Een goede ergometertest kan het verschil betekenen tussen geselecteerd worden en de boot missen. Robert Lücken maakt sinds gisteren dankzij een persoonlijk record van 5:55.7 nog kans op een van de topboten van het zware mannenroeien. Volgens technisch directeur René Mijnders heeft de ooit als lichte roeier begonnen Nereïd een horde genomen op weg naar de vier of misschien zelfs de acht. Maar de weg daar naartoe is verre van makkelijk, weet Lücken. “Ik heb van de coaches een tweede kans gekregen. Die moet ik nu met twee handen aanpakken.”
De roeier van Nereus was het overgrote deel van de winter geblesseerd aan zijn rug en heeft daardoor veel trainingsarbeid gemist. Des te knapper is het dus dat hij nu tot een persoonlijk record komt. “Ik wist niet echt waar ik aan toe was,” vertelt Lücken. “Ik heb weinig op de ergometer gezeten door mijn rugproblemen en ik heb sinds oktober vorig jaar, toen de blessure de kop opstak, eigenlijk niet meer lekker kunnen trainen. Pas tijdens het laatste trainingskamp merkte ik dat het goed ging. Ik heb aan Antonio [Maurogiovanni, de hoofdcoach; red.] gevraagd wat ze van me verwachtten, en ze gaven aan dat een tijd onder de zes minuten goed was. Ik ben dan ook erg blij met die 5:55.”
De goede prestatie verandert voorlopig echter nog niks aan de uitgangspositie van Lücken. Samen met Vincent van der Want zal hij het tijdens de nationale kampioenschappen in de twee-zonder opnemen tegen de twee andere boten van de zware selectie (Klem/Sluis en Noordhuis/Kuiper). Pas daarna zal er meer duidelijk worden gemaakt over zowel de twee-zonder als de kansen van Lücken op andere boten. “In eerste instantie moet ik me roeiend gaan bewijzen”, concludeert Lücken terecht. “Dan pas kunnen we verder kijken. Ik weet ook niet of de bondscoaches naar de eerste wereldbeker nog wat gaan veranderen aan de twee-zonders. We gaan het zien.”
In Groot-Brittannië is de kogel al wel door de kerk: Tom James is namelijk de vierde naam van de vier-zonder. Eerder werd al bekend dat Alex Gregory, Andrew Triggs Hodge en Peter Reed waren geselecteerd, maar voor de boegplek kwamen James en Alex Partridge nog in aanmerking. Laatstgenoemde heeft zich teruggetrokken uit de strijd en neemt genoegen met een plekje in de acht. Daarmee is de vier voor driekwart hetzelfde als in 2008: Triggs Hodge, Reed en James gaan op voor prolongatie van hun olympische titel.
Voor Partridge is het de derde keer dat hij achter het net vist voor wat betreft de olympisch vier-zonder. In 2004 zat hij tot en met Luzern in het vlaggenschip van het Britse mannenroeien, maar door een geperforeerde long werd hij uiteindelijk toch vervangen voor Ed Coode. Als vijfde man – de boot waarin Pinsent, Cracknell, Williams en Coode het goud wonnen was naar hem vernoemd – werd hij toch een (klein) onderdeel van het succes van de ploeg. In 2005, 2006 en 2007 maakte Partridge wederom deel uit van de Britse vier. Na het teleurstellende WK in 2007, waar de ploeg als vierde finishte, werd Partridge geslachtofferd en kwam Tom James in de ploeg. Partridge moest genoegen nemen met een zilveren medaille in de mannenacht, terwijl zijn oud-ploeggenoten het goud omgehangen kregen na een zinderende race tegen Australië.
Zowel James als Partridge gaven ten overstaan van de media aan dat het hen niet aanmaakte in welke boot ze terecht kwamen. “Ik heb een keuze tussen een boot die een goede kans maakt op een gouden medaille, en een boot die een goede kans maakt op een gouden medaille,” sprak James een paar weken geleden. Dat neemt evenwel niet weg dat de vier-zonder het vlaggenschip is van het Britse roeien. Wat dat betreft heeft James toch een klein beetje gewonnen van Partridge.



