Wat te concluderen na een WK zonder enige medaille in de Olympische bootklassen? De Nederlandse equipe is in Nieuw-Zeeland tot een totaal van één gouden medaille in de dames vier-zonder, en vier finaleplaatsen gekomen. Een magere oogst zo op het resultaat bezien. De A-finales vertellen echter ook het verhaal van potentie. De lichte vier-zonder was er bijvoorbeeld wéér dichtbij, en ook de mannen-acht roeide boven verwachting goed mee in de strijd om het goud. De dames-acht zat iets verder achter het veld, en finishte zon twee seconden achter Roemenië, dat brons won.
De eerste Nederlander die op deze laatste finaledag in actie kwam was lichtgewicht skiffeur Jaap Schouten. De roeier uit Leiden kende mede door de moeilijke weersomstandigheden een teleurstellende halve finale en moest daarom in de B-finale in actie komen. Ook daarin kon Schouten niet overtuigen. De eveneens verrassend naar de kleine eindstrijd verwezen Nieuw-Zeelander Duncan Grant won de race met overmacht. Schouten finishte als derde achter de Duitser Jonathan Koch. Na de B-finale had de skiffeur van Njord zijn conclusies getrokken. Ik heb echt een prima trainingskamp gedraaid, maar de vorm was er hier gewoon niet. Het waren niet alleen de weersomstandigheden die me in de halve finale dwars zaten, anders had ik in deze wedstrijd gewoon vooraan gelegen.
De aanwezigheid van Schouten in de B-finale moet voor de roeibond een teleurstelling zijn geweest. De lichte skiffeur bleek de afgelopen jaren meer dan eens een medaillegarantie in de LM1x, maar kon die reputatie in Nieuw-Zeeland niet waar maken.
Met alleen de achten nog in de strijd voor de medailles was het van wezelijk belang dat in die velden goede prestaties werden weggezet. Als gezegd waren de mannen er dichtbij. Diederik Simon beredeneerde achteraf dat het vooral aan de handigheid had gelegen. Daar had het volgens de oudgediende aan ontbeerd. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat we er zo dichtbij zouden zijn. Halverwege de race merkte ik dat brons er gewoon in zat, maar we hadden niet voldoende vermogen om samen die boot naar een volgende versnelling te tikken. Dat de baansnelheid van de ploeg van coach Dave McGowan goed was bleek wel uit de middelste duizend meter: de Holland Acht voer op beide intervals het snelste van iedereen. In het eerste en het laatste kwart van de wedstrijd kwam de Nederlandse ploeg echter op achterstand te liggen. Genoeg in ieder geval om de bronzen medaille mis te lopen.
De vrouwenacht kende in tegenstelling tot de mannen wel een goede start. Op de vijfhonderd meter lagen de Nederlandse dames op één lijn met de sterke Amerikaanse acht, regerend wereldkampioen. Het bleek echter gelijk ook een keerpunt in de wedstrijd voor oranje. Halverwege de wedstrijd werd duidelijk dat de ploeg van Susannah Chayes het tempo niet kon bijbenen. Chayes zelf was nog best tevreden over de prestatie en refereerde aan de stappen die de ploeg sinds het Europese Kampioenschap in Portugal had gezet. Daar wonnen de vrouwen zilver achter Roemenië. Boegroeister Kirsten Wielaard gaf op het steeds verder leeglopende botenterrein aan dat ze wel wilde weten van de Amerikaanse dames hoe ze zo hard gingen. We hebben echt alles gegeven als ploeg. Maar ja, je best doen is geen garantie voor succes, hè?
Hard werken tijdens de wedstrijd is inderdaad niet genoeg om tot medailles te komen. Structurele verbeteringen lijken noodzakelijk om in de moordende velden nog een gooi te doen naar de titel. Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF, had gisteren al genoeg dingen gezien om zijn conclusies te trekken. De voormalig hockeycoach keek langs het Karapiro-meer met veel interesse naar de prestaties van de Nederlanders. Tussen de kleine finales en de strijd om de medailles zaten Hendriks en René Mijnders, technisch directeur van de roeibond, uitgebreid te overleggen. Ongetwijfeld ging het daarbij om de toekomst van het roeien en de successen die de Nederlandse sportkoepel verwacht van de KNRB.
Wil de Nederlandse roeibond namelijk een actieve bijdrage leveren aan de top 10 ambitie van NOC*NSF de grote investering van de sportkoepel niet te grabbel gooiend dan moet de eigen ambitie nageleefd worden. De oranje equipe dient in dat geval bij de eerste vijf ploegen te eindigen in het medailleklassement op een WK. Dat het doel dit keer niet gehaald is, maakt duidelijk dat de roeibond nog lang niet op de plek is waar het moet en wil zijn. Op dit moment doet Nederland het minder dan een land als Griekenland. Ook Kroatië, Tsjechië en Zweden scoren door een titel in een Olympische klasse beter dan oranje. En volgend jaar wordt het alleen maar moeilijker om goed te presteren. Dan zijn de Olympische kwalificaties weer aan de orde van de dag. De magere oogst van 2010 moet met andere woorden ongedaan worden gemaakt: een nieuw zaaiplan, een vers stuk grond en het braakliggende terrein moet men even links laten liggen totdat er weer een goede voedingsbodem is voor nieuw succes.
Roei.tv:



