In maart 2013 zijn niet twee, maar vijf bestuursfuncties binnen de Koninklijke Nederlandse Roeibond voor invulling beschikbaar. Op secretaris Jan-Willem Landman, penningmeester Quirine van Heek en commissaris sportontwikkeling Geri Donkervoort na zou het zomaar kunnen dat het voltallige bestuur verandert. Op het oog een toevallige combinatie van geplande wisselmomenten en plotseling opgekomen persoonlijke omstandigheden. Of is er meer aan de hand? Het heeft er alle schijn van dat in de coulissen een diepere crisis woedt – eentje die alles te maken heeft met tijd, en vooral ook capaciteit.
Gezien de turbulente paar weken is de timing van deze bestuurlijke wisseling van de wacht onhandig. Juist nu was het fijn geweest als een van de belangrijke takken van de KNRB een rots in de branding was gebleken. In plaats daarvan lijkt ook die stoelpoot nu doorgezaagd waardoor het Nederlandse roeien steeds meer op een circusact begint te lijken. Een piste met op stokjes rondtollende borden waarvan er te veel aan het wankelen zijn. Voor je het weet klettert er een bord hard op de grond. Een sponsor die teleurgesteld afhaakt. Het toproeien dat drie jaar achter elkaar met lege handen terugkeert van het eindtoernooi. Niemand die dat graag ziet gebeuren.
Persoonlijke redenen om op te stappen zijn in veel gevallen niet te voorzien en daarom dus moeilijk verwijtbaar. Voorzitter Eric Niehe, die zichzelf een half jaar geleden nog herverkiesbaar stelde voor een nieuwe termijn van drie jaar, komt in zijn privésituatie handen en voeten tekort en kan niet anders dan de hamer aan iemand anders overdragen. Herma van der Stoel zag zich eerder dit jaar al genoodzaakt om vanwege de drukte haar veeleisende functie als commissaris wedstrijden naast zich neer te leggen. En nu is er ook Heleen Cocu, die emigreert naar Melbourne, Australië. Laatstgenoemde voelt zich dan ook schuldig dat ze voortijdig van boord moet gaan. “Er moet verschrikkelijk veel gebeuren”, reageert Cocu. “Het meerjarenplan 2013-2016 behoeft uitwerking, het WK 2014 komt eraan. Ik had daar graag mijn bijdrage aan willen blijven leveren. Zonder Australië was ik ook niet opgestapt.”
De probleemportefeuille topsport is in deze personele exodus dan nog onbenoemd. Ingrid Munneke was als bestuurslid de afgelopen jaren verantwoordelijk voor het beleid dat René Mijnders uitstippelde – beleid dat voor te weinig resultaat zorgde en waar de voormalig technisch directeur ook de hand voor in eigen boezem stak. Onder auspiciën van Munneke werd Antonio Maurogiovanni gehaald en kreeg de Italiaan een contract aangeboden waar de KNRB nu tegenaan hikt. Roeiers willen liever niet meer met hem werken – of zijn in ieder geval verdeeld over de methodiek die de Italiaanse coach hanteert.
“Het is inderdaad een moeilijke situatie,” licht Munneke toe. “Ik ben ook erg teleurgesteld over de staat van mijn portefeuille. Maurogiovanni is een inschattingsfout geweest en dat vind ik erg jammer. Liever had ik gezien dat alles goed uit was gepakt afgelopen zomer maar dat is niet het geval. En dat valt mij aan te rekenen. Ik ben het bestuur gaan doen omdat ik het idee had dat ik iets kon betekenen voor de roeiers, zoals ik jaren geleden ook veel betekend heb voor de acceptatie van het vrouwenroeien. Er zijn vast mensen die beter een bestuursfunctie kunnen uitoefenen dan ik. Dus mochten die er zijn: graag! Waarom ik me dan toch verkiesbaar stel? Omdat er al zoveel mensen weggaan. Ik hecht ook waarde aan continuïteit.”
Munneke is niet de enige die over betere kandidaten begint. Ook Frans Cornelis haalt dat punt voorzichtig aan als hij zijn kandidering voor het voorzitterschap toelicht, maar komt er al gauw op terug. De wens – de juiste man of vrouw op de juiste plaats – is kennelijk de vader van de uitgesproken gedachte. Maar in dit geval denkt Cornelis ook dat hij die juiste persoon kan zijn, ondanks het feit dat hij niet content genoeg is met de vooruitgang van zijn eigen portefeuille PR & communicatie en het functioneren van het bestuur als geheel. “Tevreden ben ik niet,” vertelt hij. “Absoluut niet. Dat is ook een reden dat ik gemotiveerd ben om voor het voorzitterschap te gaan. Het moet beter. Ik heb ook het idee dat mijn kwaliteiten in de functie van voorzitter beter tot hun recht zouden kunnen komen en ik zeg ook volmondig ‘ja’ tegen de mogelijkheid om aan het hoofd van het bestuur te zitten. Juist op dit moment afzwaaien wil ik niet, nu er zoveel potentie is met een enthousiaste sponsor en de frisse wind op het bondsbureau.”
Maar het feit blijft natuurlijk dat Cornelis de afgelopen zes jaar ook al invloed uit heeft kunnen oefenen. Misschien is hij inderdaad beter op zijn plaats als voorzitter. Misschien ook wel niet. De afweging is moeilijk te maken zonder dat er een tegenkandidaat is. En in dat punt schuilt ook de crux: het vullen van de bestuursfuncties is elk wisselmoment weer moeilijk. Munneke sprak hardop de wens uit dat er betere mensen zouden opstaan. Maar dan moeten die mensen er wel zijn. Mensen die de benodigde hoeveelheid uren in de roeibond kunnen stoppen en over de juiste bagage beschikken om dat te doen. Wie biedt?




