KNRB en de na-echoënde woorden van Joop Alberda en Tom Egbers, meer op de voorgrond durven treden. Buiten de grenzen van de eigen vereniging of stad kijken. Samen richting een mooiere roeisport.


Filmpje Nationaal Roeicongres 2013 met voice-over Tom Egbers (makers: de Jongens van de Tekeningen)