Gouden jongens dubbelvier mag naar WK

Archief

Het drukke roeiweekend van 5 en 6 mei bracht niet alleen een mooie start voor de olympische roei-equipe en een enerverende discussie over de ZRB, maar ook een opmerkelijke prestatie van de nationale juniorenroeiers. Tijdens de zogenaamde Internationale DRV-Juniorenregatta, de graadmeter voor de wereldkampioenschappen later dit jaar, won de Nederlandse jongens dubbelvier goud in een tijd van 6:02,58. In een schitterend gevaren wedstrijd voeren Jort van Gennep, Daan Klomp (beiden TOR), Amos Keijser (De Laak) en Abe Wiersma (Willem 3) op soevereine wijze naar de overwinning. “De wedstrijd in München was hartstikke goed voor het Nederlandse juniorenroeien,” blikt bondscoach Diederik de Boorder tevreden terug.

Iedereen die Diederik de Boorder een beetje kent weet dat hij gegrepen is door de sport. Als hij praat over het roeien, over de atleten, over het coachen en over de wedstrijden geniet hij met volle teugen. En zeker als een van zijn ploegen het goed doet in het buitenland. “Die jongens voeren zo goed – nee wacht, laat ik bij het begin beginnen,” zegt hij in zijn herkenbare, vaak ietwat chaotische vertelstijl. “We zijn een aantal maanden terug in Sevilla gaan trainen. Toen hebben we Daan, Jort, Abe en Amos bij elkaar in de vier gezet. En die boot voer me toch een partij hard! Het gebeurt niet vaak dat alle coaches in het motorbootje elkaar aankijken en stuk voor stuk ‘wow’ zeggen.”

En die wow-factor hoopten De Boorder, zijn collega-bondscoaches Rob Robbers en Reinier Eggink, plus de meegereisde programmamanager Jan-Willem van der Wal ook terug te zien in München. Toen de dubbelvier de heat eenmaal goed door was gekomen kreeg de ploeg maar één opdracht mee: wat er ook gebeurt, na de finish gelijk doorvaren alsof het geen energie gekost heeft. Geen aanstellerij, geen hogere acteerschool. Of je nu zesde bent geworden of eerste. Zorg dat je uitstraalt dat je nog beter kunt. “Dus toen we als eerste over de streep kwamen zijn we gelijk doorgeroeid,” glundert Jort van Gennep. “De nummers twee en drie gingen helemaal uit hun plaat, en wij deden alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Wij waren al aan het rondmaken toen zij ove de streep kwamen zetten. Bij het erevlot vroeg iemand ons of het ‘just business’ was. Dat was mooi.”

“Iedereen was onder de indruk van die jongens,” weet De Boorder. “De Duitsers kwamen vragen waar ze vandaan kwamen, echt iedereen was benieuwd. Het was natuurlijk ook een sterk veld. Alleen Australië en Itailië ontbraken, voor de rest was iedereen er. Dat die jongens dan winnen met licht op de rest van de ploegen is krankzinnig goed.”

Voor De Boorder bestaat er dan ook geen discussie over dat het viertal zich op mag maken voor het WK voor junioren in Plovdiv, halverwege augustus. Natuurlijk, zo weet hij, de dubbelvier moet zich op een officieel moment, waarschijnlijk de Holland Beker, nog wel een keer bewijzen. Nog een keer laten zien dat ze hard kunnen varen. Maar eigenlijk is het wel in kannen en kruiken. “In een jaar van eindexamens heeft het geen zin om te dralen over het vervolg van hun seizoen. Daarom ben ik nu al duidelijk geweest richting hen. Ook aan de andere roeiers en roeisters die goed hebben gepresteerd heb ik al aangegeven wat hen waarschijnlijk te wachten staat. Voor het merendeel zal dat de Coupe de la Jeunesse zijn, maar sommigen kunnen als ze steeds beter gaan varen nog doorstomen richting WK.”

Los van de jongens dubbelvier waren er namelijk andere goede resultaten in München. Op zondag, toen voor de skiffjes een systeem met heats werd afgewerkt in plaats van de gebruikelijke voorwedstrijden en finales, kwam Skøll-roeier Lennart van Lierop als eerste over de streep, maar wel in de derde tijd overall. En op zaterdag werden goudhaantjes Jort van Gennep en Daan Klomp knap tweede na een eerste duizend meter, die Van Gennep in volleerd De Boorderiaans ‘labberdekak’ noemt, ver achter te hebben gelegen. “Maar de Duitsers die wonnen hadden we met een goede eerste kilometer ook niet gepakt,” verduidelijkt de roeier van TOR. “Ze lagen wel echt ver voor op ons en de rest.”

Ook voor Liselotte van der Togt was er een medaille. De door De Boorder als ‘supertalent’ betitelde roeister uit Breda werd derde in de finale van de junioren skiff op slechts vijf seconden van de winnares. Saillant detail daarbij was dat Van der Togt in het voorwedstrijd een enorme snoek sloeg en compleet scheef kwam te liggen. Uit deze enigszins geslagen positie roeide ze zichzelf wonder boven wonder terug in de wedstrijd om zich vervolgens voor de finale te kwalificeren. “Ze vertelde me dat ze na die snoek ’boos werd,” lacht De Boorder. “Misschien moet ze dat maar vaker doen, als dit het effect is.”

Nederland kan met andere woorden trots zijn. Er is een goed blik junioren opengetrokken waar we nog veel plezier van gaan hebben. Hopelijk komende zomer al.

De uitslagen van de Internationale DRV-Juniorenregatta zijn hier terug te vinden.