De wereldkampioenschappen roeien in Bled. Een goed georganiseerd toernooi in een fantastische omgeving die zo lijkt te zijn weggelopen uit een ansichtkaart. Het was een toernooi met een groot aantal memorabele momenten. In de finale van de mannen skiff trok Mahe Drysdale bijvoorbeeld na twee jaar weer aan het langste eind en keek zijn rivaal Ondrej Synek op de finish beteuterd om zich heen. En wat te denken van de laatste twintig meter van de finale van de dubbelvier? Die zal voor eeuwig nagalmen in het hoofd van de Duitser Lauritz Schoof. Zijn ploeg lag aan de leiding, vlak voor Australië. Schoof keek uit de boot, sloeg een snoek en zag Australië langszij trekken en de wereldtitel onder zijn neus vandaan grissen. Of de eerste grote overwinning van skiffeuze Mirka Knapkova, die eindelijk uit de schaduw van Ekaterina Karsten stapt? Het toernooi stond bol van goed roeien, topwedstrijden en schitterende medaillewinnaars. Maar zonder enige inbreng van Nederland.
In principe is het wereldkampioenschap voor Nederland uitgelopen op een deceptie. Tien oranje ploegen verschenen aan de start. Drie ploegen haalden de finale in het toernooi en één boot was daar al van verzekerd door het geringe aantal inschrijvingen. In de finale kwamen de Nederlanders niet verder dan de zesde (mannenacht), vijfde (vrouwenacht) en weer een zesde plaats (mannen vier-zonder). De bronzen medaille van de dames vier-zonder was een schrale troost – voor de derde plek op het podium waren Femke Dekker, Ellen Hogerwerf, Wianka van Dorp en Olivia van Rooijen niet naar Bled afgereisd. Al met al een niet al te beste score. Zeker niet gezien de ambities van Nederland. Die vijfde plek in het medailleklassement is ver weg, en het nietige maar o zo sterke Nieuw-Zeeland zal schamper lachen om het gerommel in de marge waar Nederland toe behoort.
Ook technisch directeur René Mijnders wist niet goed wat hij moest concluderen na het WK. Hij weet dat het vrij ongekend is dat Nederland tijdens het jaar voorafgaand aan de Spelen al vier ploegen voor dat toernooi weet te kwalificeren. Dat op zichzelf staand is dus wel goed te noemen. Dan blijft alleen het vervelende feit bestaan dat Nederland op geen enkel vlak kon overtuigen in die olympische velden. Dat doet pijn, zeker aangezien Mijnders vorig jaar nog aangaf dat Nieuw-Zeeland hoopgevend was. De prestaties tijdens de wereldkampioenschappen in Karapiro waren ook niet best, maar destijds luidde de analyse van de technisch directeur dat er genoeg potentie was. Nu is Mijnders kritischer. “We moeten echt gaan kijken hoe we een ploeg als de mannenacht kunnen laten presteren onder druk. En dan is er ook nog het virus waarmee we te kampen hebben gehad. Je kunt nooit alle risico’s vermijden, maar we moeten hier wel onze les uit trekken om te zorgen dat het in de toekomst beter gaat.”
De technisch directeur van de KNRB sprak verder de hoop uit dat de lichte vier-zonder en de lichte dames dubbeltwee zich via het olympisch kwalificatietoernooi zouden plaatsen voor Londen. Maaike Head en Rianne Sigmond hadden zich nog via de B-finale kunnen verzekeren van een startbewijs voor volgend jaar, maar het duo kwam een schamele twee tiende van een seconde te kort. In een volwassen race leek Nederland af te stevenen op de tweede plaats, maar de Deense dames dachten daar anders over. Met een furieuze sprint kwamen Juliane Rasmussen en Anne Lolk Thomsen voorbij aan Head en Sigmond, die geen kracht meer over hadden om de ontketende Denen het hoofd te bieden. “Ik denk niet dat we een betere race hadden kunnen varen nu”, verzuchtte Head. Sigmond kon dat alleen maar beamen. “We missen nu nog dat stukje achterin om de boot een extra zet te geven. Daar moeten we gewoon keihard aan gaan werken.”
Head en Sigmond waren na afloop van de wedstrijd teleurgesteld, maar uiterst realistisch. Ze waren met hun negende plek niet goed genoeg voor de Spelen. Nog niet in ieder geval. In het bijzijn van René Mijnders blikte het duo hardop vooruit naar het jaar dat komen gaat. Een seizoen waarin het duo zich volledig focust op het olympisch kwalificatietoernooi. De roeisters van Skadi zitten niet bij de pakken neer na het gevoelige verlies, maar vinden dat, als ze nu zo dichtbij zijn, ze er nog harder voor moeten gaan knokken. “Ik wil in ieder geval nooit meer zo’n jaar als afgelopen seizoen”, zei Sigmond zonder blikken of blozen. “Zo’n jaar waarin je in het begin zelf maar moet zien te blijven drijven. Volgens mij hebben we over vijf weken een ergometertest. Prima! Dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben.”
Mijnders hoorde de kritische noten met lede ogen aan. ‘Nooit meer zo’n jaar als afgelopen seizoen’. Die uitspraak is niet alleen van toepassing op de lichte dames. De technisch directeur weet dat de rommelige begeleiding van de lichte dames dubbeltwee slechts een van de vele problemen is waar de roeibond mee te kampen heeft. Het dondert en het bliksemt binnen de KNRB, en vier olympische startbewijzen kunnen dat niet verdoezelen. Al helemaal niet als je bedenkt dat de mannen twee-zonder het grotendeels dankzij eigen initiatief heeft gered en dat de mannen vier-zonder eigenlijk te boek staat als de B-garnituur en lang niet altijd op volle steun kon rekenen. Daar komt nog bij dat het lichte mannen roeien terug bij af is na een jaar vol veranderingen en aanpassingen die enkel en alleen averechts hebben gewerkt. De situatie is met andere woorden zorgwekkend. In de wandelgangen wordt al gefluisterd over aanpassingen in de begeleidingsstaf. En inderdaad: er moeten dit najaar harde beslissingen genomen worden om de boel weer op de rails te krijgen. Wil Nederland volgend jaar niet alleen meedoen aan de Olympische Spelen maar ook winnen, dan moet er nog veel, heel veel verbeteren.
Evenement: World Rowing Championships
Datum: 28 augustus t/m 4 september 2011
Locatie: Bled (SLO)




