Een half jaar als directeur

Archief

Er is veel te doen, en te weinig tijd. Het is tekenend dat onze afspraak om vijf uur ’s middags plaatsheeft. De tijd waarop het bondsbureau langs de Bosbaan normaal gesproken leegstroomt. Maar Monica Visser, sinds half april dit jaar directeur van de KNRB, zit op dit moment in een van de drukste periodes van haar nog maar korte bewind. Een hectische tijd met een scheidend technisch directeur, broodnodige subsidieaanvragen bij NOC*NSF, een verlenging van het sponsorcontract met AEGON, de nasleep van een teleurstellend verlopen Olympische Spelen en ga zo maar door. Vijf uur is dan soms slechts het begin van een lange avond. Het is pittig, erkent ook Visser. “Als ik bij mijn aanstelling wist wat ik nu weet, had ik er iets langer over nagedacht,” bekent ze met een glimlach.

Maar Visser is een taaie tante. Iedereen die haar tegenkomt zal dat erkennen. Ze is niet iemand die snel opgeeft of bij de pakken neerzit. Ze ziet haar huidige baan als een uitdaging. Ze wil dezelfde mate van structuur en helderheid opzetten die ze bij haar vorige baan als directeur van Sportservice Flevoland gewend was. De weg daar naartoe mag dan wel lang zijn, dat wil niet zeggen dat het onmogelijk is. Het vereist evenwel een cultuuromslag in het stugge roeiwereldje. “Ik heb wel vaker voor hete vuren gestaan,” vertelt ze, “maar de roeiwereld is echt anders dan wat ik gewend ben. Men is heel mondig en vindt overal wat van. En hoewel er hard wordt geroepen dat iedereen vooruit wil, kijken we nog teveel achteruit. Ook de KNRB zelf. We doen dingen op een bepaalde manier omdat we dat nu eenmaal altijd al zo deden. Dan vraag ik: waarom? Volgens mij moeten we als KNRB terug naar de basis. Daar ligt mijn focus op, al het andere is nu even bijzaak. We moeten goed bekijken hoe we onze kerntaken meer, beter of anders kunnen uitvoeren.”

Wat die kerntaken van de KNRB zijn, staat in het meerjarenplan 2013-2016. Bruggen slaan, verbinden, transparantie, beter communiceren. De KNRB als positieve spilfiguur in het web van de Nederlandse roeiwereld. Niet de dominante macht die vanuit de ivoren toren commandeert, maar een organisatie die de belangen van de complete roeiwereld behartigt. Dat hoopgevende plaatje werd anderhalve maand geleden in ieder geval geschetst en die insteek zal als muziek in de oren van roeiverenigingen en individuen gelijk hebben geklonken. Maar tegelijkertijd is er in den lande ook scepsis. Waarom zou het nu immers wel lukken? Mooie woorden zijn niet meteen mooie daden. Visser is de zevende bondsdirecteur in tien jaar tijd. Ze zou niet de eerste zijn die zich stukbijt op de roeiwereld – of die niet blijkt te matchen met de spelers die zich al op het bord bevinden.

Die argwaan, het wantrouwen dat veelal rondzoemt, is een van de belangrijkste zaken die Visser moet zien op te lossen. Niet alleen intern maar ook extern: het imagoprobleem strekt namelijk verder dan alleen de nationale roeiwereld. Wordt dat niet opgelost dan is de kans klein dat roeien uit kan groeien tot een nationale sport, toch een van de wensen van de KNRB. “De roeisport is niet in het nieuws geweest op de manier die we graag zouden zien,” geeft Visser teleurgesteld aan. “Als ik rondvraag wat men denkt van het Nederlandse roeien dan is het eerste wat je hoort ‘die boten’ – de problematiek met de oranje achten die we in de zomer hebben gehad. Niemand heeft het over het Olympisch brons van de vrouwenacht. Nee, ‘die boten’. Dat vind ik verschrikkelijk jammer. De roeiwereld heeft heel veel potentie en wordt nog te vaak op een negatieve manier bekeken.”

Het imagoprobleem is een van de vele zaken die op een oplossing wachten. Het vinden van een technisch directeur is op dit moment een van de meest prangende kwesties. Zonder technisch directeur geen structuur in het coachkader, en zonder dat coachkader een stuurloze equipe terwijl er toch jaarlijks resultaten worden verwacht. Atleten hebben zeker in een post-olympisch jaar behoefte aan helderheid. Het is dus zaak dat er op korte termijn knopen doorgehakt worden. Maar Visser weet dat het niet waarschijnlijk is dat er zo snel een nieuwe technisch directeur gevonden wordt. Het zou daarom best kunnen dat er voor de tussenliggende periode een interim-TD wordt gezocht, zo beaamt ze. “De datum die ik genoemd had om een technisch directeur aangesteld te hebben, 1 februari 2013, is nog ver weg,” zegt ze. “En er moet veel gebeuren. Of ik al namen kan noemen? Nee, zo ver zijn we nog niet.”

Toch zingen er in de wandelgangen de meest exotische namen rond. Joop Alberda zou zich hebben opgeworpen. En ook Charles van Commenée wordt genoemd, de man die ondanks een regen aan medailles afzwaaide bij de Britse atletiekbond. Of beide sporticonen ook daadwerkelijk naar de roeibond kunnen of willen komen is natuurlijk maar de vraag. Het feit dat deze twee namen worden gefluisterd is misschien eerder een wens dan een reële gedachte; er is een roep om een technisch directeur met genoeg bagage om in korte tijd veel doorsudderende kwesties op te lossen. Iemand die niet bang is om wat heilige huisjes – de door Visser ook al aangehaalde stugge manier van denken in de roeiwereld – omver te duwen. Want dat er iets moet veranderen is wel duidelijk.

Maar hoewel er veel moet gebeuren, is het ook een kwestie van geduld hebben. De KNRB kan op topsportgebied niet heel veel verder voor 1 december, de magische datum wanneer het oordeel van NOC*NSF over de ingediende topsportplannen van de KNRB en de andere sportbonden naar buiten zal komen. Het balletje moet wel rollen, maar in volle vaart kan dat op dit moment simpelweg nog niet. Het merendeel van het technische kader van de KNRB is nu tot 1 mei 2013 in dienst en treffen hun voorbereidingen voor het nieuwe seizoen. Hoe de wereld er het komende voorjaar uit zal zien laat nog op zich wachten tot de komst van de nieuwe technisch directeur – wie dat ook moge zijn.

Tot 1 december is het daarom vooral bouwen aan structuur buiten de topsport. Aan een bondsbureau dat efficiënt werkt en waarin de juiste personen op de juiste plekken zitten. Er is al een nieuwe accountmanager sponsoring en coördinator PR/communicatie aangenomen die binnenkort hun entree zullen maken. Hiermee is de communicatieafdeling binnenkort versterkt met nieuwe, ervaren beroepskrachten die hun vak verstaan. Kleine stappen in de goede richting maken is nu belangrijk om de basis in orde te maken. Het geeft Visser straks wellicht ook wat ruimte om zichzelf meer op de kaart te zetten. “Voor de meesten ben ik nu misschien nog een onbekende, maar ik moet daar zijn en aan de slag gaan waar ik op dit moment het hardst nodig ben. Met elkaar voorsorteren op de toekomst betekent dus nu vooral achter de schermen werken aan een betere wereld.”

Visser staart naar buiten waar het inmiddels donker is geworden. Naar de kale takken van het Amsterdamse bos en de bruine bladeren die op het gras liggen. De winter komt eraan. Het zal koud en guur zijn aan de Bosbaan, een plek waar de lente niet vanzelf komt. Maar een nieuw jaar biedt ook nieuwe kansen. “Er zijn veel dingen moeten worden opgelost,” zegt ze. “Maar ik ben niet iemand die te lang stil staat bij wat er mis is gegaan. Ik vind het belangrijker om te kijken wat we meer, beter of anders kunnen doen dus ik kijk liever vooruit. En dan zie ik een mooie toekomst weggelegd.”