Hij wist even niet waar hij het moest zoeken. De ontknoping in de finale van de zware twee-zonder, de apotheose van het roeien op Eerste Paasdag, was voor Roel Braas zelfs zo bizar dat de reusachtige roeier van Okeanos, overmand door emotie, met een gouden kampioenschapsmedaille om zijn nek even stond te snikken op het erevlot. Niet heel vreemd natuurlijk. Na een meticuleus uitgestippelde skiffcarrière met mooie successen in je eerste boordroeiseizoen gelijk Nederlands kampioen worden in de twee-zonder is een jongensboekscenario. Braas biechtte op dat hij de laatste vijfhonderd meter schietgebedjes de strakblauwe hemel in stuurde om maar geen mishaal te maken. “[Diederik] Simon ging zo hard aan, toen moest ik natuurlijk wel mee. Ik had ook niet verwacht dat we het verschil goed gingen maken.” De eindsprint van de Okeanos/Hoop-combinatie bleek verwoestend. Meer op elkaar ingespeelde twee-zonders als Mitchel Steenman en Olaf van Andel (tweede) en Rogier Blink en Nanne Sluis (derde) moesten een antwoord schuldig blijven.
Drie ei is een Braas-ei
Over de positie van Braas en Simon in de mannengroep zal vanaf het Paasweekend weinig discussie meer bestaan. Technisch directeur René Mijnders hield voor de microfoon van de NOS nog een slag om de arm voor wat betreft de gevolgen van de titelstrijd in de twee-zonder, maar het lijkt voor de hand liggend om te concluderen dat de roeier van Okeanos en de op de Hollandia voor roeivereniging De Hoop startende Diederik Simon een plekje toebedeeld krijgen in het koningsnummer, de acht.
Roel Braas zocht vorig jaar in de skiff nog naar een middel om zijn af en toe wat houterige roeitechniek wat soepeler te maken. Op Eerste Paasdag bleek dat hij het antwoord op zijn vraag gevonden heeft. “Een betere partner kan ik me niet wensen”, verzuchtte de voormalige solist na de race. “Ik leer ontzettend veel van hem.” Dat Braas zich echter zo stormachtig zou ontwikkelen was evenwel een verrassing. En Diederik Simon, door velen al liefkozend aangeduid als ‘opa’? Hij liet zien het kunstje niet verleerd te zijn. Negen jaar na zijn laatste titel in een ‘klein’ nummer – SA2+ met Geert Cirkel in 2002 – won hij weer een mooie prijs. Ondanks zijn ergometerscore van 6:11 en een wat ouder geworden lichaam kan Simon nog mee met de besten. Een risico lijkt het dan ook niet om de coryfee op de slagplek te zetten.
Ongetwijfeld zullen de bondscoaches daar vanaf aanstaande dinsdag al mee beginnen. Dan vertrekt de complete roei-equipe namelijk voor het vierde trainingskamp van dit jaar naar Italië. Dit keer is niet Sabaudia de eindbestemming, maar zal de selectie trainen in het voor de roeiers eveneens bekende Varese, in het noorden van het land. Daar moeten verdere trainingen, seatraces en testmomenten uit gaan wijzen wie van de mannen zich in de acht mag gaan nestelen. Op de eerste wereldbeker in München hoeft de acht overigens nog niet op oorlogssterkte te zijn. In het Grote Schema van René Mijnders moet de boot zich in Luzern uitgekristalliseerd hebben.
Geen toevalligheid meer
Dat geldt uiteraard niet alleen voor de mannenacht. Ook de vrouwen gaan zich de komende tijd bezig houden met selecties en het in elkaar schroeven van de snelste acht. Wie daarin moeten gaan plaatsnemen? Geen idee, daar zal Susannah Chayes als bondscoach de komende weken haar hoofd over breken. Ze zal daarbij niet alleen de uitslag van de skiff moeten meenemen, maar ook de enigszins flatterende overwinning in de twee-zonder van Nienke Kingma en Wianka van Dorp. De twee roeisters van Nereus en De Maas hoefden als enige uit de nationale selectie niet in een skiff over de Bosbaan. Omdat iedereen anders wel in de eenmansboot was gekropen was de twee-zonder een weinig compeitief veld geworden, een symptoom dat ook bij een aantal andere races om het Nederlandse kampioenschap het geval was.
Daarentegen was de vrouwenskiff wel een spektakel. Liefst 26 roeisters aasden op de titel van Claudia Belderbos. De roeisters van Orca liet echter een jaar na haar verrassende NK-overwinning zien dat haar eerste grote individuele prestatie geen toevalligheid was. Wat heet: de voormalige zwemster noteerde een tijd van 7:47.86, razendsnel gezien de zware, lome omstandigheden en het briesje tegen. “Ik wist dat ik me niet gek moest laten maken in het begin, het tweede deel is toch mijn sterkste stuk”, zei een breed lachende Belderbos. “Chantal was alleen moeilijk in de gaten te houden omdat ze helemaal aan de andere kant lag.” Achter Belderbos finishte de eveneens sterk roeiende Chantal Achterberg als tweede. De bronzen medaille van het NK was verrassend genoeg voor de Leidse skiffeuze Nicole Beukers. Met haar explosieve eindsprint wist ‘la petite dynamite’ het gat met de twee leidsters niet veel kleiner te maken, maar wel versloeg ze podiumfavoriete Femke Dekker in de eindsprint.
Brons en een nat pak
Naast de twee-zonder bij de mannen en de skiff bij de vrouwen was er nog één nummer dat op veel inschrijvingen kon rekenen: de lichte skiff. Vooraf lag het in de lijn der verwachtingen dat dit veld een prooi zou zijn voor de roeiers die zich de afgelopen tijd hebben bemoeid met de plannen voor een lichte dubbeltwee. Het gebrek aan stootkracht en suprematie van deze jongens werd in de loop van het toernooi echter pijnlijk duidelijk. Er is, met het stoppen van Jaap Schouten, geen grote lichte skiffeur meer die een sterke basis kan vormen voor een twee. Sterker nog: de gouden en bronzen plak gingen uiteindelijk voor respectievelijk Tim Heijbrock en Vincent Muda, twee roeiers uit de lichte vier-zonder die door blessures van Tycho Muda en Roeland Lievens noodgedwongen in de eensmansboot waren gestapt. Een gelegenheidsprojectje, eigenlijk. Met het nodige succes. Ook Abel Göbel, die op eigen gelegeneheid bezig is met een dubbeltwee, finishte op het podium. Joris Pijs (Gyas) kwam in de finale te kort, en Dion van Schie (Asopos de Vliet) sneuvelde al in de halve finales. Daarmee werd de eindstrijd een bijzondere, al helemaal toen de boten richting het erepodium trokken. Vincent Muda was zo in zijn nopjes met zijn voor hem onverwachte medaille dat hij met een grote grijns expres omsloeg.
Anders dan bij de lichte mannen was het bij de lichte dames wel het vooraf voorspelde drietal dat om de blikken streed. Maaike Head (Skadi), vorig jaar op een schamele meter voor de streep nog ingehaald door haar ploeggenoot Rianne Sigmond, haalde haar revanche door nu wel de titel op te eisen. “Ik heb mezelf onderweg continu voorgehouden om door te blijven drukken en het nu niet uit handen te geven”, zei Head op het podium. Daar slaagde de Skadi-roeister met verve in. Ze bleef haar ploeggenoot, Rianne Sigmond, ditmaal ruim voor. Laatstgenoemde moest zelfs genoegen nemen met een derde plaats nadat Marie-Anne Frenken (Njord) haar voorbij kwam gestoken in de laatste tweehonderd meter.
Verloren glans
Het enige overgebleven grote NK-nummer van de dag, de mannen-skiff, had wat van haar glans verloren door de focus op de zware twee-zonder. Kersvers Varsity-winnaar Dirk Uittenbogaard ging als verwachting met de winst aan de haal. De tweede en derde plek waren een prooi voor Tim Christen en Kelvin Klatt van het Leidse Njord. Echt bedreigen konden ze Uittenbogaard echter niet. De oud-junior, uitkomend voor Nereus, roeide vanaf haal één soeverein voor de rest uit. Zijn tijd – 7:37.79 – was een stille getuige van de weinige tegenstand in het veld. Tien minuten voor de finale van de skiff roeide de winnaar in het J18-veld namelijk naar 7:35.55.
Sommige NK-velden kregen door de focus van de roeibond daarom een wat bijzondere lading. In het ene veld lag de B-finale vol met Nederlandse (sub)toppers, in het andere veld kon maar met hangen en wurgen een finale met zes ploegen op de finish afgeschoten worden. Feit blijft echter wel dat het de absolute topnummers zijn waar het Nederlandse roeipubliek op wacht, waarvoor ook coryfeeën als Marit van Eupen, Nico Rienks, Irene Eijs en Ronald Florijn naar de Bosbaan komen. En als zij door een 41-jarige rot uit Bloemendaal en een 24-jarige krachtpatser uit De Rijp in extase worden gebracht, dan weet je stiekem dat het ondanks alles gewoon goed zit.





