Het Italiaanse avontuur is achter de rug, de serie van drie trainingskampen in het zonnige Sabaudia weer afgewerkt. En volgens een zongebruinde René Mijnders is er veel progressie geboekt. De technisch directeur van de roeibond geeft zelfs aan dat hij, wat betreft de zware mannen, nog nooit in zo’n luxepositie heeft verkeerd. “De roeiers van ’96 hadden meer ervaring, maar we hadden er toen niet zo gek veel. Wat dat betreft hebben we het nu een stuk beter.” Mijnders heeft sinds de aanstelling van de Italiaanse hoofdcoach Antonio Maurogiovanni nadrukkelijk een stap terug gedaan. Hij is volgens eigen zeggen meer in de rol van technisch directeur gekropen, is nu iemand die toezicht houdt en minder met de toeter zwaait. NLroei spreekt met hem over de kritiek van Jaap Schouten, openheid en de komende selecties.
In het Nederlandse roeiwereldje is altijd wel wat aan de hand. Zeker als de belangen groot zijn, iets wat in het toproeien vaak genoeg voorkomt. Roeiers willen graag zeker zijn van hun plekje, geven veel op voor hun sportcarrière en willen allemaal hetzelfde: de beste zijn. En dan staan de beste stuurlui ook nog eens aan wal. Iedereen heeft zo zijn mening: roeiers zelf, coaches, oud-roeiers, verenigingen, (voormalige) bestuurders, wedstrijdorganisaties en ga zo maar door. Mijnders weet het als geen ander. Hij loopt immers al jaren mee in het Nederlandse roeiwereldje en herkent de herhaald genoemde kanttekeningen. Te weinig transparantie, kromme beslissingen, een eilandjesstructur.
“Wat dat betreft snap ik wel iets van de kritiek van Jaap, ook al vind ik dat hij, als zijn uitspraken in de Volkskrant goed zijn opgetekend, teveel generaliseert”, vertelt Mijnders. “Incidenten komen voor in elke organisatie, dat is de menselijke aard van het verhaal. Dat wil niet zeggen dat de KNRB per definitie zo in elkaar steekt. Wel is de situatie in vergelijking met bijvoorbeeld 2004 anders. We werken volgens mij nu veel meer samen. Er is een duidelijk uitgestippelde lijn waaraan verschillende groepen zoals de medische staf en de coaches meedenken. Maar ook dan kunnen we niet alles. Jaap heeft in zijn carrière pech gehad. Er waren gewoon niet veel lichte scullers van niveau, en de roeiers die we hadden bleken niet goed genoeg, of niet inpasbaar bij Jaap.”
Mijnders is teleurgesteld, zo blijkt wel uit zijn woorden. Hij snapt niet waarom Schouten niet eerder met zijn kritiek is gekomen en vindt dat dit de normale gang van zaken was geweest. “We hebben anonieme evaluatieformulieren mocht dat nodig zijn. We hebben gesprekken na trainingskampen en grote toernooien. Dan zijn dit soort dingen ook aan te kaarten.” De technisch directeur gaat daarbij echter aan één, toch wel vrij essentieel ding voorbij: het risico dat een roeier loopt als hij kritiek heeft. In alle sporten waar selecties voorkomen is een sporter onderheven aan subjectiviteit. Testresultaten, gevaren tijden, fysieke gesteldheid en seat races: dat alles is te meten. Maar een bondscoach, zo geeft ook Mijnders toe, zal altijd op basis van zijn gevoel beslissingen kunnen maken. Hoe ‘lekker iemand in de groep ligt’, of ‘hoe coachbaar iemand is’. Dat zijn moeilijk te vangen zaken.
“Ik begrijp dat je als roeier bang bent dat kritiek je duur kan komen te staan”, zegt Mijnders. “Maar zeker in mijn rol als technisch directeur moeten roeiers naar me toe durven komen. Of ik dat bij deze wil aanmoedigen? Zeker! We moeten te allen tijde kritisch blijven, anders kom je niet vooruit. Tim Heijbrock, bijvoorbeeld, reageerde op NLroei op de kritiek van Jaap. Maar hij zei pas te willen praten als hij klaar was met roeien. Dat heb ik gelijk bij hem aangekaart, dus gaan we het er binnenkort al over hebben.” Voor Schouten komt de boodschap van Mijnders evenwel te laat. Hij is inmiddels gestopt, achtergebleven met een kater terwijl hij toch een bewonderenswaardige roeicarrière heeft gehad. En zo zijn er ongetwijfeld velen voor hem geweest, roeiers die zich opgesloten hebben gevoeld tussen de glorende medailles aan de ene en de mogelijke toorn van de bondscoach aan de andere kant.
Zeker met de Olympische Spelen in het verschiet valt het te bezien of de wens van Mijnders uitkomt, of openheid en transparantie van zowel roeiers als coaches tot het gewenste effect gaat leiden. Zeker in de groep van de zware mannen is er zoveel talent dat naast de prioriteitsboot – de acht – ook een of twee andere ploegen gemaakt kunnen worden. “We hebben volgens mij 19 man, en Olivier [Siegelaar] komt ook nog terug. Dat betekent dat de roeiers hard moeten werken om hun plaats te verdienen. Of het een signaal was dat Mitchel Steenman en Rogier Blink thuis bleven dit trainingskamp? Dat was een beslissing van de coaches, Antonio Maurogiovanni en Dave McGowan. Maar er waren een aantal redenen, variërend van ergometerresultaten tot wie we in actie wilden zien. Er is maar een beperkt aantal mensen dat we mee kunnen nemen.”
Maar de boodschap is duidelijk: iedereen moet zich bewijzen. En kan dat niet op de ergometer – zoals bij Steenman, die door een heupprobleem niet op de roeimachine kan starten – dan moet het in extremis in de boot. Misschien heeft de technisch directeur daarom de resultaten van Blink en Steenman in Nederland – het duo won samen de Head of the River, en Steenman voer zeer verdienstelijk naar winst op de Skiffhead afgelopen zondag – in de gaten gehouden. “Selectie is een continu proces. Daar horen ook dit soort zaken bij. Tijdens de wereldbekerwedstrijd in Luzern willen we varen met de mannen-acht die ook in Bled gaat starten. Maar het kan zijn dat er nog kleine wijzigingen plaatsvinden, dat is nu niet uit te sluiten.” Aanpassingsvermogen is dus vereist. Ook nu al, zo blijkt. In plaats van met Sjoerd Hamburger, zijn twee-zondermaatje van de afgelopen maanden, zal eerdergenoemde Mitchel Steenman zich namelijk met oude bekende Olaf van Andel op de Hollandia moeten bewijzen. De stoelendans is begonnen.



