Weinig directe successen bij EK roeien

Archief

De Europees Kampioenschappen roeien, op de pas recentelijk gereedgebrachte roeibaan in het Portugese Montemor-o-Velho, vormen voor vrijwel alle landen een veredeld trainingstoernooi. Op het WK in Nieuw-Zeeland, dat eind oktober begint, worden de echte knikkers immers verdeeld. Toch mikt de KNRB op een aantal medailles. Tijdens de persconferentie een week geleden noemde technisch directeur René Mijnders de beide achten, de lichte vier-zonder en Jaap Schouten, de lichtgewicht mannen skiffeur, als kanshebbers. De nieuw geformeerde achten, door Mijnders bestempeld als prioriteitsboten, hadden echter veel moeite met de moeilijke Portugese omstandigheden.

Het waait af en toe hard op het kanaal net ten zuiden van Montemor-o-Velho, een gehucht zo’n vijftien kilometer van de Atlantische Oceaan. De roeibaan is eigenlijk pas net af, en het was zelfs lang onduidelijk of de Europese Kampioenschappen roeien wel daadwerkelijk in Portugal konden worden gehouden. Toen de baan voor het eerst in gebruik werd genomen, acht jaar geleden op de Coupe de la Jeunesse, besloot wereldroeibond FISA dat de locatie niet geschikt was voor internationaal vermaarde toernooien. In ieder geval totdat het enigszins op de Watersportbaan in Tilburg gelijkende roeikanaaltje verbreed was tot een eerlijke, zesbanige roeibaan.

Die aanpassing liet dusdanig lang op zich wachten dat het tot en met de wereldbekerwedstrijden van Luzern onzeker was of de roeiwereld wel naar Montemor-o-Velho zou afreizen. Het Italiaanse Varese, vaak een locatie voor trainingskampen van de Nederlandse equipe, was door de FISA al bijna in paraatheid gebracht, maar het bleek uiteindelijk niet nodig. De voorbereidingsproblemen spelen voor de organisatie echter op dit moment geen rol meer. Het EK is er, en Montemor-o-Velho is gastheer. Of is toch niet alles achter de rug? De baan zal zich de komende dagen aan de FISA moeten bewijzen. Het zou zonde zijn van de investeringen als blijkt dat de roeibond de baan na dit toernooi links laat liggen.

Voor de Nederlandse equipe is de aanwezigheid in Portugal voorlopig nog niet uitgedraaid op een doorslaand succes. De voorwedstrijden van de acht ploegen verliepen stroef. De lichte vier-zonder plaatste zich als enige ploeg direct voor de halve finale. De promotiecode was bij hen echter niet bijzonder zwaar: de eerste drie ploegen gingen door, en in de derde andere voorwedstrijd maakten de drie favorieten – Denemarken, Duitsland en Frankrijk – het elkaar een stuk lastiger wat resulteerde in snelle tijden. De andere lichte troef, Jaap Schouten, die sinds Luzern weer definitief in de skiff zit en naar het wereldkampioenschap in Nieuw-Zeeland zal gaan om regerend wereldkampioen Duncan Grant de loef te steken, had een herkansing nodig om zich naar de A-finale te roeien. De roeier van Njord toonde zich in zijn repechage echter van zijn sterkste kant en liet met de winst in die wedstrijd zien dat hij, gelijk de voorspelling van Mijnders, tot één van de medaillekandidaten behoort.

De Hongaar die Schouten in Luzern nog de baas was, Peter Galambos, start in Montemor-o-Velho niet in de lichte gewichtsklasse maar strijdt tegen de zware mannen. Verrassend genoeg was het ook deze Galambos die zich in de herkansing wel, en Roel Braas die zich niet voor de halve finale wist te plaatsen. Hoewel de twee niet in dezelfde race voeren, was Galambos met 7:48.91 (de wind was inmiddels flink aangewakkerd) een stuk sneller dan Braas, die met 8:05.37 de derde tijd noteerde. De Nederlandse kampioen, die een week geleden aangaf nog niet echt lekker in zijn vel te zitten na de vakantie, moet zich door zijn prestaties in de C- of, als het niet goed gaat, de D-finale melden. Het zal de reus van Okeanos steken, zeker aangezien hij toch al vaak het idee heeft dat hij in zijn doen en laten niet direct gesteund wordt vanuit de hogere regionen van de KNRB. Illustratief was de houding van Braas tijdens de persconferentie vorige week. Waar iedereen netjes een blauw polo van Aegon droeg, had de zware skiffeur deze halverwege de bijeenkomst weer uitgetrokken, “omdat hij nog niet wist of Aegon hem dezelfde steun kon geven als zijn eigen, persoonlijke sponsoren.”

Braas was in zijn prestaties niet de enige. De Nederlandse vrouwen- en mannen-achten hadden het ook moeilijk. De vrouwen moesten hun meerdere erkennen in de Duitse dames, die na lang heen en weer schommelen weer hun oude elan lijken te hebben gevonden. De mannen kwamen niet verder dan een moeizame tweede plaats. De Poolse acht, vorig jaar nog achter de Nederlanders eindigend op het WK, was de oranje heren ruim de baas en ook Italië, dat de afgelopen jaren eigenlijk nooit bewees over een goede acht te beschikken, bleef 1500 meter voor op de Hollanders. Het voorzichtige succes van de nieuwbakken mannen vier-zonder, die in hun race tweede werden achter de ervaren Franse ploeg, is iets moeiljker te beoordelen. Hun prestatie biedt in ieder geval perspectief, en voldoet aan de verwachtingen van de ploeg zelf: finale halen zit er namelijk wel in.

De lichte dames dubbeltwee, ten slotte, miste ook de aansluiting met het veld. Head en Sigmond hadden overall gezien de langzaamste van de twee heats, maar konden ook daarin niet direct een vuist maken. Hun 7:13.60 had in de andere voorwedstrijd een vijfde plaats betekend, nu finishten de dames van Skadi op een derde stek. Een en ander zal ongetwijfeld te maken hebben met de ongenaakbare Griekse dames, die de rest van de voorwedstrijd – de Nederlanders incluis – al binnen 500 meter op grote achterstand roeiden.

Het was voor het zelfvertrouwen van de roeiers fijner geweest als alle ploegen in één keer de (halve) finale hadden gehaald. Na de teleurstellende resultaten in Luzern was dat namelijk een opsteker geweest. Zeker voor de ploegen die wat lijken te zoeken naar hun vorm en een vast ritme. De golfslag in Montemor-o-Velho zal morgen moeten uitwijzen hoe het daar mee gesteld staat.