De Holland Vier eindigde afgelopen woensdag op een vierde plaats in de halve finale van de Olympische Spelen in Peking. Hiermee hebben Gijs Vermeulen, Jan-Willem Gabriels, Matthijs Vellenga en Geert Cirkel zich, in tegenstelling tot de verwachtingen, niet geplaatst voor de A-finale van zaterdag. De Koninklijke Nederlandsche Roeibond twijfelt over de eerlijke condities van de wedstrijd.
Jan Karel Mak, voorzitter van de KNRB, verklaart in een brief aan de internationale roeibond FISA dat de Nederlandse zware mannen vier-zonder in de afgelopen jaren geen wedstrijd heeft gevaren met zon groot tijdsverschil ten opzichte van de concurrerende landen. Twee redenen kunnen hiervoor aangevoerd worden. De eerste hypothese is dat een of meerdere roeiers niet in vorm zijn, mentaal en/of fysiek. De tweede hypothese is dat er een probleem is met het materiaal.
Gezien de constante prestatie van de vier roeiers over de afgelopen wedstrijden waaronder de voorwedstrijd van de Olympische Spelen en de uitstekende fysieke en mentale conditie van de roeiers lijkt de tweede hypothese aannemelijker. De boot is voorafgaand aan en na de wedstrijd grondig gecheckt en was technisch in orde. De enige manier waarop de boot afgeremd zou kunnen worden, is door het wierprobleem in de baan van Shunyi.
De roeibaan van Beijing wordt geteisterd door snel groeiende waterplanten. De atletencommissie van de FISA heeft hierover klachten van sporters ontvangen. Er is een aantal keer geprobeerd planten te verwijderen. Op de ochtend van de dag waarop de Nederlandse boot de halve finale heeft geroeid, heeft de organisatie van de olympische regatta nog een groot deel van de ronddrijvende resten uit de baan gevist. Een Zweedse boot heeft op deze dag een protest ingediend, omdat een race mogelijk was beïnvloed door waterplanten. Het protest is afgewezen omdat daadwerkelijk bewijs ontbrak. Wier dat onderaan de boot vast komt te zitten, laat namelijk net zo makkelijk weer los waardoor bewijs vaak ontbreekt. Protest indienen heeft dus geen zin. Wel kan de KNRB zijn ongerustheid over deze problematiek uiten en aangeven aan de FISA en het IOC dat het vanuit sportief oogpunt onaanvaardbaar is. Dit mag in de toekomst natuurlijk nooit meer gebeuren, aldus Mak.
bron: knrb.nl



