Wat hebben De Koninklijke Roei- en Zeilvereniging De Hoop in Amsterdam, een benzinestation in Groningen, de Tonnemafabriek in Sneek, NS-station Vlissingen, de Ja-kinikkers in Schoonebeek en twee Rietveld-gebouwen in Bergeijk met elkaar gemeen? Ze staan allemaal op een lijst, die gisteren door Ronald Plasterk (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) werd gepresenteerd, met gebouwen die stammen uit de wederopbouwperiode in dit geval van 1940 tot en met 1958 en die in aanmerking voor de status van beschermd rijksmonument. De lijst van honderd naoorlogse topmonumenten is opgesteld door de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM).
De RACM heeft bij de selectie rekening gehouden met de verscheidenheid aan soorten gebouwen, regios in Nederland en architectuurstromingen als modernisme en traditionalisme. Heemschut Bescherming Cultuurmonumenten vindt de Top 100 van de Minister te klein: “Er zijn veel meer dan honderd bijzonder waardevolle gebouwen uit de naoorlogse periode.”
Bij De Hoop worden al jaren plannen gesmeed tot een grote verbouwing. Maar voor rijksmonumenten geldt dat voor wijzigingen en verbouwingen een vergunning nodig is. Alleen gebouwen die ouder zijn dan vijftig jaar kunnen tot rijksmonument worden verklaard.





